nieuws

Flexibele geest vereist voor goede infrastructuur

bouwbreed Premium

Infrastructuur en bereikbaarheid zijn volgens het regeerakkoord van doorslaggevend belang voor de Nederlandse economie. Daarom moeten doorstroming en bereikbaarheid worden verbeterd. Op die ambitie valt niets af te dingen, maar bieden de afspraken tussen VVD en PvdA hiervoor voldoende mogelijkheden?

“Op twee manieren werken we aan het verbeteren van bereikbaarheid en doorstroming”, stelt het regeerakkoord. “Door te investeren, vooral in het aanpakken van fileknelpunten en de aanleg van ontbrekende schakels in hoofdverbindingen. En door de bestaande infrastructuur – weg, spoor en water – beter te benutten.”

Op het eerste gezicht lijken deze voornemens van ’s lands nieuwe bestuur over Nederland uitrolbaar als een wollen tapijt over een verweerde eikenhouten vloer. Wordt het vloerkleed echter onder de loep genomen, dan valt te betwijfelen of het de naden en kieren tussen de planken afdoende zal bedekken, zo blijkt uit ‘De Mobiele Stad’, een boek over wisselwerking van stad, spoor en snelweg, geschreven door voormalig rijksadviseur voor de infrastructuur Ton Venhoeven en journalist Tijs van den Boomen.

Openbaarvervoer- en autoverbindingen zijn twee gescheiden werelden, constateren de auteurs. “Wat ontbreekt is een goede verknoping van beide netwerken, die het mogelijk maakt om te kiezen hoe we reizen.”

Dat blijkt bijvoorbeeld uit de bereikbaarheidsproblemen van het distributiecentrum van supermarktketen Jumbo in Veghel. Wie er met de auto wil komen, ondervindt relatief weinig problemen. Veel werknemers daarentegen, in het bijzonder laagopgeleiden, zijn aangewezen op bus, tram of metro. En die doen het bedrijventerrein niet aan.

Funest

Met mogelijk funeste gevolgen: door vergrijzing zal het in de toekomst voor Jumbo moeilijker worden personeel te vinden en de slechte bereikbaarheid van het gebied komt daar dan nog eens bovenop.

Zulke problemen zijn er meer en er zijn andere, grotere oneffenheden. “Nog fnuikender is het gebrek aan verbondenheid tussen de werelden van infrastructuur en ruimtelijke inrichting. Beide hebben hun eigen deskundigen, hun eigen logica en hun eigen oplossingen, waardoor ze steeds meer met de ruggen naar elkaar zijn komen te staan. Terwijl infrastructuur en ruimte elkaar toch diepgaand beïnvloeden.”

Een sprekend voorbeeld daarvan is te vinden in de stadsregio Arnhem-Nijmegen.

In de jaren negentig van de vorige eeuw werd besloten in het gebied op grote schaal huizen te bouwen, namelijk de Vinex-wijken Schuytgraaf bij Arnhem, Westeraam in Elst en Waalsprong bij Nijmegen. De regio moest uitgroeien tot een gebied dat voorbeeldig bereikbaar zou zijn met openbaar vervoer. Daarom werd een lightrailverbinding aangelegd.

Elst had al een station dat dat mogelijk maakte en Schuytgraaf en Waalsprong kregen er een. “Meer stations, meer treinen, meer reizigers en meer ruimtelijk programma, zo luidde kort samengevat de strategie van Knooppunt Arnhem Nijmegen. Het liep anders”, schrijven de auteurs.

Crisis

De woningbouwprogramma’s liepen mede door de recessie vertraging op. Voorzieningen bleven daarom vooralsnog uit en de delen van de wijken Schuytgraaf en Waalsprong die reeds zijn opgeleverd liggen nog ver verwijderd van het openbaar vervoer. Want pas als rondom de stations gewinkeld, gewerkt en gewoond kan worden, is het aantrekkelijk in de stationsomgeving te investeren. Wanneer het zover is? Niemand die het precies weet. De economische crisis woekert voort en de huizenmarkt ligt op zijn gat. En daarmee is het ideaal om de Stadsregio Arnhem Nijmegen te laten uitgroeien tot ov -regio p ar excellence , mislukt.

De crisis droeg daaraan zijn steentje bij. “Maar ook de vicieuze cirkel die ontstaat als partijen op elkaar wachten: zonder voldoende woningen en winkels geen extra reizigers en dus geen extra treinen. En omgekeerd: zonder extra treinen geen betere bereikbaarheid en dus geen investeringen in woningen en voorzieningen.”

Al met al maakt het boek van Van den Boomen en Venhoeven duidelijk dat bereikbaarheid en doorstroming in Nederland te ingewikkeld zijn om een eenzijdige aanpak te rechtvaardigen.

En daarmee lijkt het wollen tapijt dat VVD en PvdA volgens het regeerakkoord, willen uitrollen over de verweerde eikenvloer van de Nederlandse infrastructuur, een tochtige aangelegenheid te worden.

Afspraken

Al helemaal als we de recent gemaakte afspraken in ogenschouw nemen, die betekenen dat op infrastructuur nog eens 250 miljoen euro extra wordt bezuinigd. Misschien dat de flexibiliteit die Rutte II in de korte tijd van haar bestaan heeft gedemonstreerd, soelaas biedt. Want pas als het landsbestuur erin slaagt het tapijt om te vormen tot een plooibare lappendeken, komen er weer mogelijkheden om de onderliggende kieren en naden te bedekken.

Reageer op dit artikel