nieuws

‘Herfundering onderdoorgang hét spektakelstuk’

bouwbreed

Op één paviljoen na is in het Rijksmuseum al bijna tien jaar geen kunstwerk meer te vinden. Maar gaandeweg de werkzaamheden ging het monument van Pierre Cuypers weer stralen. Tijdens een rondleiding ter gelegenheid van de oplevering vertelt directievoerder Bas Stierhout over de onbetwiste hoogtepunten van een spraakmakende verbouwing.

Toen Bas Stierhout vorig jaar zomer in het Prado was in Madrid, heeft hij geen schilderij gezien. Niet bewust althans. Hij had geen oog voor de beroemdste Greco’s, Goya’s en Rembrandts. De directievoerder namens de Rijksgebouwendienst keek alleen hoe de beveiligingscamera’s waren weggewerkt, luchtbehandelingsinstallaties gecamoufleerd en brandblussers opgehangen. “Het zijn van die beroepstics die je overhoudt als je vier jaar lang alleen maar bezig bent met de verbouwing van het Rijksmuseum”, verontschuldigt hij zich. “Alles bij dit werk staat zozeer ten dienste van de kunstwerken, dat je op een gegeven moment vergeet naar die museumstukken te kijken.”

Nu had de bouwplaats waarover hij namens de Rijksgebouwendienst de scepter zwaaide in dat opzicht de afgelopen jaren ook weinig te bieden. Maar tijdens de rondleiding wijst Stierhout voortdurend op details die jarenlang verborgen waren en nu weer schitteren.

Nu de binnenhoven zijn leeggehaald en alle toevoegingen van na Cuypers zijn verwijderd, dringt daglicht diep in het gebouw door. Ook de beruchte onderdoorgang baadt in een zee van licht. De bestuurders en politici van Amsterdam besloten twee weken terug dat er weer een fietspad komt.

Gewelven

Drie jaar terug balanceerden de gemetselde gewelven van de onderdoorgang nog vervaarlijk op stalen frames. Stierhout: “Dat blijft onbetwist het grootste spektakelstuk van de hele verbouwing”. De operatie was nodig om de poeren onder de kolommen smaller te kunnen maken zodat er voldoende ruimte ontstaat om museumbezoekers onder de passage door te laten lopen van de ene naar de andere binnenplaats. Inmiddels zijn de betonnen poeren die er voor in de plaats zijn gekomen bekleed met licht Portugees natuursteen, dat de architecten Cruz y Ortiz op veel plaatsen hebben toegepast. Ook op het nieuwe studiecentrum en het Aziatisch paviljoen.

Nauwelijks minder ingrijpend dan de herfundering van de onderdoorgang was de bouw van een 500 meter lange energie- en installatiering aan de voet van het museum. Door de installaties zoveel mogelijk daarin onder te brengen kwam extra ruimte vrij voor tentoonstellingen in het oude gebouw.

Evenals de kelders onder de binnenplaatsen is de installatiering apart gefundeerd van het oude gebouw dat in zijn eigen tempo doorzakt. Speciale koppelingen van de leidingen en installatiekanalen vangen zakkingsverschillen tussen oud- en nieuwbouw op.

Energiecentrum

Bij het ondergrondse energiecentrum bevinden zich ook depots voor tijdelijke opslag van kunstwerken. De temperatuur wordt er, evenals in het hele museum, op een constante waarde gehouden tussen 20 en 22 graden Celsius. De luchtvochtigheid blijft rond 55 procent. Een internationale standaard voor musea, die het vergemakkelijkt om kunstwerken uit te wisselen.

De depots zijn uitgerust met een oxyreductsysteem dat het zuurstofgehalte terugbrengt van de gebrui-kelijke 18 naar 14 procent. Daardoor is het nagenoeg uitgesloten dat een brand uitbreekt, terwijl museummedewerkers er toch zonder zuurstofmaskers in kunnen werken. Zestig minuten brandwerende deuren voorkomen dat een eventuele brand in het museum zich verplaatst naar het depot.

Stierhout eindigt zijn rondleiding met een dramatisch hoogtepunt: de eregalerij, de grote zaal in het hart van het museum waar de topstukken hangen van Rembrandt, Jan Steen, Frans Hals en andere 17de eeuwse meesters. Nu de steigers van de restauratieschilders en stukadoors zijn verwijderd, doet de zaal akelig leeg aan. Alles lijkt klaar om de Nachtwacht weer op zijn vertrouwde plek te hangen.

Wanneer dat gebeurt is nog niet bekend, evenmin als exacte de openingsdatum. Ergens volgend voorjaar zal het zijn. Dat iemand anders dan het staatshoofd het Rijksmuseum opent kan Stierhout zich niet voorstellen.

Tegen die tijd hoopt hij ook weer oog te hebben voor de kunstschatten en dat zijn blik niet meer dwangmatig afdwaalt naar luchtbehandelingskasten of fancoil-units. “Maar dat duurt nog even. Tijdens de oplevering koester ik nog mijn bouwkundige blik. Ik moet nog even scherp zijn.”

Projectgegevens

Projectsom:375 miljoen euroLooptijd:2003 – 2013Onderkeldering, Civiele Techniek:BAM CivielCoördinerend aannemer:JP van EesterenDak en gevel:Koninklijke WoudenbergW-installaties:KuipersE-installaties:Homij

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels