nieuws

‘Ingenieur wordt steeds meer partner’

bouwbreed

De ingenieursbureaus van de bouwers rukken in hun ondernemingen op vanuit de machinekamer naar de stuurhut. Het stijgende aantal geïntegreerde projecten vraagt extra denkkracht in het begin van het bouwproces.

“De bouw is er traditioneel voor de uitvoering van een bestek. De ingenieurs zijn niet van het bestek maar goed in het vinden van oplossingen”, schetst BAM-directeur William van Niekerk, “Met design & construct schuift de ingenieur naar voren in het bouwproces en verandert de rolverdeling. Naast zijn technische kennis heeft de ingenieur daardoor ook commerciële vaardigheden nodig en kwaliteiten om het proces te managen.”

De toename van gunning op basis van de economisch meest voordelige aanbieding heeft de positie van de ingenieurs in de aannemerij sterk veranderd. “Vroeger waren de ingenieurs het constructieve broertje van het bedrijfsbureau”, zegt Strukton-directeur Hans Moll. “De ingenieurs waren de witte boorden binnen de blauwe bouw. Nu worden we steeds meer partners, een proces dat nog niet is voltooid. Het partnerschap wordt steeds zichtbaarder.”

Hans Moll is bij de vakgroep ingenieursbureaus van brancheorganisatie Bouwend Nederland de opvolger van voorzitter William van Niekerk, sinds kort BAM-directeur met maatschappelijke verantwoordelijkheid in zijn portefeuille. Van Niekerk stond in 2007 aan de wieg van de vakgroep. De organisatie heeft nu als lid dertien bureaus waar gezamenlijk zo’n tweeduizend ingenieurs werken. Advin van Dura Vermeer bijvoorbeeld, Ballast Nedam Engineering en Volker Wesselsmij Aveco de Bondt. Dochters van BAM, Strukton en ook de pittige Roelofs uit Den Ham. “Bij brancheorganisatie Onri, de voorloper van NLingenieurs, waren we vanwege de binding met een bouwbedrijf niet welkom. Wel bij Bouwend Nederland”, zegt Van Niekerk. ”Inmiddels is een aantal leden van NLingenieurs bij ons lid. Door de opkomst van het integrale werken worden tegenwoordig massaal NLingenieurs aangestuurd door leden van onze vakgroep.”

De oprichting van de vakgroep – vlak voor het begin van de crisis – werd destijds ingegeven door oplopende spanningen op de arbeidsmarkt. Enerzijds dreigden de bouwers bij elkaar de beste ingenieurs weg te vissen terwijl de toestroom vanuit de universiteiten stagneerde vanwege het slechte imago van de bouw. De wetenschappelijke instellingen stuurden hun afgestudeerden met voorrang naar de aantrekkelijker geachte onafhankelijke ingenieursbureaus.

Een ander motief om de krachten te bundelen was het geven van een stem aan de bevordering van geïntegreerde contracten. Bovendien speelde een rol de rammelende bewaking van het intellectuele eigendom. Wie iets slims bedenkt, zou daar toch vooral zelf de vruchten van mogen plukken? Thema’s die na de start van de vakgroep al snel voorbij kwamen waren de ontwerpvergoedingen en de constructieve veiligheid. Ook daar heeft het bouwgebonden ingenieursbureau zo zijn eigen mening over.

Moll: “De bouw wordt steeds meer een zelfscheppende industrie. Kijk naar wat gebeurt op gebieden als duurzaamheid en energie. Lokaal zowel als internationaal. Waar kun je meerwaarde bieden? Fascinerend.”

De nieuwe voorzitter van de vakgroep constateert dat de bouwingenieurs mogelijkheden tot op het randje zoeken. “Je hebt met veel meer partijen te maken dan vroeger en hun invloed is gigantisch. Destijds had je zes jaar voorbereiding, nu nog maar anderhalf jaar. Toen: vijf jaar voorbereiding, een jaar aanbesteding en drie jaar bouwen. Nu gaat alles dankzij de geïntegreerde aanpak in vier jaar. De huidige design & constructcontracten worden uitgedacht door de bouwbedrijven. Daar gebeurt het. Neem de A4 Midden-Delfland. De bouwcombinatie heeft een andere oplossing gevonden dan zes ingenieursbureaus eerder als optimaal dachten. Met een goede uitvraag geef je creativiteit de ruimte.”

Hoge prioriteit geeft de vakgroep aan kennisontwikkeling. Een leergang ontwerpmanagement werd opgezet om ingenieurs met vijf tot tien jaar ervaring te scholen om opgewassen te zijn tegen hun nieuwe complexe werkomstandigheden. Wat volgt zijn meesterklassen voor oude rotten met misschien wel twintig jaar ervaring. “Onze mensen moeten tien keer zo goed zijn als de ingenieurs van de onafhankelijke bureaus”, zucht Moll. “Als je van een aannemer komt, staat dat op je voorhoofd geschreven. Toch, als je scherp gaat in het ontwerp, kan dat nog steeds technisch integer zijn. De mensen van de onafhankelijke bureausworden onmiddellijk gezien als deskundig en onkreukbaar. Dat onterechte verschil in benadering raakt al mijn allergieën.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels