nieuws

Nieuwe bv mag niet in plaats treden van failliet bedrijf

bouwbreed Premium

In een recente uitspraak van Rechtbank Limburg laat de voorzieningenrechter zich uit over de aanbestedingsrechtelijke gevolgen van het faillissement van één van de partijen bij een raamovereenkomst (LJN: CA0482).

Op 12 december 2011 heeft het Waterschapsbedrijf Limburg (WBL) een raamovereenkomst gesloten m et drie aannemers betreffende het groot onderhoud en renovatie rioolgemalen. Deze raamovereenkomst is tot stand gekomen na het houden van een Europese openbare aanbesteding. Ruim een jaar na het ingaan van de raamovereenkomst gaat een van de drie aannemers failliet. Er vindt een doorstart plaats door oprichting van een nieuwe bv. Vervolgens wil WBL deze “nieuwe” bv accepteren in de raamovereenkomst. De twee andere aannemers maken hiertegen succesvol bezwaar.

Weliswaar is de aanbestedingsprocedure inmiddels beëindigd, de raamovereenkomst kan – in tegenstelling tot hetgeen WBL heeft betoogd – volgens de rechter niet geheel los worden gezien van de aanbestedingsprocedure. Immers, de aanbestedingsleidraad maakt deel uit van de raamovereenkomst. Bovendien mochten de aannemers er ten tijde van het tot stand komen van de raamovereenkomst in redelijkheid van uit gaan dat alleen partijen die de aanbestedingsprocedure hadden doorlopen en voldeden aan de minimumvereisten, mochten toetreden tot de raamovereenkomst.

Naar het oordeel van de rechter handelt WBL onrechtmatig en onzorgvuldig ten opzichte van de andere aannemers als zij toe zou staan dat een derde partij – in casu de nieuwe bv – achteraf partij wordt bij de raamovereenkomst. Door het toestaan van een dergelijke handelswijze zouden het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel, zoals dat tijdens de aanbestedingsprocedure geldt, volstrekt zinloos zijn.

Dit is volgens de rechter niet anders nu de nieuwe bv bestaat uit oude werknemers, met het oude materieel werkt, en gebruik kan maken van al bestaande ervaring, omdat de nieuwe bv een geheel nieuwe rechtspersoon is.

Aannemers die zich bij een raamovereenkomst geconfronteerd zien met een failliete partij hoeven dus niet akkoord te gaan met een doorstartende onderneming als nieuwe contractspartij. Op grond van deze uitspraak kunnen zij hiertegen succesvol bezwaar aantekenen.

Reageer op dit artikel