nieuws

‘Overheid moet wél toekomsteisen stellen aan gebouwen’

bouwbreed

Een Japanse ontwikkelaar krijgt een belastingvoordeel als hij aantoont dat zijn bouwwerk over tweehonderd jaar nog een functie heeft. De Nederlands overheid zou dat voorbeeld moet volgen, vindt Frans de Vries die ‘revolutionaire’ bouwproducten verkoopt.

“Koop of huur per vierkante meter gebouw.” Dat is de slogan van de 72-jarige Frans de Vries, directeur van Infill Systems. De civieltechnisch ingenieur en jurist heeft een maatschappelijk verhaal. Toegegeven: hij is ook een handelaar.

Met zijn producten is het ombouwen van een leeg, koud en gehorig kantoor tot een levensloopbestendig gebouw kinderspel. Er staat een prijs tegenover. Verbouw je volgens de theorie van de professoren Habraken en Van Randen – de leermeersters van De Vries – dan staat de hele bouwpraktijk op zijn kop. Daarom stroomt geld niet binnen. “Daar doe ik het ook niet voor. Ik vind het leuk. Wil aantonen dat ik me met zinnige dingen heb beziggehouden.”

Zijn vierhonderdvijftig jaar oude grachtenpand in Delft fungeert ook een beetje als showroom. De Vries showt twee producten. De Matrixtegel en de Gyproc Cable Stud. Al zeker vier jaar probeert hij die aan de man te brengen. Ze spreken tot de verbeelding om hun eenvoud, maar het grote succes blijft uit.

De Matrixtegel is 9 centimeter dik en van polystyreen. In de tegel zitten sleuven met plaats voor alle mogelijke leidingen. Voor water, vloerverwarming, gas en horizontale riolering. Dat kost wat ruimte, maar je krijgt er flexibiliteit voor terug: waar wilt u de wc? Zegt u het maar. De Gyproc Cable Stud rekent af met het gehak en gefrees in betonnen muren als je een stopcontact op een andere plek wil. O zo simpel, maar echt aanslaan doet het niet. “Nog niet.”

De ondernemer las vorige week een verhaal in Cobouw. De strekking daarvan was dat het bedrijfsleven en de overheid studeren op nieuwe criteria voor flexibel bouwen. Criteria, geen eisen. De Vries vindt dat jammer. “Waarom zou de overheid niet kunnen zeggen: toon maar aan dat het casco, de gevels en de ontsluitingen honderd jaar mee kunnen gaan? Ik zou dat verstandig vinden.”

We bouwden te veel van hetzelfde, verzucht De Vries. Na de oorlog én na de crisis in de jaren tachtig weer. En daarom staat er nu zo veel leeg. “We moeten de knoop van leidingen in gebouwen ontwarren. Innovatiever zijn. Vroeger hadden we een draadje, een lampje en een ijzeren pijp. Toen kregen we schokken. De enige innovatie is die van de ijzeren pijp naar de kunststof pijp. Maar even een wastafel verplaatsen zit er nog steeds niet in. U trekt alle leidingen mee. Daarom doet u het niet.”

De bouw is te traditioneel, oordeelt de ondernemer. Kijkt te weinig naar de toekomst. Stort leidingen in betonnen wanden en vloeren, waardoor verbouwen duur en lastig wordt en er voor de eindgebruiker weinig te kiezen valt. “De keuken is in de bouw de enige zelfstandige activiteit. Maar het tij keert. De inbouwindustrie komt op. Ineens krijgen we Baderie-achtige oplossingen voor badkamers.”

Aannemers leveren in de nieuwe wereld van De Vries, Habraken en anderen alleen nog dragers op van gebouwen. Met alleen hoofdzakelijke voorzieningen zoals een leidingschacht, een trappenhuis en vluchtvoorzieningen, zodat alle indelingsvarianten mogelijk zijn en blijven. “De rest laat je helemaal open en wordt naar de wensen van de gebruiker gerealiseerd. Wie er op een half eindproduct zit te wachten? Ik denk dat projectontwikkelaars en corporaties dit zouden moeten willen. Hiermee kunnen ze naar de markt toe zonder dat ze tot in detail alles hebben ingevuld.”

Een beeldenstorm is nodig: “De inbouwindustrie wordt als een bedreiging gezien voor de bouwkolom. Dat merk ik ook tijdens gesprekken met grote bouwbedrijven. ‘Doe het dan als nevenactiviteit’, zeg ik dan. Ze zijn het met me eens, maar gaan daarna over tot de orde van de dag.” Ook de ‘innovatieve’ contracten van rijksopdrachtgevers staan slim ontwerpen in de weg, stelt De Vries. “De overheid denkt met dbfmo zekerheid te kopen voor twintig, dertig jaar. Ik vraag me dat af. Ik ken contracten waarbij de contractant ineens weg was.”

Bouwt de toekomstige bouwer uitsluitend slimme skeletten? De praktijk is weerbarstig. Habraken vertelt dit verhaal al vijftig jaar. De nietige mens dreigt weer de mist in te gaan: “Massaal bouwen we nu studentenwoningen. Wat daarmee gebeurt over tien jaar als de student verdwenen is, vragen we ons nog steeds niet af. We moeten naar een open maatschappij. Open informatie. Open bouwen. Nu leven we in een wegwerpmaatschappij.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels