nieuws

Calculatiefout bij inschrijving

bouwbreed Premium

Het doen van een inschrijving vindt veelal plaats binnen een relatief kort tijdsbestek. Hierdoor is een fout in de calculatiefase snel gemaakt. Wat echter als de inschrijver door een dergelijke vergissing als laagste uit de bus komt en de aanbestedende dienst voornemens is de opdracht aan deze inschrijver te gunnen?

Onlangs heeft Rechtbank Dordrecht (LJN: BY3500) in een geschil tussen het waterschap en de laagste inschrijver hierover uitspraak gedaan.

In deze kwestie stelde de winnende inschrijver een calculatiefout te hebben gemaakt en wenste zijn aanbieding in te trekken. Een en ander op grond dat zijn wil en geuite verklaring (de inschrijving) niet met elkaar overeenstemden.

Ter zake stelde de rechtbank voorop dat een aanbestedende dienst in beginsel mag uitgaan van de juistheid van de aan hem in de inschrijving verstrekte gegevens. In dat geval is het een inschrijver niet toegestaan zijn inschrijving in te trekken.

Dit zou anders kunnen zijn indien er sprake is van een voor ieder kenbare fout wanneer de aanbestedende dienst niet gerechtvaardigd mag vertrouwen op de juistheid van de inschrijving.

Wanneer sprake is van een voor ieder kenbare vergissing, moet uiteraard blijken uit de omstandigheden van het geval. Bij een uitzonderlijk lage inschrijving kan volgens de rechtbank niet per definitie worden gesproken van een objectief als zodanig herkenbare vergissing. In de huidige marktomstandigheden is het immers normaal dat laag wordt ingeschreven. Daarnaast maakt een sterk lagere inschrijving dan de raming van de aanbestedende dienst zelf dat niet anders. Naar oordeel van de rechtbank geldt dit ook voor een verschil van 30 procent tussen de winnende en de opvolgende inschrijver.

Bovendien volgt uit deze uitspraak eens te meer dat het aan de aanbestedende dienst is om te beoordelen of sprake is van een abnormaal lage inschrijving en de betrokken inschrijver daar zelf geen beroep op kan doen.

Op grond van de aanbestedingsrechtelijke beginselen van gelijkheid en transparantie alsook de in het bestek vermelde gestanddoeningtermijn is een winnende inschrijver dan ook niet zomaar vrij de onderhandelingen af te breken. Doet hij dit wel, dan is hij schadeplichtig voor het positief contractsbelang, zijnde het verschil met de opvolgende inschrijving.

Reageer op dit artikel