nieuws

Het blijft worstelen met aanbestedingen

bouwbreed

De nieuwe Aanbestedingswet heeft lang op zich laten wachten. De vraag is of het al het wachten waard is geweest. Europees en nationaal is het de bedoeling dat er lagere transactiekosten komen, het midden- en kleinbedrijf makkelijker mee kan doen en gunnen op laagste prijs uitgebannen zal worden. MKB Infra heeft direct al besloten de effecten van de wet goed in de gaten te gaan houden. Het eerste rapport is er en woensdag hebben de leden erover gesproken.

Dat Rijkswaterstaat hoog scoort op de manier waarop de dienst omgaat met economisch meest voordelige inschrijving (emvi), verbaast niemand. De aanbestedende dienst hakt al jaren met dat bijltje, dus weet wel hoe eisen, criteria en beoordelingen eruit behoren te zien.

Hoe anders is dat bij de lagere overheden, die nog steeds moeite hebben met het opstellen van objectieve criteria. Het is zoiets als vragen om een goede weg. Als de definitie van goed niet bestaat, wat is dan goed? Objectief meetbaar moeten ze dus zijn.

Beter nagedacht

Aannemers worden er nog steeds niet echt blij van. Ondanks de emvi-criteria hebben zij nog steeds het idee dat het uiteindelijk toch om de laagste prijs gaat. Hoe komt het anders dat bij negen op de tien aanbestedingen de laagste inschrijver wint, zo vragen zij zich af.

Het antwoord is volgens Rijkswaterstaat simpel. Als je aanbesteedt op emvi, zo luidt de redenering, dan heeft de aannemer van tevoren veel beter nagedacht over de kwaliteit en de manier waarop hij die kwaliteit wil halen. Dus kan hij dan goedkoper inschrijven omdat al van tevoren de risico’s in kaart zijn gebracht.

Het antwoord is inderdaad simpel, en klopt ook. Maar het slechts een deel van de waarheid. Waar aannemers wel eens tegen aanlopen is de verdeling van de punten op de criteria. Een extreem praktijkvoorbeeld is 80 procent prijs, 20 procent kwaliteit. Bij die verdeling behoeft het geen betoog dat laagste prijs altijd zal winnen. Wat opdrachtgevers vergeten is dat zij zich wel zelf in de vingers snijden met een dergelijke verdeling. Het is immers heel simpel te berekenen hoeveel punten je op kwaliteit kunt laten liggen en wat dit betekent voor de prijs.

Goede aanbesteders, en dat is onder meer de gemeente Nijmegen die niet voor niets de eerste MKB Infra Aanbestedings Award heeft gewonnen, die weten dat en geven een andere verdeling. Daarbij is wat hen betreft 60 procent kwaliteit en 40 procent prijs de absolute ondergrens waarbij kwaliteit voldoende gewaarborgd is, maar liever nog 80-20. En als dan de laagste prijs wint, dan klopt de redenering dat er van tevoren beter is nagedacht met prijsdrukkend effect als gevolg. Daarb ij speelt verder dat mkb-bedrijven, de goede niet te na gesproken, soms wel eens moeite hebben met emvi. Zij weten niet hoe ze zaken moeten aanpakken om op die manier een goede score te behalen. Het is voor MKB Infra de reden om hun leden te helpen aan een cursus emvi-criteria, dezelfde cursus overigens die ook voor aanbestedende diensten beschikbaar was.

De conclusie is helder. Lagere overheden moeten nog wennen aan emvi. Maar dat geldt net zo hard voor aannemers. Dat vergt uiteraard tijd. Het maakt het vervolgonderzoek dat waarschijnlijk over een half jaar wordt gehouden, uiterst spannend. Dan zal toch weer verdere verbetering van de aanbestedingspraktijk zichtbaar moeten zijn.

De verwachtingen zijn gunstig. De meeste aanbestedende diensten hebben inmiddels wel in de gaten dat op de laagste prijs aanbesteden bij werken niet de beste manier is. Ze krijgen dan maar al te vaak niet wat ze eigenlijk wilden hebben en de weg naar het resultaat is bijna net zo vaak geplaveid met ruzies over meerwerk. Nog even geduld derhalve. De mooie tijden breken aan.

Reageer op dit artikel