nieuws

‘Leerstoel Betonconstructies Delft moet belangrijke positie behouden’

bouwbreed Premium

Hoewel de komende tien jaar nog niet concreet zijn ingevuld, weet Dick Hordijk wel wat hij wil bereiken. Sinds kort is hij hoogleraar Betonconstructies bij de sectie Gebouwen en Civieltechnische Constructies van de afdeling Bouw en Infra, faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen (CiTG) van de TU Delft.

“Ik zal opkomen voor de leerstoel, in Nederland en de wereld. We hebben op het gebied van beton een grote naam. Dat moet zo blijven, dat moet worden verkocht. Delft moet een belangrijke positie op betongebied houden”, zegt Hordijk in de kamer van zijn voorganger Joost Walraven, op de tweede verdieping naast het Stevin II-laboratorium achter het CiTG-hoofdgebouw. Het is stil en op enkele rijen boeken en wat verhuisdozen na is de kamer leeg. Op de gang kondigt een luidspreker een nieuwjaarslunch aan. De omgeving is nog zo nieuw voor Hordijk, dat hij voorbijloopt aan de dichtstbijzijnde koffieautomaat. Maar het is ook een terugkeer naar zijn alma mater.

Dick Hordijk studeert civiele techniek aan de dan nog Technische Hogeschool in Delft. “Ik werd verleid door het enthousiasme van de colleges van Anton Bruggeling”, zegt hij terugkijkend. Hij studeert af bij Arie Hogeslag, hoogleraar ontwerpen van draagconstructies. “Maar ik heb nooit in de ontwerppraktijk gezeten. Dat had ik wel graag gewild. Maar ook zonder ervaring in de ontwerppraktijk weet ik voldoende. Ik heb het zo druk, dat ik niet alsnog aan ontwerpen toekom.”

Hordijk promoveert in 1991 op vermoeiing en breuk van beton. Zijn promotor is Hans-Wolf Reinhardt, die tot 1986 hoogleraar Betonconstructies in Delft was en momenteel emeritus hoogleraar is aan de Universiteit van Stuttgart.

Voorspanning

In 1990 kiest Hordijk voor een functie bij TNO in Rijswijk waar hij al snel hoofd afdeling Beton- en metselwerkconstructies wordt. “Ik heb veel geadviseerd over schades. Dat begon met een gebouw in Calgary, eigendom van Nederlandse pensioenfondsen. Daar was sprake van corrosie van voorspanstaal zonder aanhechting. In Nederland staan ook veel woningen met een dergelijke voorspanning. Na een brand in Heerhugowaard bleek een dergelijke schade ook hier voor te komen. In diverse kabels in de woningen ontbrak de voorspanning. Niet door de brand, maar door corrosie.”

In 2001 treedt hij toe tot Adviesbureau ir. J.G. Hageman in Rijswijk. Enkele maanden later wordt hij voor een dag per week hoogleraar Bijzondere Betonconstructies aan de faculteit Bouwkunde van de TU Eindhoven.

De leerstoel in Eindhoven wordt dan gesponsord door de cement- en betonindustrie. Hordijk geeft colleges in voorgespannen en prefab beton aan vierdejaars studenten. Hij begeleidt afstudeerders en twee promovendi en zorgt voor onderzoek uit de derde geldstroom. “En dan wil je ook nog publiceren. Dat gaat gewoon niet allemaal in één dag.” Daarvoor krijgt hij in Delft, met een aanstelling voor tweeënhalve dag, mogelijk wel tijd . “Ik blijf daarnaast voor tweeënhalve dag verbonden aan Adviesbureau Hageman. Het is een klein bureau, onafhankelijk, met een goede naam en een hoog kennisniveau. Ik verwacht synergie tussen beide functies”, aldus Hordijk.

Opgelijmde wapening

De Delftse staf van Hordijk bestaat uit vijf medewerkers. Daarnaast kan hij een beroep doen op het Stevin-II laboratorium. Daar staat momenteel een 1 op 2-opstelling voor Rijkswaterstaat; liggers met tussenstorts. Verwacht wordt dat de tussenstorts in werkelijkheid meer capaciteit hebben dan volgens de berekeningen. “De afgelopen jaren is hier veel onderzoek uitgevoerd in het kader van beoordeling van bestaande constructies en dat zal worden voortgezet. Anders dan bij nieuwe constructies is het niet voldoende te weten dat de constructie sterk genoeg is. Om niet onnodig te hoeven slopen of versterken, moeten we de werkelijke capaciteit beter kennen. Door effort in een proef te steken kun je de capaciteit aantonen. Ik ben wel blij met de marges die in constructies uit het verleden zitten. Wat ik weer wil oppakken: het versterken van constructies, bijvoorbeeld met opgelijmde wapening.”

Hordijk heeft veel schades aan parkeergarages beoordeeld. Daarover zei hij onlangs op een bijeenkomst van Vexpan, het Platform Parkeren Nederland: “Het is van belang dat alle partijen bekend zijn met de kritische onderdelen. Er moeten afspraken gemaakt worden over te verwachten schades. Bewust scheurvorming laten optreden en vervolgens herstellen kan goedkoper zijn dan dergelijke schades door veel wapening trachten te voorkomen. Het is dan nodig op de juiste wijze rekening te houden met vervormingen door belasting, temperatuur en uitdrogingskrimp. Benoemen en afspraken maken voorkomt dure geschillen achteraf. Kennis en communicatie in de ontwerpfase zijn van essentieel belang.”

Een uitgesproken mening, die hij ook uit over bruggen. In Koersief , tijdschrift van de Eindhovense studievereniging Koers, schreef hij: “De kleine 4000 in de vorige eeuw gebouwde bruggen hebben veelal een enorme reservecapaciteit. De dwarskrachtsterkte is groter dan berekend volgens de geldende regels.” Hordijk uit zijn enthousiasme over twee ontwikkelingen: het overlagen van stalen orthotrope bruggen met een laag zwaargewapend hogesterktebeton, even dik als het asfalt. “Uitvoeringstechnisch niet eenvoudig, maar succesvol.” En het bouwen met zeerhogesterktebeton met voorspanning. Dat is al toegepast in een klein project, de Gooisebrug, bekroond met de Europese Betonprijs.

Verjonging

Hordijk ziet veel verjonging in de wereld van de betonconstructies, bijvoorbeeld bij de Stufib (de Nederlandse afspiegeling van de fib, de Fédération Internationale du Béton). Dat verheugt hem, “een feest”, noemt hij het.

Hij zal dan ook zeker deelnemen aan internationale congressen, zoals van de fib. Daarnaast zal hij onderzoek doen en onderwijs geven, publiceren en profileren. Sinds januari 2012 is hij bovendien hoofdredacteur van het vakblad Cement , als opvolger van emeritus hoogleraar Cees Kleinman. Het tijdschift is van oudsher uitgegeven door de cement- en betonindustrie, die dat inmiddels heeft overgedragen aan uitgeverij Aeneas. Zijn functie als vice-voorzitter van de Betonvereniging zal hij binnen afzienbare tijd neerleggen.

“Ik heb veel zin om aan de slag te gaan, als opvolger van illustere voorgangers zoals Joost Walraven, Anton Bruggeling en Hans-Wolf Reinhardt”, zegt Hordijk. Onderzoek naar bestaande constructies, constructieve veiligheid en consequenties van ontwerpkeuzes op de duurzaamheid staan hoog op Hordijks agenda.

Hoewel hij zelf niet meer aan ontwerpen zal toekomen, heeft hij geen spijt van de keuzes die hij in zijn loopbaan heeft gemaakt. “Ik ben gelukkig met alles wat ik al gedaan heb. Ik ben van nature een positief mens en lach graag.” Hordijk gaat zich de komende tien jaar krachtig inzetten voor de positie van de Delftse leerstoel Betonconstructies. Hij verwacht nog veel ontwikkelingen op betongebied en staat daar voor open. “Als het maar maatschappelijk relevant is en op hoog wetenschappelijk niveau.” n

Reageer op dit artikel