nieuws

Ambities voor bestaande bouw te hoog

bouwbreed Premium

Gemeenten en Rijk maken zich sterk voor warmtenetten. Niet alleen nieuwbouw, ook voor aansluiting van de bestaande bebouwing staan steile ambities paraat om de eigen duurzaamheidsdoelstellingen te halen. Jan Willem van der Groep, programmamanager van De Energiesprong bij Platform 31, vindt het juist een slechte ontwikkeling.

Enschede, Almelo, Tilburg, Rotterdam, Utrecht, Nijmegen, Amsterdam, Purmerend, Alkmaar. Zomaar een greep uit de lijst van gemeenten die bestaande bouw in het vizier hebben voor de uitrol van warmtenetten bij bestaande bebouwing. Nu de nieuwbouw inzakt worden warmtenetten voor bestaande bouw steeds vaker expliciet genoemd in de beleids- en visiestukken die CO 2 -reductie moeten vormgeven.

De motivatie voor de ambitie is duidelijk. Warmte van de energie- en afvalcentrales verdwijnt nu in de sloot. Die warmte afvangen en er omliggende gebouwen mee verwarmen voelt logisch aan, bovendien scheelt het tonnen aan CO 2 -uitstoot ten opzichte van de traditionele gasstook. En precies aan die CO 2 -reductie hebben de gemeenten zich gecommitteerd.

Ook het Rijk ziet het belang van een dergelijke aanpak en heeft alleen al in 2013 1,37 miljard euro SDE+-subsidie beschikbaar gesteld aan de energiebedrijven voor de uitrol van warmtenetten. Een woordvoerder van Nuon wijst erop dat het afgelopen jaar in Amsterdam 60 procent van de aansluitingen is gerealiseerd in de bestaande bouw.

De aansluiting van bestaande bebouwing heeft natuurlijk haken en ogen. Men moet eigenaren overtuigen te kiezen voor een aansluiting, terwijl er al een gasnetwerk ligt. Dat gaat makkelijker bij gemeentelijke eigenaren, corporaties met blokverwarming en ziekenhuizen dan bij particulieren. Maar ook dan ligt een aansluiting minder voor de hand dan menigeen denkt.

Praatjes

Geducht tegenstander van de brede uitrol van warmtenetten is Jan Willem van der Groep. “Het klinkt heel nobel, en ik begrijp dat gemeenten in de praatjes over duurzaamheid trappen. Maar men vergeet dat de bronnen van warmtenetten per definitie inefficiënt zijn. Het is een veel te gemakzuchtige oplossing om restwarmte verplicht te verkopen aan mensen.” Volgens de duurzaamheidsexpert is het een betere optie restwarmtebronnen zodanig te verduurzamen dat ze nog nauwelijks restwarmte produceren. “Bronnen kunnen 70 procent efficiënter worden. Daarbij kunnen we op gebouwniveau heel veel doen. Met de huidige technologie kunnen renovaties van bestaande woningen binnen 5 jaar concurreren met een nieuwe aansluiting op een warmtenet.”

Wat zijn die alternatieve warmtevoorzieningen dan? Een warmtepomp is stevig aan de prijs, met zo’n 15.000 euro investeringslasten, jaarlijks onderhoud, elektriciteitsbehoefte en relatief korte afschrijftermijn. “Een warmtepomp is achterhaalde technologie”, zegt Van der Groep. “Ik doel meer op een luchtwarmtepomp, versimpelde technologie. Nu nog duur, tussen 6000 en 8000 euro, maar over 10 jaar kost-ie net zoveel als een HR-ketel. Die ontwikkelingen worden nu niet meegenomen in de afweging voor verduurzaming.”

Lobby

De belangen bij warmtenetten zijn groot. Energiebedrijven verdienen goed aan de uitrol ervan, stelt Van der Groep. Inderdaad geeft een woordvoerder van Nuon aan dat het bedrijf zijn acquisitie meer richt op de uitrol van warmtenetten in de bestaande bebouwing nu de nieuwbouwproductie terugloopt. Ook hoeven bedrijven geen energiebelasting te betalen over het deel van de warmtekrachtkoppeling dat restwarmte voor een warmtenet produceert. Daarbij komt nog de stevige SDE+-subsidies vanuit het Rijk. “Hun businesscase is gebaseerd op verkoop van zoveel mogelijk warmte.”

Dat gemeenten nu toch massaal kiezen voor warmtenetten komt volgens Van der Groep doordat er weinig tegenwind is. “Duurzaamheid wordt aangeprezen als iets dat we moeten doen. De lobby voor verplichte aansluitingen is stevig”, ziet hij. “Tegelijkertijd liggen de domeinen voor energie en bouwen ver uit elkaar. Het ministerie van Economische Zaken heeft de energieportefeuille. De invloed van energiebedrijven is daar waarschijnlijk groter dan bij het ministerie van Binnenlandse Zaken, waar Bouwen onder valt. Ik hoop dat het Energieakkoord een betere samenwerking met zich meebrengt.”

Reageer op dit artikel