nieuws

Passiefhuis vraagt om betere samenwerking van iedereen

bouwbreed Premium

De bouwwereld moet beter luisteren naar de ervaringen van de bewoners van passiefhuizen. Zo kan de techniek verder worden gebracht en worden de mogelijkheden van de woningen beter benut.

Dat stelt onderzoeker Erwin Mlecnik die gisteren promoveerde aan de TU Delft op een onderzoek naar passiefhuizen. Mlecnik constateert dat de verwachtingen van bewoners vaak niet aansluiten op het aanbod van bedrijven die systemen en diensten leveren voor passiefhuizen. Als bedrijven daar beter op inspelen, vinden ze gemakkelijker een markt voor hun producten. Anderzijds gaat het er volgens de promovendus ook om het kennisniveau van bewoners van beschikbare innovatieve concepten te vergroten. Daarvoor is het handig om netwerken op te zetten waarin die kennis uitgewisseld kan worden. De perceptie van bepaalde groepen eindgebruikers dat dergelijke woningen onvoldoende luchtkwaliteit bieden en het zomercomfort beperkt is, zit de verdere invoering in de weg. Het strookt bovendien niet met de ervaringen van veel bewoners van bijna-nul energiehuizen. Die zijn juist vaak heel tevreden met de energie-efficiënte woningen vanwege het hoge comfortniveau.

Dat het passiefhuis in Vlaanderen tien jaar geleden aan een grote opmars begon, was te danken aan de aanwezigheid van specifieke innovatiebemiddelaars die zorgden voor een kruisbestuiving tussen leveranciers, (onder)aannemers, architecten en kennisinstellingen. Dat bleek cruciaal om de traditionele fragmentatie in de bouw te doorbreken. In Nederland zou volgens Mlecnik ook zo’n netwerk ontwikkeld moeten worden.

Reageer op dit artikel