nieuws

Gemeenten laten arbeidsmigrant in de kou staan

bouwbreed

Gemeentebestuurders werken niet altijd mee aan oplossingen voor het huisvestingsprobleem van arbeidsmigranten uit de Europese Unie. 


Veel mensen uit Midden- en Oost-Eeuropa wonen in slechte omstandigheden. Dat werd afgelopen week duidelijk toen aan het licht kwam dat tientallen Portugese en Poolse bouwvakkers die werken aan de A-2 tunnel in Maastricht exorbitante bedragen neertellen voor onderdak in een sloopwoning. Een situatie die niet uitzonderlijk is en daarom de volle aandacht heeft van minister Blok (wonen), stelt Wim Reedijk van het Expertisecentrum Flexwonen Arbeidsmigranten, dat zich bezighoudt met het onderdak brengen van deze groep. De schoen wringt op twee plekken. Een relatief klein aantal gemeenten is niet goed op de hoogte van de mogelijkheden om paal en perk te stellen aan het huisvestingsprobleem van arbeidsmigranten. “Daarnaast zijn er gemeentebesturen die wegkijken van de problematiek omdat niet iedereen in hun regio blij is met de komst van migranten. Zeker nu de gemeenteraadsverkiezingen er aan komen, kijken ze liever de andere kant op”, zegt Reedijk. “Maar het probleem begint natuurlijk bij slechte werkgevers en huisjesmelkers die misbruik maken van die situatie.” Dat niet iedere gemeentebestuurder zit te wachten op het huisvesten van arbeidsmigraten bleek ook al uit een brief aan de Tweede Kamer van minister Blok eerder deze maand. Blok constateert dat een aantal gemeenten wel de lusten maar niet de lasten van de aanwezigheid van arbeidsmigranten wil hebben. Reedijk: “Dat is waar. Dankzij arbeidsmigranten kon de tuinbouwsector de recessie ten spijt 7 procent meer exporteren naar het buitenland. Daarover hoor je niemand klagen, maar als er ergens huisvesting voor deze groep werknemers moet worden geregeld, dan is het vaak moeilijk te realiseren.” In de brief aan de Tweede Kamer verzucht minister Blok: “Processen om burgers en gemeenteraden te overtuigen van nut en noodzaak van dit type huisvesting en processen om tot een adequate invulling van de huisvestingsopgave te komen, vergen tijd en vragen om zorgvuldigheid.”

Overigens zijn er ook gemeentebesturen die wel actief meewerken. Zo heeft de gemeente Aalsmeer plannen voor 640 plekken voor migranten en zetten de regio’s Haaglanden en West-Brabant zich eveneens in om de problemen op te lossen. In andere regio’s zoals Rotterdam, Holland Rijnland en Noord-Holland Noord is de situatie, volgens minister Blok zorgwekkend.

Reedijk ziet vooral mogelijkheden in leegstaande gebouwen. Met een aantal ingrepen kunnen deze volgens hem vrij eenvoudig worden verbouwd tot woonruimte. Het op grote schaal ombouwen van kantoren of het inrichten van vrijkomende verzorgingshuizen, zou een oplossing zijn. Hij tekent daarbij aan dat de aankoopprijs van een gebouw daarbij van doorslaggevend belang is. Maar gezien de waardedaling van vastgoed levert dat doorgaans geen problemen op, laat Reedijk weten. Hij maakt onderscheid tussen drie groepen. Een kwart van het half miljoen arbeidsmigranten wil zich definitief in Nederland vestigen en komt op termijn in aanmerking voor een reguliere woning. Daarnaast zijn er de tijdelijke werknemers die enkele maanden tot een half jaar in Nederland verblijven. Zij hebben voldoende aan kamers met badruimte en gemeenschappelijke voorzieningen. De laatste groep verblijft enkele jaren in ons land. “Die hebben dus niet genoeg aan een slaapplaats, voor hen zou een soort studentenhuisvesting op zijn plaats zijn.” Hoeveel verblijfsruimten er precies moeten komen, weet Reedijk niet. Op dit moment wordt het aantal arbeidsmigranten dat in Nederland verblijft geschat op ruim een half miljoen. Hoeveel van hen slecht is gehuisvest is onduidelijk. Minister Blok verwacht dat de behoefte oploopt tot 30.000 kamers binnen enkele jaren. Reedijk betwijfelt of dat genoeg is. Hij voorspelt dat het aantal arbeidsmigranten zal toenemen als de economie aantrekt.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels