nieuws

Interview: Eekhout van de rebellenclub

bouwbreed Premium

Interview: Eekhout van de rebellenclub

Bij zijn aantreden als hoogleraar lanceerde hij Zappi, een denkbeeldig onbreekbaar materiaal dat compleet transparant is. Zelfs Mick Eekhout kon dat niet echt realiseren. Al kwam de luidruchtige Delftenaar een heel eind.

De afscheidsrede die hoogleraar Mick Eekhout vandaag uitspreekt op de TU Delft heeft alle elementen in zich van een schelmenroman. Onenigheid met de decaan, op het matje bij de rector, de hele onderzoeksstaf op Marktplaats uit protest tegen een bezuinigingsactie, zwaaien met zijn aanstelling toen hij geen eigen laboratorium kreeg.

Hoorde u eigenlijk wel thuis in die academische wereld?

“Ik heb nooit een blad voor de mond genomen en daarmee maak je niet altijd vrienden. Ik ben ongeduldig. Binnen mijn bedrijf Octatube kan ik binnen twee minuten een besluit nemen met verstrekkende consequenties. Aan de universiteit moest het via vele schijven en duurde het vaak maanden voor ik te horen kreeg dat een plan werd afgeschoten. Als hoogleraar heb je niet eens tekenbevoegdheid.”

Waarom dan toch die omgeving opgezocht?

“Ik zocht de discussie tussen vakgenoten op niveau. In het bedrijf ben ik de baas en doen de mensen uiteindelijk wat de directeur zegt. Daarom heb ik eerst Delft Design opgericht en later Booosting, om te sparren. Het deeltijdhoogleraarschap had ook die belofte, al ben je veel tijd kwijt aan bestuurlijke zaken. Maar het samenwerkingsverband tussen de technische universiteiten,

3TU.Bouw, was enorm inspirerend. En vergeet ook het lidmaatschap van de Koninklijke Academie van Wetenschappen niet. Dat hield me scherp en gaf energie.”

Waar komt dat drammerige vandaan?

“Ik was de oudste uit een gezin van negen kinderen. Mijn vader was aannemer en altijd aan het werk, dus ik moest mijn moeder overal mee helpen. Ik moest mijn kleine broertjes in hun broek hijsen, tegelijkertijd mijn zusjes helpen met hun huiswerk en onderwijl ook nog mijn eigen fietsband plakken. Die neiging om me overal mee te bemoeien en het beter te weten, ben ik nooit meer kwijtgeraakt.”

Vandaar het ambitieuze voorstel voor een denktank voor de bouw in 2040? Dat staat nogal ver af van uw specialisme architectonische productontwikkeling.

“Ik blijf graag concepten voor energieneutrale woningen bedenken, kabelnetgevels voor de Markthal bouwen en andere bijna onmogelijke constructies. Maar het is nog belangrijker je te realiseren hoe de gebouwde omgeving er over 25 jaar uit moet zien. Dat is ingewikkeld, omdat er zo ontelbaar veel factoren zijn die elkaar beïnvloeden. Daar moet je nu al naartoe werken en volgens mij moet de innovatieve kracht van de bouw zich daarop richten om uit de crisis te komen. Dat is zinvoller dan alleen maar kijken hoe je de eigen mensen in vredesnaam aan het werk kunt houden.”

Nooit de behoefte gehad om zelf als hoofdarchitect uw stempel op een project te drukken?

“Ik doe het soms, maar niet vaak. De meeste architecten zijn een soort componisten. Die creëren iets met bestaande middelen. Ik beschouw mijzelf als architect/uitvinder. Ik bedenk nieuwe dingen, nieuwe bouwsystemen, nieuwe componenten. Dat vind ik nog mooier, al speel je je daarmee minder in de kijker.”

Zelfs iemand als Frei Otto, uw leermeester en held, worstelde daarmee.

“Hij kreeg de erkenning voor zijn baanbrekende werk pas na zijn dood vorige week. Er waren in 1970 nog geen goede computers waarmee je zijn kabelnetconstructies, zoals het dak voor het Olympisch Stadion van München, betrouwbaar kon doorrekenen. Dat was zo’n beetje het laatste Duitse bouwexperiment ooit en ik heb er een kleine bijdrage aan mogen leveren. Frei is lange tijd verguisd, maar hij heeft wereldwijd wel school gemaakt. Ik beschouw de kabelnetgevel van de Markthal als een ode aan zijn pionierswerk.”

Heeft u zich nooit vergaloppeerd aan een project?

“De vrijgevormde schaaldaken voor het Rabin-centrum in Tel Aviv van een sandwich van vezelversterkt kunststof waren misschien een maatje te groot. Niet voor niets hebben bouwers het over ‘ free form nightmares ’. Het is uiteindelijk goed gekomen, maar vraag niet ten koste van wat. We hebben er met Octatube veel geld op toe moeten leggen. Er zaten acht innovaties in. Zes te veel in één project, weet ik nu. Afgelopen november heb ik nog, abseilendlangs het dak, persoonlijk moeten vaststellen dat de haarscheurtjes in de gelcoat geen enkel probleem vormden voor de levensduur. Het oorspronkelijk ontwerp was in beton. Dat scheurt ook altijd. Ik ben trots op het proces en het resultaat en schreef er een boek over.”

Wat is er geworden van Zappi, dat magische, onbreekbare, transparante materiaal uit uw entree rede van 1992?

“We hebben het onderzoek afgelopen december 2014 in het laboratorium bij Octatube officieel afgerond. We hadden nog een glazen ligger over van het Haags Gemeentemuseum. We braken de drie lagen van het laminaat eerst stuk voor stuk, vervolgens belastten we de gebroken ligger een maand lang zwaar. Hij boog door, als de buik van een zeug, maar bleef wel hangen. Dat is het bewijs dat je uit slimme combinaties van gehard en halfgehard glas toch veilige constructies kunt bouwen. Zelfs als ze breken is de veiligheid niet in het geding. Want het geheel valt niet naar beneden. Stapje voor stapje hebben we dat resultaat bereikt. Dichter bij Zappi kunnen we niet komen. En voor mij is dat dichtbij genoeg.”

Wat kunnen we nog verwachten van Mick Eekhout?

“Naast alle onderzoeksinitiatieven die ik wil opstarten, denk ik dat ik toch die schelmenroman maar eens ga schrijven. Ik heb zoveel meegemaakt in de internationale bouwwereld, daar zit een prachtig verhaal in met veel anekdotes. Ik rond nu de eindredactie af van twaalf feitelijke, beschrijvende boeken, waaronder een bundeling van mijn columns voor Cobouw. Daarna zet ik me aan die roman, een andere manier om kennis over te dragen. Het wordt iets à la Sjors van de Rebellenclub.”

Reageer op dit artikel