nieuws

Als het maar over de inhoud gaat

bouwbreed Premium

Gemeenten binnen Haaglanden en de Rotterdamse regio denken verschillend over de vorming van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Enkele vrezen een logge bestuurslaag waarin de kleinere gemeenten door vooral Rotterdam overvleugeld gaan worden. Andere, zoals Zoetermeer en Lansingerland, zien grote voordelen, als het maar over de inhoud gaat en niet over structuren.

Burgemeester Ewald van Vliet van Lansingerland zegt het heel netjes: “De afstemming van ruimtelijke projecten in de Haagse en Rotterdamse agglomeratie is voor verbetering vatbaar. Elke gemeente heeft hoge ambities met als gevolg dat ze elkaar beconcurreren op het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Daar wordt niemand beter van. Wat dat betreft hadden we de metropoolregio beter al vijftien jaar geleden kunnen hebben.”

Hij vindt het nu een lappendeken. Zijn gemeente met als kernen Bleiswijk, Berkel en Rodenrijs en Bergschenhoek stemt de ruimtelijke plannen af met Rotterdam, Zoetermeer doet dat met Haaglanden en oosterbuur Zuidplas met de provincie Zuid-Holland. “Op die manier ben je elkaars concurrenten. In de huidige tijd moet je ruimtelijke ontwikkelingen regionaal bekijken.”

Hofpleinlijn

Legio voorbeelden kan hij noemen van de inefficiëntie. Sportparken die praktisch naast elkaar liggen in twee gemeenten waar eentje had kunnen volstaan. Maar ook voorbeelden waar regionale samenwerking al geleid heeft tot betere resultaten. “Neem de Hofpleinlijn van Den Haag naar Rotterdam. Die had zo’n 16.000 passagiers per dag. Nu is dat de Erasmuslijn geworden met meer stations en het aantal passagiers is 23.000 per etmaal.”

Het heeft volgens hem en zijn collega Jan Waayer van Zoetermeer alles te maken met de veranderingen in de maatschappij. Wie de kaart van Nederland in 1856 bekijkt ziet kleine zelfstandige kernen. “Die hadden hun eigen voorzieningen. Daar werd je geboren, werkte je, ging je dood en je werd er begraven. Op de kaart van nu zie je één grote agglomeratie. Mensen wonen in de ene gemeente, recreëren in een andere en werken weer ergens anders. Gemeentegrenzen zijn alleen nog relevant voor bestuurders, niet voor de burgers”, vindt Van Vliet.

Collega Waayer die aan zijn laatste dag als burgemeester van Zoetermeer bezig is, verwoordt het iets anders. “Je kunt de regio zien als een daily urban system . Daarin moet je kijken wat je als gemeente kunt bijdragen aan het geheel om dat sterker te maken. Onlangs hadden we een Chinese delegatie op bezoek die een assemblagelijn voor 3000 bussen per jaar wil opzetten. Dan maakt het niet uit of die in Zoetermeer komt, Naaldwijk of Rotterdam. Als die maar in de regio komt, daar worden we allemaal beter van.”

Hij wijst er nog maar eens op dat er zaken spelen die groter zijn dan een gemeente. “We zitten hier met 25 procent leegstand aan kantoren. We zullen er in de toekomst ook veel minder nodig hebben. Daar moet je dan goede regie op zetten. Waar wil je nog nieuwe bouwen, waar ga je slopen en waar transformeren? Onderwijs is ook zo’n voorbeeld, net als bereikbaarheid. Infrastructuur is de concurrentiekracht. Laatst vertelde een bestuurder uit Noordrijn-Westfalen nog eens dat de Rotterdamse haven voor die regio belangrijker is dan Hamburg.”

Inhoud

Binnen een regio zijn uiteraard de gemeenten belangrijk, benadrukt Van Vliet. “Wij weten wat er leeft, wat de behoeften zijn. Vanuit die kennis kun je de basis voor de regio versterken. Niet vanuit een bedreiging maar vanuit kracht. Alle gemeenten voegen waarde toe, maar het gaat om de agglomeratie. Daarbinnen zijn twee steden, Den Haag en Rotterdam, belangrijk. Maar die kunnen niet zonder de regio, net zoals de regio niet zonder de twee steden kan.”

Over één ding zijn beide burgemeesters het roerend eens. Binnen de metropoolregio moet het gaan om de inhoud. “Wij zijn in ons land heel goed in het praten over structuren en minder over de inhoud. Dat is nadrukkelijk niet de bedoeling in de metropoolregio. De inhoud staat voorop. Dat je dan een gemeenschappelijke regeling nodig hebt om het allemaal vast te leggen, is logisch. Maar dat moet geen bestuurlijke of ambtelijke moloch worden.”

Hun slagzin is dan ook: ‘Lokaal doen wat lokaal kan, regionaal doen wat regionaal moet.’ “Het gaat erom één agenda te hebben voor die regionale zaken. Hoe kunnen we zorgen dat de economie bloeit in de regio, hoe zorgen we voor een goede arbeidsmarkt en goede infrastructuur. Het komende jaar zullen de 24 gemeenten in de regio de neuzen dezelfde kant op moeten krijgen. Dat gaan we de komende maanden vorm geven.”

Reageer op dit artikel