nieuws

‘Kansen voor de dakdekkersbranche maar zorgen over vakmanschap’

bouwbreed

Frans van Velden – De dakenbranche is enorm aan het veranderen. Binnen enkele jaren is de helft van de dakdekkers zzp’er geworden. Dakbedekking wordt in toenemende mate gespoten door schilders. Het dak wordt bovendien veroverd door de tuinman en de energieleverancier. Met onvoldoende kennis van daken. Ondertussen loopt het onderhoud van bestaande daken een achterstand op, evenals de overdracht van kennis en vakmanschap.

“De kennis ligt allemaal vast en is beschikbaar.” Albert van den Hout wijst op de volledige jaargangen van het vaktijdschrift Dakenraad. Op zijn bureau ligt het BDA Dakboek en de vernieuwde Vakrichtlijn voor gesloten dakbedekkingssystemen. “Ik heb mijn leven besteed aan kennisoverdracht”, aldus Van den Hout. “Maar ik merk dat de belangstelling voor het vak afneemt. De laatste Nationale Dakendag was in 2011, de volgende zijn afgeblazen. Het examenfeest in Nieuwegein van de opleiding voor dakdekkers was altijd een groot feest, maar is dit jaar weggevallen. Het aantal leerlingen is in twee, drie jaar dramatisch gedaald. Dit jaar is voor het eerst een cursus Platte Daken van BDA Dak- en Gevelopleidingen bij gebrek aan belangstelling niet doorgegaan.”

“Ik maak me zorgen”, aldus Van den Hout. “Door de crisis hebben dakdekkersbedrijven minder werk. Het aantal cao-werknemers van dakdekkersbedrijven is gedaald van zo’n 5000 naar 2700. De flexibele schil van zzp’ers rond de bedrijven neemt toe. BDA Dakadvies verricht minder inspecties, maar wordt wel vaker betrokken bij second opinions. Opdrachtgevers doen concessies aan de kwaliteit van het dak vanwege de prijs. Het komt zelfs voor dat architecten denken dat op een betonnen dak geen dakbedekking nodig is. ‘Het ligt toch op afschot?’, zeggen ze dan. Supermarkten sturen vakkenvullers het dak op om sneeuw te ruimen. Ze weten niet dat je niet op een besneeuwd dak mag lopen. Schilders spuiten coating op daken terwijl ze achteruitlopen, zonder enige valbeveiliging.”

De waarnemingen van Van den Hout wegen zwaar. Hij is ruim veertig jaar betrokken bij de dakenbranche en heeft honderden artikelen over dakbedekkingssystemen en -constructies geschreven. “Mijn grootvader had een klein aannemingsbedrijf. Hij bouwde voor zichzelf een woning met een plat dak. Toen ik zes jaar was, nam hij me mee naar boven, dat herinner ik me nog goed. Later volgde ik een bouwkundige opleiding op de middelbare technische school. Afgezwaaid uit militaire dienst solliciteerde ik bij Vebidak, de vereniging van dakbedekkingsbedrijven. Ik werd aangenomen als technisch adviseur en werkte twee jaar als inspecteur en drie jaar als adviseur en docent. In 1974 klapte het tussen Vebidak en Venedak, de vereniging van Nederlandse dakrolfabrikanten. Zij mochten geen collectieve garantie meer geven.”

In 1975 werd Van den Hout adviseur bij Erdo, een verwerker van dakbedekkingen. Drie jaar later kwam hij als eerste medewerker in dienst bij BDA Dakadvies. Daar heeft hij als adviseur, rapporteur en redacteur de enorme ontwikkeling van het dak meegemaakt. Technisch van drie lagen teermastiek op vilt tot de huidige enkellaags bitumineuze en kunststof dakbedekkingen. Functioneel van waterdichting tot de hedendaagse groen- en zonnedaken, parkeer- en leefdaken. Hij voelde zich verantwoordelijk, want “een probleem met een dak vergt geen uitstel. De bouw moet door. Ik heb geleerd goed te kijken, conclusies te trekken en kennis uit te dragen”, aldus Van den Hout. “Het werk vereist tegenwoordig meer kennis en vakmanschap. Het is bijvoorbeeld niet meer toegestaan met open vuur bij de gevel te werken, dus moeten dakranden worden voorgetrokken.”

Van den Hout vervolgt: “Het risico op lekkage is toegenomen. De 60 millimeter overlap bij enkellaags dakbedekkingen moet nauwkeurig worden uitgevoerd. De dakdekker moet de banen na het uitrollen tijd geven voor relaxatie. Bij grote vlakken moeten plooien worden voorkomen. Bovendien kan de schade door een lekkage van een functioneel dak groot zijn. Daarnaast is het spuiten van dakbedekkingen sterk in opkomst. Dat wordt meestal uitgevoerd door mensen die geen kennis hebben van daken. Ik adviseer dakdekkersbedrijven de opkomende disciplines in huis te halen, zoals het spuiten van dakbedekkingen, het aanleggen van daktuinen, het plaatsen van zonnepanelen. Installateurs, tuinmannen en schilders zijn vreemden op het dak. Ze moeten zich bewust worden van de gevaren en leren valbeveiliging te gebruiken.”

Positief

Over de toekomst denkt Van den Hout positief. “In Nederland moet jaarlijks zo’n 20 miljoen vierkante meter dak gerenoveerd worden. We voeren nu zo’n 11 miljoen uit, dus per jaar loopt de achterstand op met 9 miljoen vierkante meter. Als we weer geld kunnen uitgeven, is er dus voor jaren werk. Dan kunnen de daken meteen beter geïsoleerd worden en van daktuinen voorzien. De kennis blijft behouden, maar het vakmanschap gaat verloren door natuurlijk verloop en weinig instroom van jonge dakdekkers. Het is daarom nodig om vooral nu te investeren in personeel. Daarnaast moeten opdrachtgevers leren om dakbedekkingen niet alleen op prijs in te kopen, maar ook op kwaliteit en functionaliteit. Zo duur is het niet. De kosten van de vloerbedekking op de bovenste verdieping zijn vaak hoger dan de kosten van de dakbedekking.”

In 2010 heeft Kiwa de aandelen BDA Groep overgenomen. Van den Hout ging met pensioen. “Heel prettig om meer tijd te hebben voor mijn kleinkinderen. Om het vakblad Dakenraad niet meer in het weekend te hoeven maken. Om niet meer zo’n grote verantwoordelijkheid voor de inspectie en de adviesafdeling van BDA te dragen”, vindt Van den Hout. Maar gestopt met werken is hij ook niet. Hij houdt kantoor als professional partner, in een voormalige drukkerij waar ook het laboratorium van BDA Groep is gevestigd. Naast de voordeur staat ‘Kiwa BDA Expert Centre Building Envelope’. Van den Hout’s enthousiasme voor daken is onverminderd. Hij vertelt bijvoorbeeld over een nog onbekende schade aan oudere pvc-daken die onderhevig zijn aan vorst en dooi. De dakbedekking, in de loop der jaren stugger geworden en zonder onderliggende dampremming, leed aan thermoshock.

“Het was zo interessant dat ik de inspectie en advisering niet heb gedelegeerd”, aldus Van den Hout. “We weten nu hoe we de veroudering van pvc-dakbedekking kunnen vaststellen. In het laboratorium meten we het verschil van het gehalte aan weekmakers in het dakvlak en onder de overlappen.” Het is een groot voordeel dat BDA Dakadvies over een eigen lab beschikt, vindt Van den Hout. “Momenteel staat er een model op ware grootte van een zinken dak in Brussel. We onderzoeken of de schuifklangen voldoende in staat zijn de zettingen op te nemen.” Naast zijn betrokkenheid bij de BDA Groep heeft Van den Hout een eigen uitgeverij. Samen met zijn vrouw verzorgt hij het vaktijdschrift Dakenraad, dat zesmaal per jaar verschijnt. “Een hele klus”, aldus de hoofdredacteur. Maar ook als zijn werk voor de BDA Groep helemaal zou stoppen, blijft zijn verbondenheid met de branche bestaan.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels