nieuws

Natuur leeft op bij zand- en grindputten

bouwbreed

Grondwinning kan een gunstige bijdrage leveren aan de ontwikkeling van natuurwaarden. Bij een put in de Achterhoek en plassen langs de Maas vond Albert Vliegenthart 59 soorten vlinders, libellen en sprinkhanen.

“De zand- en grindindustrie heeft een slecht imago. Het beeld is: ze graven een gat in de grond en zeggen dat het natuur is. Daar moeten de mensen het dan maar mee doen”, zegt projectleider Vliegenthart van de Vlinderstichting. “De werkelijkheid verandert. Je hebt serieuze aandacht gekregen voor natuurontwikkeling en ruimte voor de rivier. Met thema’s als waterberging en wonen aan de rivier. Aan mij werd gevraagd hoe goed die natuur nu eigenlijk is.”

Het verzoek aan de Vlinderstichting kwam van Cascade, de vereniging van zand- en grindproducenten. Secretaris Leonie van der Voort is bioloog. “De ondernemers vinden het werken aan een betere natuur best leuk. Ze leveren grote inspanningen en willen graag weten wat dat allemaal oplevert. Voor het onderzoek zijn twee heel verschillende locaties gekozen die ver uit elkaar liggen.”

Het oog viel op zand- en grindwinning Omsteg, in de Achterhoek tussen Netterden en Gendringen, en project Meers langs de Maas in de Limburgse gemeente Stein.

Libellen

“De winning in de Achterhoek heb ik onderschat”, geeft Vliegenthart toe. In uiterwaarden is gemakkelijk wat moois te maken. Maar midden in het boerenland? Het Wiekense Gat, zoals de Omsteg ook wel genoemd wordt, is gedeeltelijk voor het publiek afgesloten om de natuur kansen te geven. De 30 meter diepe plas in het gebied wordt omgeven door bloemrijk grasland, houtwallen en struwelen. Ter wille van de diversiteit bestaan op het 55 hectare grote terrein hoeken met ondiep water.

Vliegenthart: “De plas is allesbehalve dood. Door de diepte bestaan interne stromingen. In het gebied komen zeldzame libellen voor, de rode lijstsoorten plasrombout en beekrombout. Ze horen eigenlijk thuis bij laaglandbeken, maar handhaven zich toch. Ik vond ook een bijzondere zweefvlieg die karakteristiek is voor ontwikkelde struwelen.”

Kiekendief

De Omsteg, eigendom van de vennootschap Netterden Zand en Grind, kan volgens Vliegenthart goed vergeleken worden met gerespecteerde natuurgebieden elders in de Achterhoek. De winning fungeert als een aantrekkelijke opstap voor flora en fauna. Wel is het oppassen geblazen voor de bruine kiekendief, die zich genesteld heeft. Een in het leven geroepen stichting waakt over de kwaliteit van het door ontgrondingen nog steeds uitdijende natuurgebied.

Bij het project in Meers viel Vliegenthart van de ene in de andere verbazing. Het 53 hectare grote gebied is eigendom van exploitatiemaatschappij L’Ortye en Natuurmonumenten. De vlinderman trof tomatenplanten aan, artisjokken en een struik boerenkool. De rivier is een transporteur van al wat het leven biedt. Vliegenthart trof er ook de zuidelijke keizerlibel aan, een zeldzaamheid. Opvallend waren ook de vele koninginnenpages. En, kijk omhoog. Daar vloog zomaar een jagende visarend, een doortrekker. Ook zie je er soms bevers of vissers met lieslaarzen.

Sinds 1998 is L’Ortye met Rijkswaterstaat en Natuurmonumenten bezig de oorspronkelijke stroomdalvlakte te herstellen door delen fors te verlagen. De Maas krijgt de ruimte en er zijn natuurlijke zand- en grindbanken ontstaan. De rivier is door het grote verval vol dynamiek. Tot 2020 vinden ontgrondingen plaats.

Leonie van der Voort lacht bij de vele soorten die Albert Vliegenthart de revue laat passeren. De trekvlinders, de zingende sprinkhanen, de breekbaar mooie libellen. Veel zeldzaamheden behoren tot de pioniersoorten, tot het leven dat zich bij uitstek thuis voelt op jonge gronden.

“De pioniers kunnen niet zonder ontgronding”, gekscheert Van der Voort. “Nou ja, dat is misschien een beetje kort door de bocht. Maar objectief valt wel vast te stellen dat de zand- en grindbedrijven niet verkeerd bezig zijn.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels