nieuws

‘Wie regelt straks nog
zandcementvloerkwesties’

bouwbreed

Wat blijft er over van bedrijfschap Afbouw dat werd opgericht in 1951? Directeur Anton van Kruistum zit niet stil, maar maakt zich zorgen over arbeidsvoorwaarden, opleidingen en vakmanschap. Ondemocratische besturen, hoge verplichte bijdragen en belangrijker: waar gaan alle miljoenen die jaarlijks binnenstromen aan op?

Kabinet en Kamer hebben genoeg van de bedrijfschappen. Gisteren ontvouwden de ministers Kamp en Verhagen hun plannen. De ministers bieden twee opties. De verplichte bijdrage gaat eraan. Bedrijfschappen kunnen zich evenals andere organisaties richten op publieke taken. “We doen aan beide niet mee”, reageert Anton van Kruistum, directeur van bedrijfschap Afbouw ietwat getergd. “Op termijn verdwijnen we gewoon als deze plannen zo doorgaan.”

De directeur probeert te redden wat er te redden valt. Komend jaar komt hij met een standaardheffingstarief van 255 euro. Daarmee levert hij 4 miljoen euro van zijn inkomsten in om de niet meer te vermijden grotere klap later te kunnen opvangen als de heffing er helemaal aangaat.

“Als de heffing verdwijnt, moeten we alles uit de cao financieren. Maar dat betekent ook dat zpp’ers niet langer verplicht zijn mee te betalen.” Dat scheelt een slok op een borrel: van de 10.000 aangesloten bedrijven die nu verplicht meebetalen, werken 10.000 voor zichzelf.

Met de sociale partners is Van Kruistum al bezig iets nieuw op te zetten. Begin 2013 lanceert hij de opvolger van het bedrijfschap: de stichting technisch bureau afbouw.

Van Kruistum maakt zich zorgen. Wat er precies gaat veranderen is nog niet duidelijk, maar hij kan zich wel een beeld vormen. “Nu hebben we veel overleg met de arbeidsinspectie en vertegenwoordigen we een grote groep uit de afbouw. Neem de kwestie over de zandcement dekvloer. Wij hebben daar als bedrijfstak afspraken over gemaakt.”

Ook het onderwijs komt volgens hem onder druk te staan. “Als een zzp’er nu een cursus wil volgen, betalen we de cursus én de dag dat hij niet kan werken. Straks zit dat er niet meer in. Ja, dat gaat ten koste van vakmanschap.”

Het bedrijfschap Afbouw betaalt ook mee aan onderzoek. Ook dat staat op het spel. “Onlangs trokken we nog anderhalve ton uit voor een studie naar rvs-constructies in zwembaden naar aanleiding van een dodelijk ongeval.”

Het afschaffen van bedrijfschappen heeft mogelijk ook consequenties voor re-integratieprojecten. “Voor mensen die arbeidsongeschikt dreigen te raken zorgen wij dat ze op tijd zijn omgeschoold.”

De komende maanden en jaren zijn cruciaal. Het steekt hem dat de politiek het bedrijfschap laat vallen. Vooral omdat hij de afgelopen jaren al flink het mes zette in het personeelsbestand. “Zeven jaar geleden hadden we 85 man in dienst. Nu nog elf.”

Dat productschappen er beter vanaf lijken te komen, stoort nog meer. “Er verschenen stukken over voorzitters van productschappen die enorme afscheidssommen meekregen. Ik kan je zeggen, Afbouw heeft de goedkoopste voorzitter van alle schappen. Hij heeft geen auto en geen pensioen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels