nieuws

Kritiek op richtsnoeren behoorlijk eensgezind

bouwbreed Premium

De concept-richtsnoeren diensten en leveringen zijn door velen aan een kritische blik onderworpen. Opvallend is dat de kritieken behoorlijk eensluidend zijn. De richtsnoeren zitten niet altijd op één lijn met de Aanbestedingswet en de Proportionaliteitsgids. Er is dus nog werk aan de winkel.

Gemeenten, inge­nieursbureaus en natuurlijk de Nederlandse vereniging van inkopers (Nevi) behoren tot de baaierd aan organisaties die hebben gereageerd op de Richtsnoeren diensten en leveringen. Deze zijn opgesteld om eenheid te brengen in de manier van aanbesteden door de aanbestedende diensten. Voorlopig zijn ze niet meer dan een advies. Maar mocht blijken dat de aanbestedende diensten erg ver gaan afwijken en allemaal weer hun eigen methodes van aanbesteden gaan ontwikkelen, dan is verplichtstelling de stok achter de deur.

Vrijwel alle criticasters zijn het erover eens dat de richtsnoeren tot verwarring kunnen leiden. Zo geeft de Aanbestedingswet duidelijk aan dat gunnen moet gebeuren op basis van economisch meest voordelige inschrijving (emvi). Afwijken mag maar moet gemotiveerd worden. Twee richtsnoeren geven echter aan dat aanbestedende diensten mogen kiezen tussen emvi en laagste prijs, waarbij in principe voor emvi gekozen moet worden. Aanpassen aan de Aanbestedingswet dus, is het advies.

Een punt voor in het bijzonder architecten is de overdracht van intellectueel eigendom. Volgens de richtsnoeren zou daar altijd naar gestreefd moeten worden. Niet doen, zo blijkt uit menig commentaar. Vaak is het voldoende voor een aanbestedende dienst om een uitgebreid gebruiksrecht overeen te komen. Het is dan ook redelijker en wenselijker om in de toelichting als voorbeeld te geven dat conform de Auteurswet het intellectueel eigendomsrecht bij de maker van het werk berust.

Inconsistenties

Volgens VNO-NCW en MKB Nederland is duidelijk te merken dat de richtsnoeren geschreven zijn voordat de Aanbestedingswet was behandeld en de Proportionaliteitsgids was geschreven. Zij vinden dat die drie naadloos op elkaar moeten aansluiten, hetgeen nu nog niet het geval is. Zij bevelen dan ook aan om de richtsnoeren nog eens goed door te nemen op inconsistenties met Wet en Gids.

De Nevi gaat nog verder en noemt de richtsnoeren niet praktisch en niet handzaam. Dat komt alleen al omdat gekozen is voor een opzet met verschillende aanbestedingsvormen, zoals meervoudig onderhands, openbaar en Europees. Daardoor is er veel overlap. Bovendien dreigt door die aparte groepering dat alleen maar het voor een bepaalde aanbesteding relevante gedeelte wordt gelezen, terwijl het volgens de Nevi gaat om de samenhang.

Ook een bezwaar is dat de richtsnoeren soms bindend, soms adviserend en soms als stappenplan zijn beschreven. Dat gecombineerd met tegenstrijdigheden ten opzichte van de Aanbestedingswet en de Gids kan verwarrend en verstarrend werken, vrezen de inkopers.

De Nevi adviseert verder dringend om geen verplichting tot aanbesteden op te leggen bij opdrachten onder de drempelwaarde van de EU als er mogelijk buitenlandse belangstelling is. Dat staat niet in de Aanbestedingswet en is ook niet uit jurisprudentie te halen. Onder de drempel is het enkelvoudig of meervoudig onderhands aanbesteden. Een aanbestedende dienst kan daarbij zelf bepalen of zij ook buitenlandse partijen wil uitnodigen.

Daarnaast is het volgens de inkopers onzin om de zogenoemde Alcatel-termijn ook te gaan toepassen in de selectiefase. Nu is dat alleen nodig voor de gunningsfase. Dat een enkele provincie dat nu wel doet om later gezeur te voorkomen, is voor de Nevi geen aanleiding om het verplicht te stellen.

Dat de prijs bij emvi niet doorslaggevend mag zijn, is volgens de inkoopvereniging een zaak die de aanbestedende dienst zelf moet weten. Prijs speelt immers altijd een rol.

Reageer op dit artikel