nieuws

‘Als je geen geld hebt, kun je het ook niet uitgeven’

bouwbreed

Martjan Kuit – Opdrachtgevers weten Dijkstra Draisma volgens directeur Biense Dijkstra nog goed te vinden. “We zijn financieel sterk, vallen niet bij de eerste en de beste tegenvaller om. Dat wordt gewaardeerd. Maar cherry picking is er niet meer bij.”

Directeur Biense Dijkstra kijkt vanuit de vergaderruimte naast de directiekamer uit over het terrein naast het hoofdkantoor van Dijkstra Draisma in Dokkum. “Dit zijn allemaal onze spullen”, zegt hij trots. “De panden, de bedrijfswagen en het materieel zijn eigendom. Geen leasecontracten of hypotheken.” Lenen, daar houdt Dijkstra niet van. “Als je geen geld hebt, kun je het ook niet uitgeven”, vindt hij. “Cash is king.”

Met dat motto bouwt directeur Dijkstra aan wat tegenwoordig Dijkstra Draisma heet. Het bouwbedrijf is het product van de fusie tussen het familiebedrijf Dijkstra Damwoude en Makkumer Aannemingsbedrijf Draisma. Dit laatste bedrijf werd in 1997 door Biense Dijkstra overgenomen. “Toen eind jaren negentig de Europese aanbestedingsmarkt op ons af kwam, besloten we dat het groter moest. Dus brachten we de familie weer bij elkaar.” Vader Rintje Dijkstra doet zijn aandelen van de hand. Jan en Biense worden op 1 januari 2001 samen eigenaar van Dijkstra Draisma. “We hadden destijds een omzet van zo’n 40 miljoen gulden.”

Anno 2011 is dat gegroeid tot 128,2 miljoen euro. Het bedrijf werkt tegenwoordig vanuit vestigingen in Bolsward en Dokkum en richt zich op bouwprojecten in de drie noordelijke provincies (inclusief de Waddeneilanden), Noord-Holland en de Noordoostpolder. De bouw van woningen, kantoren, bedrijfspanden, maar ook vastgoed voor zorg, onderwijs en recreatie behoren tot de specialismen van de aannemer.

Friesland is de belangrijkste afzetmarkt. “Daar halen we de helft van de omzet weg.” Dijkstra Draisma is volgens de directeur de “meest Friese” onder de vijftig grote bouwers. “Om een dergelijke omzet te realiseren zijn we wel steeds vaker actief buiten Friesland, onze groei behalen we dus voornamelijk buiten de provincie”

Bouwen binnen budget, op tijd en volgens de afgesproken kwaliteitseisen. Dat is het streven volgens Dijkstra. “Hoe we dat voor elkaar krijgen? Ons businessmodel is eigenlijk heel simpel: we willen invloed. Iedereen die het project moet maken, betrekken we erbij. We gaan in een zo vroeg mogelijk stadium met iedereen – de hele keten – om tafel zitten.” Zo gaat het al sinds jaar en dag, benadrukt Dijkstra. “Ketensamenwerking? Heel flauw, maar wij werken al vijftien jaar samen in een keet.”

Het proces is daarbij heilig. “Als het proces niet loopt zijn wij niet in staat om geld te verdienen. We steken veel energie in de voorkant van het proces. Voorbereiding is alles.” Dit perfectioneerde de bouwer op de Waddeneilanden, waar jaarlijks circa 10 miljoen euro aan omzet vandaan komt. “Logistiek is daar van groot belang. Alles moet kloppen. De veerboot gaat echt niet op jouw betonmixer wachten.”

Het contact met de ketenpartners moet goed zijn, anders kun je geen geld verdienen. Dijkstra: “Onderaannemers krijgen bijvoorbeeld altijd binnen dertig dagen betaald. Sommige preferred suppliers zelfs binnen acht dagen. Boter bij de vis.” Dijkstra Draisma is in dat opzicht uniek, merkt de directeur. “De meeste bedrijven rekken de betalingstermijnen in deze tijd juist op.” Onbegrijpelijk, vindt Dijkstra. “Je vraagt een prestatie van iemand omdat de markt slecht is, alles moet sneller en beter, maar je gaat hem trager betalen? Dat kan toch niet? Je moet iemand behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden.”

Daar is echter wel een stabiele basis voor nodig. “Die is er. We hebben altijd het geld in het bedrijf achtergelaten. Er is een spaarpotje. We hebben ons nooit laten verleiden door adviseurs die zeiden: Je hebt veel te veel geld in het bedrijf zitten. Ga nou wat meer lenen. We hebben altijd gezegd: Als je het in de portemonnee hebt, kun je het ook uitgeven.”

Mede dankzij de goede financiële positie weten opdrachtgevers Dijkstra Draisma nog goed te vinden, vindt de directeur. “We zijn financieel sterk, vallen niet bij de eerste en de beste tegenvaller om. Dat wordt gewaardeerd. Maar cherry picking is er niet meer bij.” Gelukkig is het bedrijf gewend om te gaan met tegenslagen. “We hebben hier in het noorden te maken met krimp. Daardoor kunnen we ons goed aanpassen aan wisselende omstandigheden. Je bent veel leaner. We zijn veel met innovatie bezig, optimaliseren onze processen continu en zorgen dat we knowhow hebben van de laatste technieken. We doen dat met een platte organisatie die erg betrokken is bij het centraal stellen van de klant.”

De crisis helemaal zonder kleerscheuren doorkomen zal ook Dijkstra Draisma niet lukken, geeft de topman toe. Reorganiseren was echter nog niet aan de orde. “Maar van onze flexibele schil is niet veel meer over. Die bestond ooit uit misschien wel honderd man, nu misschien nog een stuk of tien jonge leerling-timmerlieden van de vakopleiding. We wilden in eerste instantie naar een omzetniveau van rond de 120 en daarna verder omhoog. Die ambitie hebben we bij moeten stellen.” De broers Dijkstra mikken nu op circa 100 miljoen euro omzet. “Liever 100 miljoen goed, dan 120 en geld bijleggen.”

Ja, die markt mag wel weer aantrekken. “Het is ook wel eens fijn om gewoon een leuke klus te hebben. Niet steeds projecten die het met de hakken over de sloot halen of een paar centen hebben gekost.” Dat soort projecten zijn nu moeilijker te vinden. “De markt is verziekt, de marge is er uit. Leuke bedragen doen zich niet meer voor. Zeker niet in de aanbestedingsmarkt. Het is soms kopen van omzet. Hoe je dat volhoudt? Stoïcijns volhouden en je reserves durven inzetten.”

Toegegeven, Dijkstra spiegelt zaken graag minder florissant voor dan ze zijn. “Een pessimist is een optimist met ervaring”, vindt hij. Voor volgend jaar zit de orderportefeuille echter al weer “aardig vol”. “Tot de bouwvak loopt het redelijk door. Daarna kan er nog wel wat bij. Maar we zitten weer in de lijn omhoog. Qua volume.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels