nieuws

BeschouwingGa door met stimulering

bouwbreed

De tijdelijke stimuleringsmaatregelen voor de woningbouw hebben min of meer gewerkt. Dat heeft het EIB berekend. Alle reden dus om te bekijken of er mee doorgegaan moet worden.

De ene maatregel deed het beter dan de andere. Zo vertoonde de Energie Investeringsaftrek voor huurwoningen een fraaie multiplier van 3,5. Elke euro overheidsgeld leverde een productie van 3,5 euro op.

Dat klinkt geweldig, ware het niet dat er nauwelijks gebruik van gemaakt is. Bovendien zou driekwart van het werk toch zijn gedaan.

Aan de andere kant van het spectrum lag de Tijdelijke Stimuleringsregeling Woningbouw. Daar had de overheid een budget voor vrijgemaakt van 351 miljoen waarvan uiteindelijk 300 miljoen is uitgekeerd. Dat heeft geleid tot een productie van 800 miljoen, een stevige multiplier van 2,7. Keerzijde van de medaille is dat hier vooral sprake is van het naar voren halen van productie, verschuiving en verdringing, aldus het EIB.

Zijn daarmee de stimuleringsmaatregelen mislukt? Nee dus. Al vooraf was bekend dat het hier ging om tijdelijke maatregelen die moesten helpen de conjuncturele dip op te vangen. De crisis leidt immers niet tot minder woningbehoefte, maar wel tot minder vraag. Als de conjunctuur weer verbetert, zal er weer gebouwd moeten worden en is de capaciteit in de woningbouw weer hard nodig, was de terechte gedachte achter de maatregelen.

Als zodanig hebben ze ook gewerkt, blijkt uit de evaluatie van het EIB. Zonder de maatregelen zouden minder projecten van de grond zijn gekomen en er dus minder geproduceerd zijn. Dat zou nog meer banen in de bouw hebben gekost waarbij het maar de vraag is of die verloren capaciteit terugkomt als de woningbouw weer aantrekt.

Daarbij moet ook worden bedacht dat het meer dan waarschijnlijk is dat als de economie weer aantrekt er volop gemeenten zullen zijn die een inhaalslag willen maken, al was het maar om de verliezen op de gronden nog enigszins te beperken. Dan is de capaciteit meer dan nodig.

In de aanloop naar de maatregelen is overigens door praktijkmensen voorspeld welke maatregelen wel en welke niet zouden werken. Zo heeft bijvoorbeeld de Aannemersfederatie aanzienlijk minder enthousiast gereageerd op de verlaging van de overdrachtsbelasting dan anderen in de bouw. Logisch, omdat overdrachtsbelasting niet slaat op nieuwbouw maar op bestaande woningen. Hoe het ook zij, het EIB stelt de vraag hoe het nu verder moet. Moeten tijdelijke maatregelen verlengd worden of vervangen door andere conjuncturele maatregelen? De redenen waarom de tijdelijke maatregelen zijn genomen, onder meer het opvullen van het conjuncturele gat in de woningproductie om de capaciteit te behouden, staan nog steeds overeind. Dat pleit ervoor deze of nog andere maatregelen te nemen die de dip blijven opvangen. Het EIB-rapport geeft voldoende handvatten om de vorm van die maatregelen te bepalen. Een goed idee is een groepje praktijkmensen te betrekken bij de maatregelen. Die hebben er blijk van gegeven goed te kunnen bepalen welke maatregelen wel en welke niet werken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels