nieuws

‘We behoren nu tot de grotere jongens’

bouwbreed

Royal Haskoning DHV wil beter zijn dan de klanten vragen. Saai? De ingenieurs zwermen uit naar alle landen. Ze ontwerpen brouwerijen en vijzelen wolkenkrabbers op. Theo Leoné

De glorietijd van Nederlandse ingenieurs die in kaki-pak leiding geven aan buitenlandse projecten is voorbij. Steeds meer ligt het accent op lokale samenwerking en het inbrengen van onmisbare nichekennis.

“Het ouderwetse expatmodel is aan het veranderen”, zegt Erik Oostwegel, bestuursvoorzitter van Royal Haskoning DHV. “De westerse man die oppast op de troepen zie je al lang niet meer. Er vindt een lokalisering van het management plaats. De directeuren komen – met een westerse manier van werken – steeds meer uit de eigen omgeving. Wij blijven veel mensen naar het buitenland sturen maar dan vooral op hun nichekennis.”

Haskoning DHV werkt sterk internationaal. Het aandeel van de buitenlandse omzet is in twee jaar tijd toegenomen van ruim 40 naar bijna 60 procent. Het jaar 2013 is om snel te vergeten. Oostwegel zegt, in de aanloop naar de harde jaarcijfers: “2013 wordt geen mooi jaar. We hebben onze budgetten niet gehaald.”

Het ingenieursbedrijf heeft een spannend jaar van verder krimpende markten achter de rug. “ Never waste a good crisis”, prikt Oostwegel. “De fusie heeft veel energie gekost, ook intern.” Maar de samenbundeling heeft wel een krachtiger onderneming opgeleverd. Met een sterke geografische spreiding en verbreding van de specialismen. Zo bracht DHV topkennis op het vlak van afvalwater en luchthavens binnen en kwam Royal Haskoning met zijn havenkennis en drinkwater.

“Van een cultuurverschil tussen beide bedrijven was eigenlijk geen sprake. De mensen lijken op elkaar, komen voor een deel uit dezelfde schoolbanken. Er is geen geld over en weer gegaan. Heel zeldzaam, een fusie tussen gelijken.”

Functiehuis

Bij het komen tot een goede stafuitwisseling maakt het bureau gebruik van een internationaal geldend functiehuis. Voor de projectleider klasse A in bijvoorbeeld Mozambique gelden daardoor dezelfde kwalificaties als waar ook ter wereld. Oostwegel wil nog een stap verder gaan met de invoering van chartered engineers, een stelsel van gecertificeerde specialisten. In Engeland is de werkwijze al gemeengoed.

“We moeten ons als ingenieurs meer profileren. We vechten allemaal tegen een saai imago. Veel mensen begrijpen eigenlijk niet wat een raadgevend ingenieursbureau doet. Technische beroepen verdienen een grotere populariteit.”

Zo vanzelfsprekend allemaal, de muziek uit de radio, water uit de douchekop en het station met zijn treinen. Wie iets verder kijkt, stuit al snel op slim ingenieurswerk. “Het zijn de ingenieurs die het dagelijkse leven van ons allen mogelijk maken. En als we dan zo’n unieke positie hebben in dat mogelijk maken van ieders dagelijkse leven, waarom zouden we het dan niet proberen heel erg goed te doen, misschien wel net iets beter doen dan de opdrachtgever van ons vraagt?”

Oostwegel: “De bouwer laat zijn pand zien, de architect zijn ontwerp. Waar zien we de ingenieur? Neem het gebouw De Rotterdam, de verticale stad op de Wilhelminapier. Het grootste gebouw van Nederland, ontworpen door Rem Koolhaas (OMA), staat op een eiland dat tijdens de bouw langzaam zakte. Beetje bij beetje werd tijdens de bouw De Rotterdam opgevijzeld. Dat hebben onze constructeurs echt knap berekend.”

Tot de dagelijkse missie van zijn ingenieursbureau hoort volgens Oostwegel om – op zoek naar de beste oplossing – de opdrachtgever te prikkelen en durven zijn vraag te tarten. Puur om voor de klant tot meerwaarde te komen. “Grote bedrijven als Shell en Rijkswaterstaat staan open voor dit soort innovatie en creativiteit. Ik moet toegeven er zijn ook klanten die er minder voor open staan. Maar dan hebben we het tenminste geprobeerd…”

Oostwegel zegt weg te willen van een op Nederland gericht bedrijf. Het speelveld is de wereld. Het eenvoudige ingenieurswerk kunnen velen. De kunst is om ingewikkelder opgaven tot een goed einde te brengen met behulp van je internationale netwerk van specialisten. Daar kan het bedrijf uitblinken.

“Neem de Heineken-brouwerij in Ethiopië. Daar werken we met teams aan uit Rotterdam, Nijmegen, Ho Chi Minstad, Birmingham en Peterborough. Transnationaal.”

Consolidatie

Voor Royal Haskoning DHV is 2014 een jaar van consolidatie. “Verdere ingrepen zijn niet gepland, maar we zullen altijd op afdelingsniveau blijven kijken of het klopt. Als de werkstroom opnieuw tegenvalt, moeten we ingrijpen, maar onze capaciteit is nu goed afgestemd op de marktvraag. Op de wat langere termijn zal de (omzet)groei voornamelijk uit het buitenland komen is de verwachting, niet uit Nederland.”

Oostwegel: “Door de fusie zijn we echt tot de grotere jongens gaan behoren. Dat bevalt ons goed. Nog steeds is een groot deel van de omzet afkomstig van kleine projecten. Die blijven we ook doen. Maar de geldstroom uit grote projecten, van een half tot vele miljoenen euro’s, is toegenomen tot 40 procent van de omzet.”

Van grootvader op zoon

Erik Oostwegel (1966) leidt sinds de jaarwisseling Royal Haskoning DHV. Geen enkel ander ingenieursbureau heeft zoveel Nederlandse medewerkers: 3500. Als telg uit een Limburgs ingenieursgeslacht studeerde Oostwegel in Delft (werktuigbouwkunde, industriële organisatie) en reisde al snel voor het kleine ingenieursbureau GEM Consultants (spin-off van de Graan Elevator Maatschappij) de wereld rond. De overname van GEM Consultants bracht Oostwegel bij Royal Haskoning, waar hij in 2011 de rol van bestuursvoorzitter overnam van Jan Bout. Samen met Bertrand van Ee (topman van DHV) bereidde de Limburger de fusie voor tot Royal Haskoning DHV. Het bedrijf had eind 2012 met zo’n zevenduizend medewerkers een omzet van ruim 700 miljoen euro.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels