nieuws

Waar ‘emvi’ ophoudt

bouwbreed

De Aanbestedingswet schrijft voor dat opdrachten worden gegund op grond van de economisch meest voordelige inschrijving (emvi) tenzij dit gemotiveerd wordt gepasseerd. De wetgever geeft de aanbestedende dienst de vrijheid om naar eigen oordeel de wegingsfactoren binnen de emvi in te delen. Deze vrijheid is echter aan grenzen gebonden, oordeelt de voorzieningenrechter rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2014:454).

De gemeente kondigt een Europese niet-openbare aanbesteding aan. Eén van de gegadigden merkt op dat de subgunningscriteria slechts 4 procent van de maximaal te behalen score bedragen: “Het lijkt toch te gaan om een aanbesteding op laagste prijs in plaats van emvi zoals bedoeld in de wet.”

De gemeente is het hier niet mee eens, de gegadigde zoekt steun bij de Commissie van Aanbestedingsexperts. Deze stelt vast dat de wetgever de aanbestedende dienst vrij wilde laten in de invulling van de emvi-voorwaarden, maar dat deze vrijheid haar grens bereikt waar de keuze voor het gunningcriterium emvi de facto neerkomt op een keuze voor het gunningcriterium van de laagste prijs. Experts van de commissie onderzoeken in hoeverre waardering van de kwalitatieve aspecten (naast prijs) van invloed kan zijn op de rangorde. Op basis van hun bevindingen concludeert de commissie dat weliswaar formeel de gunningscriteria van emvi zijn gehanteerd, maar dat materieel sprake is van gunningscriteria van de laagste prijs.

Gewapend met dit oordeel stapt de gegadigde opnieuw naar de gemeente. Zij blijft echter bij het standpunt dat het een aanbesteding op basis van emvi betreft. Gegadigde (inmiddels afgewezen inschrijver) zoekt het hogerop in kort geding bij de voorzieningenrechter en wijst op het advies van de commissie. Voordat de rechter dit advies inhoudelijk behandelt, stelt hij vast dat het niet bindend is en dat het in deze procedure vrije bewijskracht toekomt. De rechter zal het op waarde waarderen. De rechter merkt wel op dat er betekenis kan toekomen aan de deskundigheid van de leden van de commissie en haar experts.

De voorzieningenrechter: “Zoals ook de commissie heeft overwogen, moet worden aangenomen dat die vrijheid (…) haar grens heeft bereikt waar de keuze van de aanbestedende dienst voor het emvi-criterium de facto neerkomt op een keuze voor het gunningscriterium van de laagste prijs”. De aanbesteding had dus het criterium laagste prijs en het hanteren van dat criterium kan dus alleen als de afwijking gemotiveerd is. De motivering ontbrak, dus was de opdracht in strijd met art. 2.114 Aanbestedingswet onrechtmatig aanbesteed.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels