nieuws

Wethouders willen lagere prijzen Rijk

bouwbreed

Het Rijk moet bij de afstoot van zijn overtollige vastgoed niet wachten op betere prijzen maar direct zijn verlies nemen. Dat vinden twee oud-wethouders.

Als verantwoordelijk minister Blok vasthoudt aan zijn huidige strategie van het onderste uit de kan halen bij de verkoop van overtollig rijksvastgoed, zal het Rijk er in de verste verte niet in slagen de 3,5 miljoen vierkante meter overtollige gebouwen te vervreemden. Dat zeggen oud-wethouders Marnix Norder en Maarten van Poelgeest in reactie op de adviezen van het College van Rijksadviseurs (CRa) en de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli).

Minister Blok legde de raad van de wethouders naast zich neer. “Het is mijn opgave om het onderste uit de kan te halen”, zei hij tijdens de presentatie van de adviezen in het voormalige Europol-kantoor in Den Haag. Niet alleen marktpartijen maar ook gemeenten en provincies dienen volgens hem een marktconforme prijs te betalen.

Wel zei hij “een bijzondere verantwoordelijkheid” te voelen voor het met belastinggeld gefinancierde rijksvastgoed. “Ik wil de verloedering van steden niet op mijn geweten hebben”, aldus Blok.

Verpaupering

Oud-wethouder Maarten van Poelgeest (GroenLinks) vreest dat het Rijk een heilloze weg inslaat. “Als wethouder heb ik marktpartijen al die jaren voorgehouden hun verlies te nemen en af te waarderen. Verpaupering vindt juist plaats als het Rijk de hoofdprijs vraagt of wacht tot de markt verbetert. Het Rijk heeft ook geen verstand van vastgoed. Draag het daarom voor een lagere prijs over aan de gemeenten waarin het vastgoed is gelegen.”

Zijn Haagse oud-collega Marnix Norder (PvdA) stelt dat Blok veel meer naar de markt moet luisteren. “De overheid kan het verkoopproces niet dicteren en denken de hoofdprijs te krijgen. Laat marktpartijen plannen maken en met oplossingen komen. Er is geen Europese regelgeving die dat verbiedt.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels