nieuws

‘We waren beter af geweest met geïntegreerd contract’

bouwbreed

De renovatie van het Rijksmuseum was waarschijnlijk een stuk soepeler verlopen met een geïntegreerd contract, maar dat is wijsheid achteraf. “Met een architect, een basisontwerp en sloopwerk in volle gang, was een pps-aanpak geen optie meer.”

< vervolg van pagina 1

Zaterdag opent koningen Beatrix het Rijksmuseum. De verbouwing kostte 375 miljoen euro. De periode rond 2008 verliep het meest chaotisch, evalueert de Rijksgebouwendienst. Een terugblik.

Directeur projecten Bert Verheugd van de Rijksgebouwendienst analyseert 8,5 jaar renovatie van het Rijksmuseum: “Het Rijks is een monument én een museum. Die twee strijden om voorrang met elkaar tijdens de uitvoering van zo’n project, waar zich alles en iedereen tegenaan bemoeit. Logisch, want het is hét Rijksmuseum, maar het maakt de uitvoering niet makkelijker. Dat levert discussies op over fietsers, schoonmaak, grijstinten en ‘reversible’ stucwerk. Die discussies zijn niet afgekaart in de voorfase, maar liepen dwars door de uitvoering van het project. Wat dat betreft waren we beter af geweest met een geïntegreerd contract, want dan wordt de opdrachtgever gedwongen die keuzes vooraf te maken.”

De evaluatie van het project loopt nog en Verheugd worstelt met de vraag of hij het nog een keer op deze manier zou aanpakken: “Als ik zeg: ‘het is goed verlopen’, krijg ik het verwijt van oogkleppen en autistisch gedrag, maar als ik zeg: ‘zo doen we het nooit meer’, volgt de terechte vraag: ‘waarom heb je het dan zo gedaan’.”

Hij wil zijn eigen straatje niet schoonvegen en loopt niet weg voor fouten, maar ze horen wel in het juiste perspectief. “Het meeste is toch echt goed gegaan en het fantastische eindresultaat telt. Dat is toch het samenspel tussen de ‘stakeholders’, opdrachtgevers en bouwers”, vindt Verheugd. “Het Rijksmuseum is het eerste pand dat een prijs voor ondergronds bouwen heeft gewonnen. Zo’n installatiestraat is voor een bezoeker niet zichtbaar, maar is wel een stuk vakwerk. En als ik hoor dat vijftig bestekstekeningen niet klopten, klinkt dat veel, maar het waren er wel vijftig op ruim duizend verschillende opdrachten.”

De Rijksgebouwendienst begeleidde vanaf 2003 in opdracht van het ministerie van Onderwijs en het Rijksmuseum de aanbesteding en uitvoering. Toch was in 2001 al een architect gekozen, lag er een half uitgewerkt ontwerp en waren de sloopwerkzaamheden in volle gang.

De voorkeur ging uit naar een bestek waarbij ontwerp, risico’s en uitvoering bij de markt zou komen te liggen. Bij de aanbesteding van het e&c-contract meldde zich alleen BAM met een inschrijving die 100 miljoen euro boven de raming van 142 miljoen euro lag. “Die raming was te optimistisch, met te weinig aandacht voor de bestuurlijke context, de complexiteit van het gebouw en een te krappe planning”, geeft Verheugd toe.

Toenmalig onderwijsminister Plasterk reageerde getergd en voelde zich gegijzeld door de bouwer. De aanbesteding werd mislukt verklaard en het project werd niet gegund. Daarop knipte de Rijksgebouwendienst het project in zeven kavels en dit keer meldde zich voor de belangrijke kavel 5 drie bouwers, waarvan een zich vrij snel terugtrok en een niet kwam opdagen.

Uiteindelijk bleef er weer maar één bouwer over: JP van Eesteren. “Dat fenomeen van weinig concurrentie leidde tot gefronste wenkbrauwen bij het ministerie van OCW, maar de markt was overspannen en bouwers waren nog nauwelijks gewend om risico’s te dragen.” Dit keer was de inschrijfprijs 85 miljoen euro, waarover onderhandelingen volgden. Versoberingen werden doorgevoerd en de opdrachtgever trok een flink aantal risico’s naar zich toe. “Het perceel is uiteindelijk voor 61 miljoen euro gegund. Dat verschil van 24 miljoen zijn echt geen uren, beton of balken, maar voornamelijk de beprijzing van risico’s.” In diezelfde periode zijn in concurrentie en voor redelijke prijzen ook de andere zes kavels gegund.

Om het project onder controle te houden zat de Rijksgebouwendienst met een stuk of vijftien mensen constant in een bouwkeet op de bouwplaats. Er vond met grote regelmaat afstemming plaats over de risico’s tussen de verschillende deelprojecten. “Maar niet alle risico’s waren te voorspellen en soms wisten we niet eens wie we allemaal over de vloer hadden, zoveel aannemers en onderaannemers waren aan het werk.”

Terugkijkend is Verheugd van mening dat de periode rond 2008 een chaotisch dieptepunt was. Daarna kwam het project in rustiger vaarwater en kon eindelijk met redelijke zekerheid een eindprijs van 375 miljoen euro worden geprognotiseerd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels