nieuws

Contract Harnaschpolder doorstaat toets

bouwbreed

Na tien jaar voldoet het pps-contract voor de waterzuiveringen Harnaschpolder en Houtrust aan alle verwachtingen. Partijen werken goed samen, hebben de risico’s goed verdeeld en de behoefte om te wijzigen is minimaal.

Het bijzondere integrale contract was een primeur in de waterschapswereld, maar heeft ondanks het succes weinig navolging. Delfland heeft een decennium later het contract tegen het licht gehouden. De nieuwe waterzuivering in de Delftse Harnaschpolder in combinatie met de Haagse Houtrust was in 2003 een van de eerste pps-contracten in Nederland en sowieso het eerste pps-contract met een waterschap, waarbij ontwerp bouw, financiering en exploitatie zijn gecombineerd. Het contract loopt nog tot 2038 en is gesloten tussen het Hoogheemraadschap Delfland en Defluent (Evides, Veolia, Dif en Strukton).

Voorwaarde voor de pps was destijds dat het minimaal 10 procent goedkoper (150 miljoen gulden) zou uitpakken dan een traditioneel contract. De praktijk is dat ruim 17 procent wordt bespaard. Sinds 2006 is de waterzuivering in gebruik. Uit de evaluatie blijkt dat de risico’s duidelijk zijn verdeeld. Zo kampte de zuivering in 2007 met klachten van stankoverlast. Het consortium draaide, zoals afgesproken, op voor de kosten van de oplossing. Beide partijen hebben niet tot nauwelijks de behoefte om het contract te wijzigen, laat staan open te breken. Slechts op veertien minieme punten zijn met wederzijdse instemming in de loop van de jaren kleine aanpassingen doorgevoerd.

Op een wezenlijk punt schiet het huidige contract tekort, blijkt uit de evaluatie. Er ontbreekt een instrument voor de opdrachtgever om te toetsen of het feitelijk zuiveren van afvalwater tegen een aanvaardbare prijs gebeurt. Om in die omissie te voorzien is de aanbeveling dan ook om alsnog een objectief toetingsinstrument te ontwikkelen.

Koploper

Opvallend is dat het pps-contract ondanks het succes weinig navolging heeft gekregen. Delfland was tien jaar terug absolute koploper, maar nog altijd zijn waterschappen terughoudend met het aangaan van geïntegreerde contracten. Om het contract te vergelijken is vooral gekeken naar de Engelse praktijk, waar wel veel meer vergelijkingsmateriaal is, maar de risico’s meestal niet stroken met de Nederlandse situatie. Een belangrijke aanbeveling die daar wel is uitgekomen, is dat herkapitalisatie mogelijk nog veel geld kan besparen en dus bestuderen de partijen nu die mogelijkheid. De Waterschapsbank heeft de financiering overigens op zich genomen.

Het contract werkt goed, is de klip-en-klare conclusie: “Alles wat bij de totstandkoming van het contract voorzienbaar was, is in het contract geregeld. Voor niet-voorzienbare zaken is een procesafspraak in het contract opgenomen. Daarnaast biedt het contract ruimte voor aanpassingen.” Een mooi bewijs dat ook langlopende contracten wel degelijk werkbaar kunnen zijn.

Een opmerkelijke conclusie, want van verschillende kanten klinkt juist ook de oproep om flexibeler om te gaan met pps-contracten in de exploitatiefase. Minister Schultz van Infrastructuur schamperde enige tijd geleden in deze krant de praktijk dat geen spijker in de muur mag worden geslagen bij het ministerie van Financiën en zou graag iets meer risico voor lief nemen om die spijker wel te kunnen slaan.

En ook promovendus en pps-expert Frits Verhees sprak onlangs van schijnzekerheid bij pps-contracten. “De factoren tijd en omgeving zijn zo onvoorspelbaar dat een pps-contract is achterhaald op het moment van tekenen. Vervolgens gaan we dan stug door met de afspraken op papier die al niet meer stroken met de werkelijkheid. Iedereen houdt daarna angstvallig vast aan de schijnzekerheid die het contract biedt, want loslaten zorgt voor extra risico’s en onzekerheid.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels