nieuws

Malaise in bouw breed gevoeld

bouwbreed

Malaise in bouw breed gevoeld

Minder omzet, minder winst. De Cobouw50, woensdagavond gepresenteerd op Paleis Soestdijk, laat er geen misverstand over bestaan: de vijftig grootste bouwondernemingen van Nederland zijn nog lang niet boven Jan.

De bouw is nog lang niet uit het dal. Dat maakt het financiële overzicht van de grootste bouwondernemingen van Nederland andermaal duidelijk. In 2013 moest de top 50, na jaren van krimp, opnieuw inleveren. De bedrijfsopbrengsten daalden met 2,8 procent tot 30,9 miljard euro, bijna 1 miljard minder dan in 2012 en ruim 5 miljard minder dan 2008, het laatste jaar voordat de crisis de bouw in zijn greep kreeg. De gemiddelde winstmarge (netto) zakte tegelijkertijd van 1,4 procent naar 1,1 procent.

De malaise wordt breed gevoeld. Maar liefst dertig van de vijftig grootste bouwers kregen een omzetdaling voor hun kiezen; elf met 10 procent of meer. Veruit de grootste omzetval maakte Prins Aanneming Maatschappij. Het moederconcern van Van den Herik zag de opbrengsten – vooral als gevolg van het faillissement van dochter Jaartsveld begin 2013 – met 43 procent zakken. Maar ook Tijhuis (-29 procent), Trebbe (-24 procent) en de VB Groep (-18 procent) behaalden fors minder omzet.

Hoewel het aantal bouwers dat een winstdaling moest slikken, sterk afnam – van 42 in 2012 naar 29 afgelopen jaar – steeg het aantal verlieslatende bedrijven; van 9 naar 11. Ook het aantal aannemers met een winstmarge onder de 1 procent nam toe: van 23 naar 24.

Zo matig als G. Tijhuis Holding deed geen enkele onderneming het. De houdstermaatschappij van Roosdom Tijhuis noteerde een marge van -15,2 procent. Niet eerder sinds het opstellen van deze benchmark behaalde een top50-bedrijf een zo lage marge. Ook Hurks en Ballast Nedam presteerden voor hun doen ondermaats in 2013. Hurks zag, door afschrijvingen op het belang in Ballast Nedam, de marge dalen tot -5,1 procent. De nettomarge van Ballast Nedam zelf kwam uit op -3,2 procent.

Veel beter deden Boskalis en Van Oord het. Zij sloten het jaar af met een winstmarge van respectievelijk 10,4 procent en 7,9 procent. Al jaren behoren de twee baggerconcerns tot de best presterende ondernemingen in de Cobouw50. Van Oord moest deze keer wel Brihold voor zich dulden. De moeder van de Ten Brinke Groep hield onder aan de streep 9,2 procent over. Hemubo (6,9 procent) en Van Wanrooij Bouw & Ontwikkeling (5,2 procent) hadden ook weinig reden tot klagen.

Op het vlak van omzet deed met name M.J. de Nijs en Zonen van zich spreken. De bouwer uit Warmenhuizen voerde de bedrijfsopbrengsten met maar liefst 40 procent op – en klom zo acht plaatsen op de ranglijst. A. Hakpark deed het met een omzetstijging van 27 procent eveneens bovengemiddeld goed. Jorritsma (18 procent), Strukton (17 procent) en SBB (15 procent) complementeren de top 5 van grootste omzetgroeiers.

De ranglijst telt dit jaar zeven nieuwkomers: Dusseldorp, Coen Hagedoorn, Fraanje, UBA, H4A, Thunnissen en Hendriks Bouw en Ontwikkeling. UBA en Hendriks zijn ‘oude bekenden’; ze stonden al eens eerder in de top 50. Dusseldorp, dat binnenkomt op plek 20, ‘profiteert’ van het besluit om voortaan ook sloopaannemers op te nemen in de lijst. Coen Hagedoorn, Fraanje, H4A en Thunnissen hebben hun debuut in de Cobouw 50 vooral aan zichzelf te danken: ze hielden de omzet op peil of wisten deze te verhogen. Ook werden ze ‘geholpen’ door het faillissement van De Combi en omzetverlies bij Heerkens van Bavel, Jurriëns en Dekker Beheermaatschappij Krabbendam, de nummers 42, 49 en 50 van vorig jaar.

Grote afwezigen dit jaar zijn Plegt-Vos, VBK Beheer en Breijer Bouw en Installatie. Van de eerste twee waren de jaarrekeningen niet tijdig beschikbaar, waardoor ze niet konden worden opgenomen in de lijst. Breijer, dat onderdeel uitmaakt van de Facilicom Groep, kent geen eigen jaarrekening. Gezien hun omzetniveau horen de drie wel thuis in de Cobouw 50. Zo was Breijer in 2013 goed voor ruim 122 miljoen aan bedrijfsopbrengsten. De omzet van VBK lag rond de 60 miljoen.

Regiobouwers

De Cobouw50 bevat dit jaar voor het eerst een overzicht van de grootste bouwbedrijven per provincie. Deze lijst is zeker niet volledig. Dat komt doordat van sommige regiobouwers geen jaarrekening beschikbaar was. Maar ongetwijfeld zijn er ook bedrijven ‘over het hoofd gezien’. Bedoeling is om de komende jaren dit overzicht te vervolmaken zodat uiteindelijk van elke provincie de vijf grootste regionale bouwbedrijven kunnen worden gepresenteerd. Daarbij kan de redactie uw hulp goed gebruiken. Denkt u thuis te horen in de regiolijst, laat het ons dan weten. Kent u bedrijven die tot de grotere regiobedrijven behoren, meld het ons. 

Opvallend

PwC, dat voor het zesde opeenvolgende jaar de Cobouw50 heeft helpen opstellen, constateert een opvallend fenomeen in de bouw: terwijl de bouwbedrijven afgelopen jaren hard gewerkt hebben aan de verlaging van hun kostprijs, zijn hun winstmarges niet gestegen. De verklaring daarvoor moet gezocht worden bij de aannemers zelf, denkt Edmond Verstraete, voorzitter van de sectorgroep bouw van PwC. “Bouwers zijn er meesters in om de doorgevoerde bezuinigingen en besparingen weer terug te geven aan hun opdrachtgevers”, zegt hij. “Als je kostprijs daalt, zou je meer winst moeten boeken. Maar bouwbedrijven gebruiken de voordelen om lager in te schrijven op projecten. Ze geven hun efficiencyvoordelen dus weer weg.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels