nieuws

Fijnmazige kwaliteit in roerige renovatiemarkt

bouwbreed

Bedrijfshistorie gebruiken als springplank voor een modern geleid bedrijf. Zo staat aannemersbedrijf Van Dillen en Zoon (sinds 1724) in Culemborg in de markt. Van Dillen levert enerzijds technische hoogstandjes om kostenefficiënt te werken, maar voelt anderzijds sociaal mee met bewoners, die soms geen behoefte hebben aan een grotere of modernere woning. Dit laveren tussen twee werelden gaat de directeuren Cees van Dillen en zijn zwager Jaap de Windt goed af. Want het bedrijf boekt jaarlijks een omzetgroei van 18 procent in een roerige renovatiemarkt.

Tijdens het gesprek ontstaat de term ‘prestatiegericht ontzorgen’. Van Dillen en De Windt proeven het op de tong, maar verwerpen het toch. Niet concreet genoeg. Maar het komt wel goed in de richting van de bedrijfsfilosofie van het eeuwenoude familiebedrijf met 110 werknemers. Jaap de Windt verwoordt het zo: “Renovatie is een vak apart. In nieuwbouw zijn de bewoners niet thuis, zeggen wij altijd. Bij renovatie moeten mensen thuis blijven en dat soort ongemak. Het is dan onze taak om te zorgen dat de tegelzetter op tijd is en de stukadoor ook en de volgende ook. Een logistiek treintje, noemen we dat. Het liefst maken we zo’n treintje met een compact team van vaklieden. Zodat de bewoners niet steeds tegen nieuwe gezichten aan hoeven te kijken. Dat geeft rust.” Cees van Dillen vult aan: “Het is onze uitdaging om toch steeds weer te zoeken naar innovatieve technieken om het sneller, beter en efficiënter te laten verlopen zonder het sociale aspect uit het oog te verliezen.”

Met die innovatieve aanpak won Van Dillen een tender voor de renovatie van tweehonderd flatwoningen, die van een nieuwe badkamer, keuken en toilet moeten worden voorzien. Het serviceblok wordt in de werkplaats te Culemborg geprefabriceerd. Zodra het kan, schuift het nieuwe blok via de verwijderde voorgevel de woning in. “Het plaatsen van het complete blok is teruggebracht tot een halve werkdag.” zegt Van Dillen. Het lijkt eenvoudig, maar vergt enorm veel planning. “Elk appartement wordt apart ingemeten, want met maten namen ze het in het verleden niet zo nauw. Er is continu overleg tussen de chef werkplaats en de uitvoerder, en mensen uit de werkplaats gaan geregeld mee naar het werk. Zo blijft iedereen scherp.”

De Windt: “We zitten niet te wachten tot het werk naar ons toe komt. Zo benaderen we proactief een coöperatie met een voorstel om hun zeshonderd studentenwoningen ook voor de komende vijftig jaar exploiteerbaar te houden. We volgen de discussie over leegstaande bedrijfscomplexen op de voet. Technisch staan we al in de startblokken, maar het wachten is wanneer en hoe de vastgoedwereld op hun bezit gaat afschrijven.”

Cees van Dillen: “We moeten het van dit soort projecten hebben. Die technisch en organisatorisch een uitdaging vormen. Waar we ons mee kunnen onderscheiden. Het heeft voor ons geen zin te gaan opboksen tegen grote spelers in de nieuwbouwmarkt.” Van Dillen is bezorgd over de grote aannemers die wegens gebrek aan nieuwbouwprojecten de renovatiemarkt betreden: “Bezorgd, maar niet bang. Zo’n ontwikkeling houd je scherp. We moeten –nu meer dan ooit – blijven zoeken naar vernieuwingen en zo onze toegevoegde waarde waarmaken. Bovendien: zij kunnen niet onze fijnmazige kwaliteit en logistiek leveren, aldus Jaap de Windt.

De directeuren praten met lichte blosjes op de wangen over de enerverende tijden in de renovatiemarkt en de kansen die ze ruiken. Met dezelfde flair hebben ze het echter ook over de dagelijkse gang van zaken. Jaap de Windt: “Het is een gevoelige markt en dat maakt het ook zo boeiend. Een stagiair ontdekte onlangs dat veel ouderen helemaal geen behoefte hebben aan een grotere badkamer. Dat vinden ze maar extra schoonmaakwerk. Maar de exploitant wil die flat straks ook aan jongeren kunnen verhuren. Tegen dit soort tegenstrijdigheden en gevoeligheden lopen we dagelijks aan.”

Mede daarom heeft Van Dillen een strak werkprotocol voor zijn medewerkers. Daarin wordt tot in de details beschreven wat wel en wat niet mag op een bouwplaats. Niet: een storende radio, vloeken of afspraken niet nakomen. Wel: nette werkkleding, altijd legitimatiebewijs voorhanden en een dienstbare instelling. Cees van Dillen: “Op die aspecten kiezen wij ook onze onderaannemers. Er moet een klik zijn tussen de directies, de uitvoerders en de mensen op de werkvloer. We moeten heel nauw samenwerken, maar zonder elkaar te verstikken. We krijgen wel eens post van bewoners. Dat ze onze mensen bedanken voor hun correcte gedrag en hulpvaardigheid. Dat zijn de mooiste complimenten die je als aannemer kunt krijgen.”

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels