nieuws

‘Als je in Amsterdam actief bent, word je voor vol aangezien’

bouwbreed

‘Als je in Amsterdam actief bent, word je voor vol aangezien’

Kijlstra Betonmortel was tot 2005 een kleine mortelleverancier in Noord-Nederland. Onder de naam Betonmortel Nederland wil het van oorsprong Friese bedrijf, dat inmiddels zes centrales heeft, een speler van formaat worden. “Sinds we in Amsterdam zitten, worden we serieus genomen”, zegt directeur Mannes van Eerde.

“Net klaar.” Mannes van Eerde wijst trots naar zijn nieuwe visitekaartje. “Straks zie je die blauwe ballen overal.” De komende maanden worden alle betonwagens en mortelcentrales van Kijlstra Betonmortel overschilderd.

Betonmortel Nederland wordt de nieuwe naam. “Dat klinkt beter. Als een serieus te nemen partij ook”, vindt adjunct-directeur Peter van Huis. “In Friesland is Kijlstra een begrip, maar in Amsterdam en Utrecht is die naam minder bekend.”

De directie van Kijlstra Betonmortel besloot in 2005 dat uitbreiding hard nodig was. Het bedrijf had op dat moment twee betoncentrales, in Drachten en Wildervank. “Het werd steeds moeilijker om met twee centrales een hele organisatie op poten te houden”, zegt directeur Mannes van Eerde. “We moesten een deel van het personeel ontslaan en meer met zzp’ers gaan werken, of meer centrales nemen.”

Het bedrijf koos voor uitbreiding. De afgelopen zeven jaar kocht Kijlstra centrales in Swifterbant, Vianen en Emmen. In december vorig jaar kwam daar de voormalige centrale van Bizon Betonmortel in Amsterdam bij. Binnenkort wordt een zevende – demontabele – centrale in werking gesteld, in de IJssel bij Deventer. Het bedrijf is in de afgelopen jaren radicaal anders gaan werken. “We proberen meer met de klant mee te denken, verkopen geen nee meer.”

De zes centrales van de mortelleverancier zijn samen goed voor 20 miljoen euro omzet. Vanuit de centrales brengen veertig eigen betonmixers van het bedrijf de betonmortel naar bouwprojecten in Noord-, Noordwest- en Midden-Nederland. “We willen zoveel mogelijk in eigen hand houden. Dus ook het transport”, legt Van Eerde uit. Tegelijkertijd zijn er steeds meer concurrenten die het vervoer van de mortel door externe partijen laten doen. “Een slechte ontwikkeling, vinden wij. Je wilt toch zelf controle houden over het product? Bovendien kunnen wij sneller anticiperen op onverwachte bestellingen. We hoeven niet eerst een vervoerder op te piepen.”

Flexibiliteit

Momenteel heeft het bedrijf circa 65 vaste werknemers. “We hebben het de laatste jaren anders aangepakt”, legt Van Eerde uit. Zo zijn bedrijfsleiders niet langer verantwoordelijk voor slechts één centrale en zijn de betonmixers in principe in het hele land inzetbaar. “We vragen maximale flexibiliteit van onze werknemers”, zegt Van Eerde. “Onze mensen moeten bereid zijn overal te werken. Als we het met het vaste personeel niet aankunnen, huren we zzp’ers in.”

Veel vast personeel is een bewuste keuze, legt Van Huis uit. “Onze mensen hebben passie voor en kennis van beton. Dat willen we graag binnen de organisatie houden. Met zzp’ers is dat lastiger, hebben we gemerkt.” Betonmortel Nederland probeert een A-merk te zijn. “We sturen meestal een van onze eigen betontechnologen mee met de mortel”, zegt Van Huis. “Die houdt in de gaten hoe de mortel verwerkt wordt. Je kunt nog zulk goed spul leveren, als het niet goed wordt verwerkt, heb je er niets aan.” Die opstelling wordt gewaardeerd door klanten, merkt Van Eerde. “Dankzij de meerwaarde die we bieden zijn we in staat iets meer te vragen.”

Dat is hard nodig, want op prijs is het voor de betonmortelleverancier moeilijk concurreren. Grote concurrerende mortelleveranciers als Mebin (30 centrales), Cementbouw (25 centrales) en Dyckerhoff Basal (19 centrales) hebben bijvoorbeeld een zand- of cementleverancier in eigen huis. “Dat maakt het voor hen makkelijker om te spelen met de prijs. Wij kopen alles van derden en zijn dus qua inkoop iets duurder uit. Tenminste, dat denken we.”

Betonmortel Nederland merkt wel dat de concurrentie meer rekening is gaan houden met het bedrijf. “Tot voor kort werden we gezien als kleine speler, zagen ze ons niet staan. Dat is nu wel anders. Sinds we in Amsterdam zitten, worden we serieus genomen. Het is moeilijk o m er voet aan de grond te krijgen. We hebben er ook goed in geïnvesteerd. Maar als je daar actief bent, word je voor vol aangezien.”

Agrarische sector

Betonmortel Nederland is, zoals wel meer centrales in het noorden van het land, van oudsher voor een groot deel actief in de agrarische sector. Nog altijd wordt ongeveer de helft van de in de noordelijke centrales van Betonmortel Nederland geproduceerde betonmortel verwerkt in mestbassins, sleufsilo’s of melkfabrieken. “Dat werk voor boeren loopt nog aardig”, merkt directeur Mannes van Eerde.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels