nieuws

Samenwerken in een keet is uitstekend

bouwbreed Premium

Samenwerken in een keet is uitstekend

Anders dan in Engeland is het in ons land niet gebruikelijk dat opdrachtnemer en opdrachtgever samen in één keet zitten. Juist in projecten waar samenwerking essentieel is voor een goed eindresultaat, werkt het uitstekend, weet projectmanager Bert Kappen van Rijkswaterstaat uit eigen ervaring.

De omlegging van de Zuid-Willemsvaart bij Den Bosch is een mooie klus. Niet alleen wordt de vaart omgelegd, maar ook geschikt gemaakt voor klasse IV binnenvaart. De verwachting is dat met name het containervervoer per binnenschip zal toenemen.Werken in een stedelijke omgeving vergt per definitie het nodige. Behalve het project moeten partijen ook nog de omgeving managen. Alleen daarvoor is het al handig als opdrachtgever en opdrachtnemer bij elkaar zitten. “Onze communicatieadviseur zit ook al op één kamer met die van de aannemer”, zergt Kappen.In Engeland gaan opdrachtgevers en opdrachtnemers nog veel verder. Daar zitten ook de projectdirecteuren soms op één kamer. Voor zover bekend heeft een jaar of 10 geleden BAM-dochter Nuttal daar de primeur van gehad bij het ingewikkelde project van de aansluiting van de Channel Tunnel Rail Link op het station King’s Cross. Daar moest worden gewerkt tussen een spagetti van spoorlijnen met de nodige kruisingen. De projectdirecteur van Nuttal was destijds laaiend enthousiast over die werkwijze. “Het is de enige manier om heel snel te schakelen als er problemen opdoemen”, zei hij destijds. En beide partijen konden op hun vingers natellen dat die er zouden komen.Zover is Kappen zelf nog niet, maar hij zit wel in dezelfde keet als de aannemerscombinatie, gevormd door Van Hattum & Blankevoort, KWS, GMB en Van de Herik. “We kunnen dus wel zo bij elkaar binnenlopen en doen dat ook”, zegt Kappen.Hij had ook goede redenen om vlak bij de projectdirectie van de aannemer te zitten. “In het design & construct-contract moesten details nog nader worden ingevuld. Daar moet je als opdrachtgever bij zijn. Dan kun je denken dat je per e-mail alles kunt regelen, maar het is veel handiger om dat rechtstreeks te doen waardoor je ook makkelijk even aanvullende informatie of achtergronden kunt geven. Dat werk sneller”, aldus Kappen.Ook weet Rijkswaterstaat veel van het project. “En van de omgeving en zaken op het gebied van ecologie en archeologie. Het is voor een project heel goed om die kennis zo snel mogelijk in het hoofd van de aannemer te krijgen. Dan is het eveneens handig om bij elkaar binnen te lopen.”Volgens het contract was de aannemer verantwoordelijk voor het aanvragen van de vergunning. Dat is meer dan een vragenformuliertje invullen, daar is contact met de gemeente voor nodig en ook met de omgeving. “Dan is het handig voor de aannemer als hij gebruik kan maken van onze netwerken”, aldus Kappen, die de persoonlijke verhoudingen uitermate belangrijk vindt.Dat geldt zeker nu Rijkswaterstaat steeds meer werkt met vroegtijdige betrokkenheid van de aannemer. “Dan gaat het uiteraard over het ontwerp, maar veel wezenlijker is nog het bepalen van risico’s en kijken of de aannemer die aankan. Daarin kun je elkaar helpen. Vereisten daarbij zijn wederzijds vertrouwen en transparantie. Met verborgen agenda’s krijg je geen goed resultaat”, vindt hij.En zoals bij elk project staat of valt goede samenwerking met de verhouding tussen mensen. Wat dat betreft is Kappen blij met de projectleider van de aannemer Jaap Blokland. Daar kan hij goed mee door één deur.“Ik weet dat niet alle collega’s zover zijn om met de opdrachtnemer in één keet te gaan zitten. Maar ik vind dat het werkt.”

Reageer op dit artikel