nieuws

Strijd tegen regeldruk vergt moed

bouwbreed

Achtereenvolgende kabinetten hebben telkens beloofd wat te doen aan de regeldruk in ons land. Als alle beloften waren nagekomen, dan zouden er nog maar weinig regels over zijn. Niets is echter minder waar. Toch is er wel iets gebeurd, maar het kan nog veel beter. Ferry Heijbrock

Het is een tijdje bon tongeweest onder met name politici. “Wij willen wel minder regels, maar de Europese Unie zadelt ons op met regels.” Ook premier Mark Rutte bezondigt zich er weer aan in een speech tijdens de Internationale Regeldruk Conferentie. Regeldrukwaakhond Actal heeft, zo verklaarde hij, becijferd dat ruim 50 procent van de regeldruk die bedrijven ervaren, wordt veroorzaakt door Europa. Hij vergeet daarbij te vertellen dat als Europa het niet geregeld zou hebben, Nederland het zelf wel zou hebben gedaan in verreweg de meeste gevallen.

Daar komt bij dat landen nog wel eens de neiging hebben Europese richtlijnen in nationale wetgeving om te zetten met nog wat extra regels erbij, de zogenoemde nationale top. Volgens Rutte is het kabinet er nu op gespitst om dat te voorkomen. En toch gebeurt het nog steeds.

Nog belangrijker, en gelukkig wijst de premier daar ook op, maakt het voor ondernemers helemaal niets uit waar regels vandaan komen. Of het nu de EU, de rijksoverheid, provincies, gemeenten of waterschappen zijn die de regels maken, ze hebben ermee te maken. De conclusie van Rutte is dat op alle niveaus gekeken moet worden naar regelgeving en de eventuele overbodigheid daarvan. Pas dan zet deregulering zoden aan de dijk.

Tot nu toe merkt de gemiddelde ondernemer weinig van minder regeldruk en lagere lasten. Soms komt dat omdat er geen sprake is van schrappen van een regeling, maar vervangen door een andere regeling. Een andere keer worden regels gebundeld, zoals nu gebeurt met de ruimtelijke regels in de Omgevingswet. Die ene omgevingsvergunning heeft evenmin heel veel opgelost. Nog steeds hebben vergunningverleners alle mogelijke gegevens nodig. Het probleem is nu dat die al vaak geleverd moeten worden terwijl ze er nog niet zijn.

Dat neemt niet weg dat juist in de ruimtelijke regelgeving al het nodige aan de gang is, zoals de projectleider Nu al Eenvoudig Beter van het ministerie van I&M, Lennert Goemans, vertelt aan Platform31. Het praktijkprogramma loopt nu ruim een jaar onder uitvoeringsverantwoordelijkheid van Platform31 en Landwerk. Zij zetten zich in om vooruitlopend op de nieuwe Omgevingswet die voor de zomer naar de Tweede Kamer wordt gezonden, vernieuwende praktijken op het gebied van deregulering, versnelling van procedures en cultuuromslag over het voetlicht te brengen.

Het heeft volgens Goemans al geleid tot vele goede voorbeelden waar lagere overheden bezig zijn hun regels te vereenvoudigen. Een goed voorbeeld is Zaanstad waar 127 beleidsdocumenten en verordeningen die de gemeente zelf had gemaakt, zijn teruggebracht naar veertig. “Zo’n slag zou iedere gemeente moeten maken, maar daar is bestuurlijke moed voor nodig”, weet Goemans.

Het aardigste is dat het programma aantoont dat er nu al veel kan zonder dat er één regel is gemaakt. Een slimmere aanpak kan wonderen doen. Slimme, flexibele regelgeving stelt het doel centraal en niet het middel, is zijn verklaring. Dat neemt niet weg dat dit soort flexibele regelgeving niet overal bestaat. Juist op dat punt kunnen dus nog slagen worden gemaakt.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels