nieuws

Grijze Bouwers Club actief met ‘reizende ambachtsschool’

bouwbreed Premium

Fysiek klopt het signalement als een bus. De heren zijn allemaal grijs aan de slapen. Maar geestelijk geven de leden van de Grijze Bouwers Club blijk van grote vitaliteit. Ze houden niet van stilzitten en delen een aversie om achter de geraniums terecht te komen.

“Angst voor het zwarte gat” deed de Rotterdamse aannemer en projectontwikkelaar Jan Steinvoort (70) elf jaar geleden besluiten om gewoon nog een tijdje door te gaan met geld verdienen. Steinvoort richtte met een paar branche- en leeftijdgenoten uit de Rotterdamse regio de Grijze Bouwers Club op.

“In de bouw ben je gewend aan een druk leven”, stelt de ondernemer. “Daar kun je niet zomaar uitstappen. Ik dacht: ik ga nog een beetje adviseren. Het bleek dat meer collega’s er zo over dachten.” Hij kijkt de kring rond. Er wordt instemmend geknikt.

Aan tafel zit een handvol senioren met een niet te stillen dadendrang. Ze hebben allemaal hun eigen expertise in de bouw en zijn gewend om leiding te geven. Ze houden van hun vak en van de bouw, waarin ze hun leven hebben doorgebracht.

Zes leden telt de club momenteel. Hun namen in willekeurige volgorde: Peter Termijn (63), ex-directeur van een afbouw- en schildersbedrijf in Rotterdam dat door twee van zijn zonen wordt voortgezet; Bert van der Graaf (57), directeur van B. van der Graaf Engineering in Hendrik Ido Ambacht; Marinus Quispel (74) van loodgietersbedrijf Quispel in Capelle aan den IJssel en Stef Vermeij (67), bedrijfsleider bij installatiebedrijf Baas te Rotterdam. Steef van der Torre, bedrijfsleider bij BAM, laat zich excuseren. Hij is op vakantie.”

De GBC doet niet aan gezelligheid, daar zijn de heren duidelijk over. “We komen niet periodiek bij elkaar voor een babbeltje en een borreltje. We zijn gewoon bezig met geld verdienen. Maar niet per se fulltime. Wie een dag geen zin heeft, is er gewoon even niet.”

In de GBC heeft ieder lid een vaste taak. Voor een project maakt Steinvoort de begrotingen, terwijl Van der Graaf de technische installaties ontwerpt, Vermeij het controle- en uitvoeringswerk doet en Quispel het sanitair en ander loodgieterswerk voor zijn rekening neemt. Termijn is de schilderspecialist.

Münchhausen

Dit scenario kreeg er een dimensie bij toen Steinvoort als lid van de Münchhausenbeweging in aanraking kwam met het nijpende tekort aan stageplekken voor roc-leerlingen. De Münchhausenbeweging, genoemd naar een romanfiguur die zichzelf aan zijn haren uit het moeras omhoog trok, is een Rotterdams initiatief waar ondernemers, topambtenaren en directeuren van grote maatschappelijke instellingen hun netwerken en deskundigheid onderling beschikbaar stellen om elkaars problemen op te lossen, buiten de gebaande paden om.

Steinvoort kreeg van regionale opleidingscentra het verzoek leerlingen aan een stageplek te helpen. Maar stagiairs zijn momenteel niet de eerste prioriteit van bouwondernemingen. Vakgerichte opleidingen hebben het moeilijk. De overdracht van ambachtelijke kennis staat, onder meer als gevolg van de crisis, op een zeer laag pitje.

“In Rotterdam zijn bouwkundige opleidingen schaars geworden,” zegt Peter Termijn. “Ouders willen een goede baan voor hun kind. De bouw is niet populair.” Van der Graaf: “Mijn neefje wilde graag metselaar worden. Hij volgde een opleiding, maar die werd halverwege stopgezet. Doodzonde.” De misère is ook te wijten aan de kortzichtigheid van ondernemers in de bouw, meent Steinvoort. “Waar denken ze metselaars vandaan te halen als straks de crisis voorbij is?”

Tegen deze achtergrond bleef er voor de GBC maar één weg over: zelf opleidingsmogelijkheden scheppen. Bij de verbouwing van het leegstaande verzorgingscentrum De Nachtegaal in Rotterdam-Charlois tot multicultureel centrum in opdracht van corporatie Woonbron zette de GBC voor het eerst leerlingen in. Bij dit project van 3 miljoen euro was plek voor zo’n zeventig scholieren. Er waren erbij die de bouw al na een paar dagen teleurgesteld de rug toekeerden. Maar er waren er ook die zich als een vis in het water voelden en die na afloop graag verder wilden als leerling-tegelzetter, -timmerman, -metselaar of -loodgieter. Aangemoedigd door dit succes eisen de Grijze Bouwers tegenwoordig bij ieder project van de opdrachtgever dat hij leerlingen aanneemt.

Steinvoort schetst hoe de procedure werkt: “Bij iedere aanbesteding vragen we drie prijzen op. We gaan praten met de goedkoopste inschrijver. Hij moet leerlingen nemen, anders wordt het werk niet aan hem gegund.”

“Een aannemer die tegenstribbelt, weten we meestal wel om te praten,” vult Termijn aan. “Hij heeft toch leerlingen nodig als hij zijn bedrijf wil laten voortbestaan?” Van der Graaf: “Bedrijven willen goed personeel. Dat krijgen ze niet met een druk op de knop. Ze moeten het zelf opleiden. Dat is de kern van onze boodschap.”

Zo kwam een soort “reizende ambachtsschool” tot stand. De ambulante opleiding van de Grijze Bouwers heeft al een flink aantal plaatsen in Rotterdam en omstreken aangedaan. En aan ieder project hield de bouw wel een paar enthousiaste vaklui in spé over.

Recente initiatieven zijn de ondersteuning met leerlingen van een klusdienst voor de laagstbetaalden in Schiedam-Zuid in samenwerking met de gemeente, de verbouwing tot luxe appartementen van drie panden in Rotterdam-Kralingen en de bouw van Klimaatark Barendrecht, een hightech centrum voor natuur- en milieueducatie.

Peter Termijn is vol lof over de inzet die de leerlingen tonen. Terwijl het maatschappelijk gezien toch niet de gemakkelijkste groep betreft. “Het gaat om jongeren van 17 tot 22 jaar, vaak allochtoon en vaak afkomstig uit probleemgezinnen. Jongens die moeilijk aan een stageplek komen. We hebben erbij die in een auto slapen omdat ze dakloos zijn. Jongens voor wie we geld ophalen omdat ze niets te eten hebben. Maar als je ze een beetje begeleidt en houvast biedt, zijn het heel goede en leergierige werkkrachten.”

Dolblij

“Ze zijn dolblij met de mogelijkheid die wij ze bieden. Sommige komen in de vakantie vragen of we geen werk voor ze hebben. Zo leuk vinden ze het,” vertelt Quispel.

De GBC houdt de stagiairs scherp in de gaten. Wie drugs gebruikt op het werk vliegt er meteen uit. Maar wie goed presteert en belangstelling toont, wordt extra beloond. Elke week wordt een stagiair van de week gekozen. Behalve de complimenten van zijn begeleider, krijgt hij een bonus van 25 euro.

Resteert de vraag waarom juist een clubje grijze heren zich inzet om jongeren belangstelling voor de bouw bij te brengen. Bert van der Graaf: “Omdat niemand anders het doet. Bouwers willen alleen geld verdienen. Verder kijken ze niet. Wij vinden dat we ook een verantwoording hebben aan de maatschappij. En aan deze jongens.” n

Reageer op dit artikel