nieuws

Floriade kan Almere aan een beter imago helpen

bouwbreed

Met de keuze voor een Floriade in Almere is een droom van de stad werkelijkheid geworden. De geschiedenis leert echter dat dromen ook kunnen omslaan in nachtmerries. Een pasklare handleiding do’s en don’ts voor de jongste tuinbouwtentoonstelling-stad is er echter niet.

“Sterrenstof, een magische nieuwe plek, de groene stad, 360 miljoen euro aan investeringen.” Grote woorden, grote investeringen en grote dromen. Almere is de koning te rijk dat de stad in 2022 de zevende Floriade mag organiseren. Sinds de eerste editie in Rotterdam in 1960, is er iedere 10 jaar een tuinbouwwereldtentoonstelling in Nederland. Echter, een handboek met opgedane ervaringen hoe Almere haar dromen waar kan maken, blijkt niet te bestaan.

Nico Koomen, directeur van de Floriade-organisator, de Nederlandse Tuinbouwraad, is volgens eigen zeggen nog niet bezig met lessen uit het verleden voor Almere. “Het is nog te vroeg voor die vraag, pas volgend jaar komt het eerste congres. Bovendien zit ik er pas sinds 2006, en ik hou me niet zo bezig met wat er voor mijn tijd is gebeurd. Ik kijk liever vooruit.” Daarbij is het ook niet eenvoudig ervaringen te vergelijken, volgens de directeur. “Iedere Floriade vindt plaats in een nieuw tijdperk, kennis is dus niet makkelijk over te dragen.”

Zandkastelen

Landschapsarchitect Michiel den Ruijter promoveert momenteel op de ruimtelijke organisatie van wereldtentoonstellingen. Hij organiseerde de Floriade in Zoetermeer in 1992 en jureert diverse tentoonstellingen in Nederland en Duitsland, onder andere de Floriade in Venlo. ”De kennisoverdracht in Nederland is beroerd”, constateert hij. “In Duitsland gebeurt dat veel sneller. Duitsers zijn meer een volk dat kennis op kennis stapelt. De Nederlandse volksaard maakt dat we steeds weer opnieuw willen beginnen. We bouwen zandkastelen en zijn blij als de vloed ze wegspoelt zodat we nieuwe kunnen maken.” Toch zijn er volgens hem wel lessen te trekken uit de eerdere tuinbouwtentoonstellingen. “Het is belangrijk dat de gemeente zoveel mogelijk investeert in de lange termijn, en zo min mogelijk in de korte termijn. Een gemeente die het slim speelt kan veel overhouden aan zo’n evenement.” Het helpt volgens Den Ruijter aanzienlijk als het evenement binnenstedelijk plaatsvindt, in plaats van in een weiland. “De grond in de stad is duur, dus je wilt niet te veel flauwekul ondernemen. Een gemeente is zo gedwongen goed na te denken over de gevolgen voor de lange termijn. De investeringen van die tentoonstellingen zijn daardoor vaak duurzamer dan als men een terrein aan de periferie ontwikkelt.” Tweemaal organiseerde Amsterdam de Floriade, in 1972 en 1982. Aan de eerste hield de stad twee stadsparken over, het Amstelpark en het Beatrixpark. Met de tweede zette de stad de Gaasperplas als regionaal recreatiegebied op de kaart. Anderzijds liet Haarlemmermeer in 2002 zien hoe het niet moet. Tijdens de afbouw van de tentoonstelling werd nog gesteggeld over de permanente bestemming van het terrein. Afgezien van een versnelde aanleg van een busverbinding en de verbreding van de N205, hield de gemeente er weinig aan over. Twee permanente gebouwen staan daar nu als zogenoemde ‘witte olifanten’. Verlaten bouwsels die geen nieuw leven ingeblazen kregen. “Ook in Hannover werd de tentoonstelling in 2000 in de periferie gebouwd. Het was een goede tentoonstelling, maar het terrein kreeg last van de crisis. Nu kampt het met leegstand.” Almere heeft echter goede kaarten in handen, denk Den Ruijter. “Ik ben het volledig met de keuze voor Almere eens. De stad is op een intelligente manier begonnen, heeft goed marktonderzoek gedaan. Het plan bevat veel duurzame aspecten die op de lange termijn doorgezet kunnen worden.”

Slaapstad

Dat de cijfers onder de streep na een tentoonstelling rood kleuren is van minder belang, volgens Den Ruijter. “In Zoetermeer hadden we na de Floriade in 1992 een tekort van 10 miljoen gulden. Daar is destijds veel ophef over geweest. Maar als je ziet wat de tentoonstelling de stad en het land allemaal heeft gebracht is het peanuts. Daarvoor was Zoetermeer een slaapstad met een atmosfeer waardoor weduwen zich van de balkons afstortten. Na de Floriade was de stad die naam kwijt. Dat heeft geholpen bij de schaalsprong. Men begon met meer vertrouwen te bouwen. De tentoonstelling was de aanjager voor de vestiging van bedrijven zoals de Nederlandse Tuinbouwveiling en Toshiba. Bovendien werd in Zoetermeer het station versneld aangelegd, de verbreding van de A12 tussen Den Haag en Zoetermeer versneld. Dan is die 10 miljoen gulden een lachertje.” De Floriade kan Almere op eenzelfde manier helpen met imagoverbetering, denkt Den Ruijter. “Maar zo’n tentoonstelling moet wel wat doen voor een stad. Niemand heeft wat aan een stilstaand bloemencorso.”

Reageer op dit artikel