nieuws

Tekortkomingen warmte-koudeopslag met wat geluk en inzicht nog te herstellen

bouwbreed

Circa 75 procent van de warmte-koudeopslagsystemen (WKO) in de utiliteit functioneert niet goed, zegt Ivo Everts van Insted. Tekortkomingen in opwekking en afgifte zijn vaak de oorzaak, verklaart de leverancier van ‘duurzame energiediensten’ uit Nijkerk. Maar met wat geluk en inzicht zijn veel tegenvallende prestaties nog wel te corrigeren.

Insteds zusterbedrijf GeoComfort uit Wichmond heeft inmiddels een kleine 250 WKO’s in Nederland gerealiseerd. “Ook daarvan functioneert niet alles optimaal”, zegt Everts. Vaak gaat het dan om een verkeerde inregeling. De ervaringen met deze tekortkoming hebben Everts geleerd dat fouten achteraf vaak nog wel te herstellen zijn. Hij gaat ervan uit dat van de 75 procent die hij eerder noemde “zeker de helft na juiste afstemming en opnieuw inregelen weer wel goed functioneert”.

Goed monitoren, inregelen en afstemming is cruciaal voor warmte-koudebronnen in combinatie met een warmtepomp. Everts demonstreert dat in het complex van Miele Nederland in Vianen waar GeoComfort een energiecentrale met een WKO en een warmtepomp heeft gebouwd. “Mede door goed beheer, monitoren, afstemming en inregelen draait het systeem zo efficiënt dat er zelfs nog capaciteit over is”, constateert Marcel Maas, hoofd Gebouw en Techniek van Miele. Met de restcapaciteit wil hij op termijn het klimaat behandelen in een hal van 1500 vierkante meter. De installatie bedient nu een nettovloeroppervlak van 22.500 vierkante meter. “Het inregelen heeft ruim een jaar geduurd”, zeggen Maas en Everts. In deze periode kreeg de installateur gaandeweg meer zicht op de energiestromen in het gebouw.

Ketels

Deze inventarisatie heeft mede tot de overcapaciteit geleid. Everts: “In het eerste jaar na de oplevering van de renovatie van het Miele-complex schoot het onderhoud en beheer erbij in door het vertrek van de oorspronkelijke installateur.” De twee gasketels die als reserve achter de hand worden gehouden hebben in dat jaar dan ook wat vaker gedraaid dan verwacht. Maas: “Sinds de installatie is ingeregeld zijn de ketels nog niet aan geweest, ook al hebben we een paar flink koude winters achter de rug.”

“Bij Miele gebeurt het vaak dat de energiecentrale gelijktijdig warmte en koude moet leveren”, legt Maas uit. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer er grote groepen op bezoek zijn in het informatie-/demonstratiecentrum van het bedrijf. Dit ‘Inspirience Centre’ moet dan vaak worden gekoeld. De warmte is daarentegen nodig in de kantoren. In Everts’ uitleg kan het toestel beide zonder problemen leveren.

“De warmtepomp is een standaardproduct van Carrier, zij het dat die wel specifieke eigenschappen heeft voor gebruik in samenwerking met een WKO-systeem.” Dit alles helpt de oorspronkelijk begrote terugverdientijd van ruim zes jaar te verlagen tot mogelijk vier jaar.

De warmtepomp heeft een COP van 4. De afkorting staat voor coëfficiënt of performance, de verhouding tussen de hoeveelheid energie die in het toestel gaat en de hoeveelheid die er wordt opgewekt. Door het vele gelijktijdige koelen en verwarmen zijn deze energiestromen direct vanaf de warmtepomp te gebruiken. De COP kan daardoor oplopen tot 7 of 8. Het toestel heeft een koelcapaciteit van 527 kilowatt en verwarmingscapaciteit van 673 kilowatt. Het bronsysteem heeft een capaciteit van 100 kubieke meter per uur. “Miele trad van begin af aan op als regisseur”, benadrukt Maas.

Comfort

Het heeft er mede voor gezorgd dat het bedrijf kreeg wat het wilde. “In de eerste plaats is dat comfort voor de medewerkers en bezoekers, gevolgd door een reductie van de CO2-uitstoot.” Wat het laatste betreft zegt Maas jaarlijks nu ruim 170 ton minder in de lucht te brengen. De installatie houdt de ruimten op temperatuur via onder meer de luchtbehandeling, klimaatplafonds en vloerlussen. Miele wil de huidige koellast nog verminderen. “Dat kan met technieken als aanwezigheidsschakelingen voor de verlichting en automatische zonwering”, denkt Maas.

De installatie van Miele is nu ruim drie jaar in bedrijf. De verplichte evaluatie/rapportage die de provincie Utrecht na drie jaar wil zien toont volgens Everts en Maas aan dat het systeem nu naar behoren functioneert. Over vijf jaar verwachten beiden dat te kunnen herhalen in de volgende verplichte rapportage aan de provincie.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels