nieuws

‘In veenweiden ligt een bijzondere bouwopgave’

bouwbreed

Flexibele heipalen, drijvende wegen. Nieuwe ideeën zijn nodig om de toeristische knuffelbeer veenweide meer draagkracht te geven. ‘‘De wegen zakken hier weg.’’ Theo Leoné

Het Veenweiden Innovatiecentrum in Zegveld put zich uit om het oude cultuurlandschap vitaal te houden. De veenweiden zijn een nationaal visitekaartje, maar niet onbedreigd. Grondgebonden landbouw – en dan nog rendabel ook – is hard nodig. Anders slaat snel de verloedering toe.

Geëxperimenteerd wordt met onderwaterdrainage. De leidingen gaan niet langer de grond in om zo vroeg mogelijk in het seizoen droge voeten te hebben, maar om een gelijkmatig grondwaterpeil te bereiken als middel tegen bodemdaling. “Sturen met water”, zegt ideeënman Frank Lenssinck van het innovatiecentrum. “We denken na over mogelijkheden hoe de landbouw zo goed mogelijk diensten kan leveren.”

Het innovatiecentrum praat voorzichtig met waterschappen. Wat zijn de mogelijkheden voor extra waterberging? Kan de regie over het gebied wellicht gedeeltelijk terug naar de gebruikers? Dan kunnen – als vorm van dienstverlening – de waterstanden efficiënter dan nu het geval is worden gereguleerd. Terwille van een optimaler gebruik van het gebied.

Lenssinck ziet mogelijkheden voor zich van de productie van olifantsgras, basis voor spaanplaat en bindstof lignine voor de lijmindustrie. Te denken valt aan de teelt van vis, eendenkroos en wateraardappel. Zo’n 10 tot 15 procent van de veenweiden bestaat immers uit water.

Een vraagstuk op zich vormt de infrastructuur. De vrachtwagens worden steeds zwaarder, de in te zetten machines voortdurend breder. “De wegen zakken weg. De oplossing wordt gevonden in een laag extra asfalt. Maar dan zakt onder het toenemende gewicht de weg nog sneller. Op sommige plaatsen ligt meer dan een meter dik asfalt. Kunnen we niet beter overgaan tot de aanleg van drijvende wegen?”

Ook bij de netwerkbekabeling heeft Lenssinck zo zijn bedenkingen. Is in het buitengebied niet slimmer met geld om te gaan? Het beeld licht op van zelfregulerende dorpen die hun eigen energie opwekken.

“In de veenweidegebieden ligt een bijzondere bouwopgave. We moeten elkaar opzoeken. Liggen de oplossingen in drijvende wegen, stallen en kassen? Rotterdam heeft het project van de drijvende melkfabriek.”

Lenssinck denkt dat de bouw niet zo goed op de hoogte is van de vragen die in de veenweidegebieden leven. Natuurlijk, tegen de onvermijdelijke verzakkingen wordt van oudsher gebouwd op palen. Maar waarom biedt nog niemand een krimpende heipaal aan? Zo eentje die neerwaarts meebeweegt met de vracht die hij draagt?

“De veranderingen in de veenweiden gaan snel. Daarom wordt ook snel vervangen. Maar ik vraag me af waarom we de melkstallen zo robuust bouwen als we momenteel doen. Is een aanpak met containers, met waarborging van de ruimtelijke kwaliteit, niet zinvoller? Bij de volgende verandering haal je ze zo weer uit elkaar.”

Bodemdaling

De bodemdaling in de veenweidegebieden bedraagt 1 tot 2 centimeter per jaar. Na een eeuw is het maaiveld tot 2 meter gedaald, met alle gevolgen van dien voor infra en gebouwen. De daling treedt op door verdroging en oxidatie van het veen, in een reactie met zuurstof. Het proces gaat jaarlijks gepaard met de uitstoot van een hoeveelheid kooldioxide ter grootte van de emissie van twee miljoen personenwagens. De klimaatverandering versterkt de bodemdaling in de veenweiden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels