nieuws

‘Regels afboeken vastgoed overbodig’

bouwbreed Premium

De overheid moet regels maken om te hoge boekwaarden van leegstaand vastgoed tegen te gaa. Aldus twee rapporten die de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (RLI) woensdag presenteerde aan minister Blok (wonen). De Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed, Nederland (IVBN) en projectontwikkelaarsorganisatie Neprom plaatsen kritische kanttekeningen bij de rapporten.

Het afwaarderen en vervolgens transformeren van leegstaand vastgoed zijn volgens de RLI belangrijke componenten van de ruimtelijke ontwikkelingen die de komende jaren gestalte moeten krijgen. Dat valt te lezen in de rapporten ‘De toekomst van de stad’ en ‘Kwaliteit zonder groei’. Voor de overheid is een taak weggelegd om hiervoor regels te ontwikkelen, vindt de RLI (zie Cobouw24 april). “Als dat inderdaad gebeurt, zullen institutionele beleggers daarvan weinig merken”, zegt Frank van Blokland, directeur van de IVBN. “Wij taxeren jaarlijks ons vastgoed en als dat nodig is, boeken we af op de waarde. Regels van de overheid zijn wat ons betreft dus niet nodig.”

Voor particuliere eigenaren is regelgeving op dit gebied wel een mogelijkheid. Van Blokland tekent daarbij aan dat het afboeken op de waarde van vastgoed niet eenvoudig in regels is te vatten. “Het is makkelijk gezegd dat er regels moeten komen, maar het wordt een lastige klus, onder andere omdat je dan te maken krijgt met zowel structurele als gedeeltelijke leegstand. Hoe kan de eigenaar van bijvoorbeeld een kantoorgebouw afboeken op de waarde als het pand gedeeltelijk gebruikt wordt?”, zegt Van Blokland.

Een ander probleem bij het afwaarderen van vastgoed is de WOZ-waarde van een gebouw. Een vastgoedeigenaar die afboekt tot beneden deze zogeheten Waardering Onroerende Zaken heeft daarvoor geen fiscale compensatiemogelijkheid, waardoor de afboeking financieel weinig aantrekkelijk is. Zulke kanttekeningen laten onverlet dat Van Blokland in het algemeen zeer te spreken is over de rapporten. “Het zijn uitstekende onderzoeken die nuttige inzichten bieden in de ontwikkeling die de stedelijke structuur de komende jaren staat te wachten.”

Jan Fokkema, directeur van de Neprom, daarentegen vindt de toonzetting van de onderzoeken te bedrukt. “De rapporten zijn te veel gelieerd aan de ontwikkelingen van de afgelopen twee jaar, de periode dat de recessie zijn hoogtepunt bereikte”, is zijn reactie. “In de rapporten wordt te weinig rekening gehouden met het gegeven dat als we minder investeren in groei, we meer geld beschikbaar hebben om de steden aantrekkelijker te maken.”

Afremmen

De noodzaak om tot de grootschalige transformatie te komen waarover de RLI spreekt, ziet Fokkema niet als een nieuw element in de discussie over ruimtelijke ontwikkeling. “Dat is al jaren bekend en inmiddels zijn daarmee ook al goede resultaten bereikt. Het afboeken op de waarde van vastgoed gebeurt op grote schaal. De markt doet op dat punt zijn werk.”

Fokkema wil voorkomen dat bescherming van het bestaande leidt tot het afremmen van noodzakelijke vernieuwingen. “Ik pleit beslist niet voor ongebreidelde groei, maar er moet wel ruimte blijven voor vernieuwing in de ruimtelijke ordening. De rapporten leggen de rekening te veel bij die vernieuwing, dat vind ik geen goede zaak. Wel ben ik voorstander van een sterk ruimtelijk beleid waarin provincies en gemeenten aangeven op welke plaatsen bepaalde ontwikkelingen wel of niet gewenst zijn, bijvoorbeeld waar het gaat om kantooronwikkelingen.”

Reageer op dit artikel