nieuws

Pionieren meteen nieuwe aanbestedingsvariant

bouwbreed

Het pionieren met de prestatiecontracten in de Rotterdamse uitvoeringspraktijk toont dat deze aanbestedingsvorm haalbaar is.

Het onderhouds- en energieprestatiecontract voor de negen Rotterdamse zwembaden blijkt na een jaar uitvoering op enkele hoofdpunten goed te functioneren. Als de balans over de uitvoering in 2012 wordt opgemaakt, blijkt een energiebesparing van 30 procent, beter lucht- en waterkwaliteit, 15 procent lagere onderhoudskosten, geen out-of-pocket-kosten voor de opdrachtgever, financiering van de maatregelen uit de lagere energiekosten (zie Cobouw van 22 februari 2013). Toch is er weinig ervaring met de prestatiecontracten want deze aanbestedingsvorm bevindt zich in een pioniersfase. Rotterdam heeft als grote opdrachtgever het voorbeeld gegeven en wordt hierin gevolgd door anderen. Enkele marktpartijen in de bouwsector zoals Unica durven de uitdaging aan. Na ruim een jaar uitvoering van het prestatiecontract is meer te zeggen over de nieuwe aanbestedingsvorm.

De afgesproken energie- en kostenbesparing is in het eerste jaar niet gehaald. Dat komt deels doordat de afgesproken besparingen en kostenreductie tijdens de looptijd in het eerste en laatste jaar hetzelfde is. De ervaring van de uitvoerder is dat het enige tijd vergt voordat het energiebeheer optimaal is. “Eigenlijk moet je een volledig stookseizoen hebben, dan weet je het pas.” De prestatiecontracten leiden tot het welbewust investeren in maatregelen, het monitoren van de gevolgen, het treffen van aanvullende maatregelen. Verstandiger is het dan om deze leertijd op te nemen in je contract.

Het uitvoeringsconsortium van Strukton en Hellebrekers is in de aanbesteding tot het uiterste gegaan met energie- en kostenbesparing. Mede daardoor hebben ze het project gekregen, maar in de uitvoering vergt het realiseren van de afspraken veel van hun vakmanschap. Voor de opdrachtgever is het prettig dat er veel geboden wordt voor de afgesproken prijs, maar dit is niet zonder risico’s. Het prestatiecontract wordt ondergebracht in een energiedienstenbedrijf (Esco) dat door een bank wordt gefinancierd. De contractvorm is voor financiers minder aantrekkelijk als de geboden prestaties nét aan haalbaar zijn.

De verwachting in Rotterdam is dat de Esco in het tweede jaar break-even draait. In het derde en latere jaren kan het verlies van het eerste jaar worden terugverdiend. Los van het zwembadenproject geldt dat na de startperiode de rek er uit is want de ‘meest kosteneffectieve’ maatregelen zijn dan gerealiseerd. Bovendien is de terugverdientijd korter en hetinvesteringsbudget grotendeels uitgeput. Het is de vraag of voor een uitvoerder in het tweede deel van de contractperiode de stand van de techniek nog kan volgen.

De afgesproken prestaties voor de zwembaden waren alleen realiseerbaar door goede samenwerking tussen Strukton en Hellebrekers. Slechte samenwerking is bij een prestatiecontract een equivalent voor “slechte” prestaties en een malus. Bij start was het spannend. Ook een goede samenwerking tussen het uitvoerend bouwconsortium en gebouwbeheerders is voor het welslagen van het prestatiecontract noodzaak. Als een gebouwbeheerder vergeet buiten openingstijden het bassin af te dekken, signaleert het gebouwbeheersysteem een hoog energiegebruik maar er kan vervolgens niet altijd wat mee gedaan worden. In Rotterdam is er door de opdrachtgever en –nemer daarom veel tijd geïnvesteerd in de samenwerking met de technisch beheerders.

Om te belonen op basis van prestaties is een formule ontwikkeld om de geleverde prestaties (en dus de bonus of de malus) te berekenen. Hierin worden enkele correcties uitgevoerd (bijvoorbeeld met graaddagen) en wordt een vergelijking gemaakt met het verleden. Enkele parameters blijken in de uitvoeringspraktijk lastig. Het gaat om het referentiejaar (onzuivere waarden in het verleden), een correctiefactor (het aantal bezoekers), de meting van ‘comfort’. De formule is een goede benadering van de werkelijkheid maar ook niet meer dan dat. Overleg tussen opdrachtgever en -nemer moet in Rotterdam tot een werkbare consensus leiden.

Gemeentepolitiek

In het prestatiecontract is opgenomen dat één van de zwembaden per eind 2014 wordt gesloten (Afrikaanderplein). De opdrachtnemer heeft daarom zijn investeringsbudget nauwelijks aangesproken voor deze accommodatie. Volgens sommigen zal de gemeentepolitiek besluiten het zwembad later te sluiten. Hierdoor ontstaat voor de contractpartijen een lastige situatie. Denkbaar is om het lopende prestatiecontract aan te passen en nieuwe afspraken te maken. Ook is het denkbaar om dit zwembad verder buiten het prestatiecontract te laten. Beide opties zijn voor de betrokken partijen ingewikkeld. Voor de acht andere zwembaden kan hetzelfde probleem zich aandienen. In langlopende contracten voor enkele gebouwen is de openstelling geen vaststaand gegeven en dat kan problemen veroorzaken.

Het pionieren met de prestatiecontracten in de Rotterdamse uitvoeringspraktijk toont dat deze aanbestedingsvorm haalbaar is. Het prestatiecontract voor de zwembaden toont ook scherpe kantjes. Aangezien prestatiecontracten eerder een basisidee zijn dan een uitgekristalliseerd product, is er ruimte voor optimalisering. Keuzes dienen zich aan voor: het besparingsritme, de hoogte van de basisvergoeding, hoogte en verdeling van de bonus/malus, afspraken met gebouwbeheerders, eigen bijdrage van de opdrachtgever, de contractlooptijd. Het is de opgave van opdrachtgevers, bouwconsortia en financiers om te zoeken naar passende keuzes. Los hiervan hangt veel af van de manier waarop opdrachtgevers, bouwconsortia en financiers gaandeweg hun problemen oplossen. Een contract met veertien bijlagen is dan minder belangrijk dat een goede balans van verantwoordelijkheden tussen de opdrachtgever, -nemer en financier.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels