nieuws

Eurocode inspireert tot innovatieve hoogbouw

bouwbreed

De Eurocode stelt hogere eisen aan hoogbouw dan de NEN-normen deden. Dat leidt tot extra materiaalgebruik en kosten. Constructeurs zoeken naar innovatieve oplossingen.

Prefab constructies met momentvaste knopen komen aan hoge eisen tegemoet

Voorbeelden zijn het iteratief rekenen met snelle software waarmee de voordeligste oplossing kan worden gevonden en de toepassing van hogesterktebeton (hsb) en hoogwaardige staalsoorten.

“We draaien het tegenwoordig om, we starten het ontwerpproces met een onderzoek naar de toepassing van hoogwaardige materialen. Pas daarna kijken we of het minder kan”, meldt Sander van Eerden, directeur adviesgroep constructies van ABT in Velp. “We rekenen met parametrische software zoals GSA van Oasys, daarmee kunnen we optimaal ontwerpen. Grote modellen zijn binnen enkele uren door te rekenen. Tien jaar geleden deed een computer over hetzelfde model nog drie dagen. Het blijft wel nodig de modellen met verstand in te voeren en de uitkomst kritisch te bekijken. Het moet mogelijk blijven de uitkomsten handmatig op een A4-tje te controleren.”

De Eurocode stelt specifieke eisen aan gebouwen hoger dan 70 meter boven maaiveld. De vroegere veiligheidsklassen zijn vervangen door gevolgklassen. Voor hoogbouw geldt de zwaarste gevolgklasse (CC3). “Waar vroeger vierkante kolommen van 600 millimeter voldeden, zijn nu kolommen van 650 tot 700 millimeter nodig”, rekent Van Eerden voor. “Ook de balken en trekstaven worden zwaarder gedimensioneerd. Daardoor is de constructie van hoogbouw 10 tot 15 procent duurder dan vroeger.”

Desondanks verwacht Van Eerden een toename van multifunctionele, flexibele hoogbouw in binnenstedelijke gebieden. “De durf en het geld zijn er even niet, maar de stedelijke verdichting zal toch doorzetten.” Hij noemt als voorbeeld de ontwikkeling in Rotterdam (met onder meer Montevideo, De Rotterdam en het nog te realiseren Peter Stuyvesant-gebouw).

De hogere kosten door toepassing van de Eurocode zijn te verlagen door de risico’s heel goed te onderzoeken en innovatieve technieken en materialen toe te passen. Als voorbeeld van beperking van risico’s noemt Van Eerden de tweede draagweg. “Horizontale trekbanden in betonnen vloeren kunnen het wegvallen van een kolom compenseren. Diagonale trekstaven hebben dezelfde functie in een staalconstructie, dat hebben we toegepast in het Carlton-gebouw in Almere.”

“Positief is bijvoorbeeld een uitvoering met prefab bouwelementen die momentvast doorgekoppeld worden. Bij de inschrijving voor het Europees Octrooibureau hebben we gedetailleerd gewerkt met prefab betonnen vloeren en natte knopen, die de aannemer met de kolommen mee zou storten. Dat is een efficiënte manier om aan de eis van een tweede draagweg te voldoen.”

Snel, repeterend bouwen is bovendien een voorwaarde om de kosten te drukken. Dan is multifunctionele, flexibele hoogbouw ook in Nederland aantrekkelijk.

Reageer op dit artikel