nieuws

Achtergrond: Landschapsrecht zet burger buitenspel

bouwbreed

Achtergrond: Landschapsrecht zet burger buitenspel

Extra wettelijke regels zijn nodig om aantasting van de landschapskwaliteit tegen te gaan. Medewerkers van Alterra, het onderzoeksinstituut van de Universiteit Wageningen, wijzen er op dat burgers vaak met lege handen staan als zij tot de conclusie komen dat de kwaliteit van het landschap het kind van de rekening dreigt te worden.

Hun bevindingen zijn vervat in het rapport ‘Rechtsontwikkelingen landschapsbeleid: landschapsrecht in wording’. De studie verscheen naar aanleiding van de ontwerp-Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Daarin kondigt de regering aan dat het landschapsbeleid bij de provincies wordt ondergebracht. Daarmee komt het landschapsbeleid van het Rijk te vervallen. De Alterra-onderzoekers wijzen er op dat de ervaringen van het Rijk met juridische aspecten van landschapsbeleid als voorbeeld kunnen dienen voor de provincies.

In hun rapport vragen ze zich af in hoeverre de wettelijke regels voor landschappelijke ontwikkelingen hebben gewerkt en wat dit betekent voor de provincies. “De belangrijkste conclusie is dat zonder extra wettelijke regels het juridisch nu vaak onmogelijk is aantasting van landschapskwaliteit te verhinderen”, zo stellen de onderzoekers.

In het bijzonder hebben ze kritiek op de nieuwe relativiteitseis uit de Crisis- en herstelwet. Deze dateert uit 2010 en maakt het voor burgers zeer moeilijk om een juridische procedure te winnen. Daarmee komt het zogeheten piepsysteem op losse schroeven te staan. Daarmee wordt bedoeld dat burgers niet langer de mogelijkheid hebben via de rechter gemeentelijke bouwplannen te blokkeren omdat die botsten met het recht.

Gevarenzone

“De relativiteitseis betekent namelijk dat een burger of organisatie alleen een beroep op een rechtsregel kan doen als dit rechtstreeks ook zijn belang betreft”, zo leggen de onderzoekers uit. “En bij een aantasting van landschap is dat niet zonder meer altijd het geval.” Deze ontwikkeling moet kritisch worden gevolgd. Want, zo waarschuwen de onderzoekers, de publiekrechtelijke rechtsbescherming komt in de gevarenzone terecht. Zo kunnen bijvoorbeeld de argumenten van een milieuorganisatie die zich keert tegen veranderingen in het landschap waardoor schade ontstaat aan een planten- of diersoort, door de rechter terzijde worden geschoven. Uiteindelijk worden door de veranderingen niet de persoonlijke belangen van de milieuactivisten aangetast. In dat verband wordt verwezen naar het relativiteitsvereiste dat in de Duitse wetgeving is opgenomen. Dit heeft inmiddels geleid tot beperkingen voor milieuorganisaties. De rapporteurs waarschuwen dat deze gang van zaken in strijd kan zijn met Europees en internationaal recht.

In het onderzoek wordt er voor gepleit dat niet de nadruk moet worden gelegd op wie vindt dat het landschap wordt aangetast.

Algemeen belang

Uitgangspunt moeten zijn dat het landschap en de rechtsregels van het landschapsrecht onder vuur liggen. “Anders dan in het privaatrecht gaat het in het publiekrecht niet om particuliere belangen. Maar om het algemeen belang en rechtmatige overheidsgezagsuitoefening is in het belang van iedereen.”

Dezelfde juridische instrumenten

Landschapsrecht is onderdeel van het ruimtelijke ordeningsrecht. Door de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) kunnen alle overheidslagen gebruik maken van hetzelfde juridische instrumentarium. Hierdoor hebben Rijk en provincie de mogelijkheid om hun belangen veilig te stellen door gebruik te maken van de zogeheten Wro-instrumenten. Voorbeelden daarvan zijn inpassingsplannen en provinciale ruimtelijke verordeningen. Een belangrijk nieuw gegeven is de reactieve aanwijzing. Deze biedt de provincie de mogelijkheid in te grijpen als een gemeente iets wil doen dat botst met het provinciale landschapsbeleid.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels