nieuws

Mortelcentrale Albeton geheel naar wens ingericht

bouwbreed Premium

Mortelcentrale Albeton geheel naar wens ingericht

Staalvezels scheiden, wegen en doseren in de menger, in plaats van in de truckmixer. Veel silo’s en vakken voor de opslag van grondstoffen en materialen en een eigen kade voor de aanvoer van zand, grind en cement. Heimen Droog, directeur van Albeton is tevreden met zijn nieuwe onderkomen: “Door te verhuizen naar het Amsterdamse stadsdeel Westpoort hebben we al onze dromen waar kunnen maken.”

Albeton (Algemene Betonmaatschappij) houdt kantoor in Krimpen aan den IJssel, maar heeft een betoncentrale in Amsterdam. “Voorheen hadden we twee fabrieken aan de Cruquiusweg in Amsterdam-Oost”, aldus Heimen Droog. “Een van de twee moest worden vernieuwd. Bovendien verandert die locatie langzaamaan in een woongebied. Daarom hebben we de grond verkocht aan woningontwikkelaar Amvest. We hebben een nieuwe fabriek gebouwd op een terrein aan de Ankerweg in Westpoort. Dat is centraal gelegen, goed bereikbaar via de twee Coentunnels en de Westrandweg. Het was een grasveld, dus we konden alles inrichten zoals we zelf wilden, dat is een groot voordeel. De bouwtijd was zeer kort. Voor de verhuizing hebben we de vakantie gebruikt.”

Bouwbedrijf M.J. de Nijs en Zonen uit Warmenhuizen, een vaste klant van Albeton, realiseerde voor een aanneemsom van zo’n 6 miljoen euro het kantoor, de weegbrug, de blokkenmakerij, de kraanbaan, de bulkopslag, de wasplaats en de garage. Van Rossum Bouwkunde uit Amsterdam trad op als constructeur. De centrale is geleverd door Rotonde uit Delden, die de staalconstructie heeft uitbesteed aan Janssen Staalbouw uit Horst. Jonker uit Eibergen leverde de besturing van de centrale. “De mengers zijn Duits en de transportbanden komen uit Italië”, aldus Droog. “De centrale is bijna 30 meter hoog, heeft gevels van geïsoleerde beplating en wordt verwarmd. We slaan 1000 ton materiaal op boven in de centrale, droog. Zand en grind kan daar niet bevriezen. Enkele trechters tussen de kade en het terrein zijn ook verwarmd. We kunnen ook op winterdagen doordraaien.”

Albeton heeft zo’n dertig werknemers, waarvan zes betontechnologen. “We zijn hier in staat heel veel verschillende producten te leveren. We beschikken over twintig truckmixers, waaronder een ecodrive van Mulder. Die heeft een elektrisch aangedreven mixer. Dat levert een besparing op van zo’n 30 procent op de brandstofkosten. Geen fijnstof en geluid van de dieselmotor, dat is plezierig voor omwonenden in de stad. Op de centrale hebben we meerdere punten om de trommel tijdens het laden, wassen en spoelen op elektriciteit te laten draaien. Op de bouw koppelen we de mixer aan bouwstroom. De generator voor het draaien van de trommel onderweg heeft een vermogen van 30 pk. We hebben ook oplaadplekken voor elektrische auto’s van ons personeel”, aldus Droog. De nieuwe centrale heeft drie mengers, twee dubbelassige dwangmengers met schoepen die tegen elkaar in draaien, en een slurrymenger voor anhydrietspecie en andere producten zonder grind. De tweede menger kan voor alle producten ingezet worden. Droog: “Staalvezels doseren we in de menger, dus niet in de truckmixer en ook niet op de bouwplaats. Dat doen we met een stalen doseerunit (met een spiraalvormige baan tegen de buitenwand), waarin de vezels uit big bags worden gelost. De staalvezels worden omhoog getrild en uit elkaar getrokken. Ze gaan via een pijp naar de menger. Ze worden afgewogen door negatieve weging. Tijdens de rit naar de bouwplaats draait de mixer om ontmenging te voorkomen. Door de trillingen van de truck zouden zware delen in de betonmortel anders naar beneden zakken. We gebruiken vloeibare kleurstof, gekalibreerd afgewogen en in de menger in de mortel gemengd. Hierdoor is het mogelijk levering van homogeen gekleurde beton te garanderen.’’

Volgens Droog zou elke betonmortelleverancier op deze manier staalvezels en kleurstoffen moeten doseren. “We zijn heel flexibel. De klant is koning”, meldt de directeur. “De beslissingen over de hoeveelheid en de planning liggen uiteraard bij de aannemer. We communiceren veel over de kwaliteit, het adviseren wordt intensiever. Onze betontechnologen kunnen speciale producten ontwikkelen en beproeven. Ik vind dat elke mortelcentrale minimaal één betontechnoloog hoort te hebben. Elk mengsel heeft zijn eigen recept. Water, zand, grind, cement en hulpstoffen van de derde generatie, pce’s (polycarboxylaatethers) om de verwerkbaarheid te optimaliseren. We hebben twee installaties voor het recyclen van beton en anhydriet. We hergebruiken niet alleen het spoelwater, maar ook het materiaal.”

Zand, grind en cement worden per schip aangevoerd. “Alles wat per schip kan moet per schip. De vaarwegen hebben nog ruim voldoende capaciteit. Het kost minder, is veiliger en neemt het terrein van de centrale niet in beslag. We zijn als familiebedrijf vrij in de keuze voor producenten en leveranciers van cement en toeslagstoffen. Dat is prettig. We kunnen kiezen op basis van kwaliteit”, aldus Droog.

Albeton toont betrokkenheid met zowel de leveranciers als haar klanten. “Architecten zien we hier zelden, maar constructeurs vragen regelmatig advies. De kennis van constructeurs zou beter kunnen, vind ik. Ze schrijven bijvoorbeeld een hoge milieuklasse voor als het niet nodig is. De centrale heeft een CO2-monitor. We kunnen straks de CO2-emissie van een kuub mortel bepalen met inbegrip van het produceren, het mengen en het transport naar de bouwplaats.” Het heeft zin om daar aandacht aan te schenken, want beton draagt behoorlijk bij aan de CO2-emissie.

  

Foto: Albeton. 

Reageer op dit artikel