nieuws

Resultaten uit het verleden

bouwbreed Premium

Resultaten uit het verleden

Bij veel aanbestedende diensten bestaat de behoefte om prestaties uit het verleden (‘past performance’) mee te nemen bij nieuwe opdrachten. Eerdere ervaringen kunnen namelijk aanwijzingen geven over de kwaliteit van de inschrijver en zijn toekomstige prestaties. Maar het blijft een subjectieve beoordeling met grote gevolgen. Dit heeft een aannemer in het zuiden van het land onlangs aan den lijve ondervonden (ECLI:NL:RBLIM:2014:6754).

Begin dit jaar had de aannemer een aanbesteding van de gemeente Sittard-Geleen gewonnen voor de reconstructie van drie straten in het centrum van Sittard. In de aanbestedingsstukken was het volgende bepaald: “Er kunnen mogelijke vervolgopdrachten voor soortgelijk werk worden verstrekt. (…) Het daadwerkelijk verstrekken van een vervolgopdracht is mede afhankelijk van de geleverde prestatie (…) ten aanzien van de oorspronkelijke opdracht.” Een half jaar later verneemt de aannemer dat de gemeente een meervoudige onderhandse aanbestedingsprocedure is gestart voor een vervolgopdracht zonder de aannemer hierin te betrekken. Hiertegen komt de aannemer in het verweer.

De rechter stelt eerst vast dat het al dan niet gebruik maken van de optie een discretionaire bevoegdheid van de gemeente is. De gemeente moet haar keuze om de aannemer niet te contracteren echter wel deugdelijk motiveren. Is dit het geval geweest?

Duidelijk is dat de gemeente haar besluit om de optie niet te ‘lichten’ heeft gebaseerd op een tussenevaluatie van een projectleider, waarin is opgenomen dat de prestaties van de aannemer niet aansluiten bij het wensbeeld van de gemeente en dat met name aan de procesmatige kant tekortkomingen zijn vastgesteld. De projectleider heeft zijn oordeel gebaseerd op eigen waarneming, een rapportage van bouwadviseur Arcaris, adviezen van de afdeling inkoop én op stukken en verslagen van de voortgang van het project.

De rechter oordeelt dat de gemeente aldus niet onzorgvuldig heeft gehandeld. Het besluit is zorgvuldig voorbereid en de betrokken belangen voldoende afgewogen. Dat de gemeente bij haar besluit geen doorslaggevend gewicht heeft toegekend aan bijvoorbeeld de reeds door de aannemer gedane investeringen, vindt de rechter niet onredelijk. Op voorhand was immers duidelijk dat de gunning van vervolgopdrachten afhankelijk zou zijn van de uitvoering van de oorspronkelijke opdracht.

Het blijft dus opletten bij aanbestedingen en vervolgopdrachten. Resultaten uit het verleden bieden immers geen garantie voor de toekomst!

Femke Rasenberg, advocaat bij Boekel de Nerée

Reageer op dit artikel