nieuws

Discussie integrale contractvormen niet over kosten

bouwbreed

Het gebruik van integrale contractvormen neemt toe, zowel in de civiele bouw als in de utiliteits- en woningbouw. Maar voeren we de discussie hierover wel op de juiste manier?

Zomaar twee willekeurige berichten: voor het werk aan de Afsluitdijk is gekozen voor dbfm als contractvorm; het stadskantoor voor Deventer wordt via een ebm-contract in de markt gezet. Maar ook een klein bericht uit Engeland, dat de markt voor private financed initiatifs (pfi’s) grotendeels is ingestort. Engeland is al jaren ons ‘gidsland’ als het gaat om de toepassing van integrale contractvormen, dus zouden we goed moeten kijken naar de actuele ontwikkelingen, want daar kunnen we iets van leren. De invoering van integrale contractvormen (zoals dbfm) is in Engeland in de jaren tachtig van de vorige eeuw onder Margaret Thatcher gestart en al snel tot grote bloei gekomen. Het is interessant om te zien waardoor dit soort contractvormen zo snel populair werd. De economische situatie in Engeland was toen ronduit slecht. De overheid zat op zwart zaad, de werkeloosheid was hoog en het bedrijfsleven had het zeer zwaar. Met de toepassing van een integrale contractvorm om een project te kunnen starten, leek het mes aan twee kanten te snijden. De overheid hoefde de kosten niet in één keer zelf te betalen, maar ging een soort betalingsregeling over een lange periode aan. Het bedrijfsleven op zijn beurt had op deze manier niet alleen concrete klussen, maar ook zekerheid over een onderhoudsportefeuille voor langere tijd. De voordelen werden jarenlang breed uitgemeten, maar de stroom aan positieve berichten verstomde de laatste jaren. Vooral na een aantal kritische evaluaties in 2011 is de populariteit inmiddels sterk verminderd, zo blijkt. De bewering dat deze contractvormen zouden leiden tot kostenvermindering blijkt moeilijk aantoonbaar en ook de beweerde hogere kwaliteit is discutabel. Maar toch zijn er wel degelijk grote veranderingen doorgevoerd, met name in de omvang van de overheidsorganen die deze projecten aansturen.

Overeenkomsten

Er zijn overeenkomsten tussen de situatie in Engeland toen, en de huidige stand van zaken in Nederland, ook al is onze economische toestand (nog) niet zo slecht als in de vorige eeuw in Engeland. Ook bij ons is de rijksoverheid een grote voorstander van toepassing van integrale contractvormen en geeft het bedrijfsleven (vooral de grote aannemers) daar graag gehoor aan. De drijfveer bij de overheid lijkt overigens vooral het verkleinen van de eigen omvang te zijn en niet primair het stimuleren van de economie. Een tweede overeenkomst vormen de argumenten bij de verkoop van de nieuwe opzet, en dan met name de financiële voordelen. En over dit laatste punt wordt veel discussie gevoerd, waarbij zowel de voor- als tegenstanders te weinig munitie hebben om hun eigen gelijk onomstotelijk aan te tonen.

Maar zouden we juist op dit punt niet een enorme stap kunnen maken, ook gezien de ervaringen in Engeland? Als we nu eens erkennen dat de overheid wil afslanken en daarom taken wil overdragen aan de markt, maar dat ze zich realiseert dat een project daarmee niet goedkoper wordt? De discussie wordt dan veel transparanter en de transformatie wordt niet belast door het continue zoeken naar (financiële) argumenten die de verandering moeten rechtvaardigen.

We kunnen dan taken overhevelen en de projecten anders organiseren zonder de kramp van financiële rechtvaardiging die toch voornamelijk een papieren discussie is. De overheid kan zich concentreren op een goede invulling van haar nieuwe rol en dat alleen al is een enorme opgave. Het project blijft immers haar eigendom en haar verantwoording voor wat betreft functionaliteit, kwaliteit en kosten blijft in de kern ook gelijk. Maar met minder mensen moet dit op een andere manier, meer op afstand en met andere sturingsmiddelen dan voorheen.

Bewustzijn

Op dit aspect zit nog een tweede leerpunt uit Engeland, namelijk het bewustzijn dat ook bij een integrale contractvorm de opdrachtgever niet achterover kan leunen. Dat onderdeel van het imago van de integrale contractvormen is fundamenteel onjuist. Het aansturen van een dbfm-contract is niet minder hard werken dan een traditioneel contract, ook al is de inhoud van het werk anders.

Als daarnaast ook de opdrachtnemers in de bovenstaande opzet meegaan en zich kunnen concentreren op de invulling van hun nieuwe rol, kunnen we pas echt werk maken van de invoering van integrale contractvormen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels