nieuws

projectVerlekkerd kijken naar de Apple-trap

bouwbreed Premium

Sinds afgelopen weekeinde is Nederland een Apple-trap rijk, de glazen trap waar wijlen Steve Jobs zelf het patent op bezit. Glasconstructeurs likken er hun vingers bij af, hoewel het ontwerp inmiddels wel slanker kan.

< vervolg van pagina 1

Net als bij deApple Stores in andere wereldsteden vormt de glazen trap een centrale blikvanger in de computerwinkel. Die moet het winkelend publiek verleiden ook de eerste verdieping te betreden, wat volgens marketingspecialisten altijd hondsmoeilijk is. De Apple-trap slaagt daar wonderwel in en dat was ook precies de bedoeling van de vorig jaar overleden Steve Jobs. De voorman van de computerproducent bemoeide zich intensief met het ontwerp en staat zelfs als eerste vermeld op het octrooi uit 2002.

De verbinding tussen de glazen traptreden en de verticale staanders vormen het hart van het patent. Dat is volgens hoogleraar draagconstructies prof. ir. Rob Nijsse van de TU Delft en directeur van ABT een heel mooi detail. “Probleem bij glazen trappen is de krachtsafdracht bij de knopen. Je moet een gat boren in het glas waar een bout doorheen moet, wat lokaal tot enorme spanningen leidt.” Apple heeft dat bij de treden opgelost door blokjes tussen de lagen van het gelamineerd glas te lijmen. Om temperatuurspanningen te voorkomen zijn die blokjes uitgevoerd in titanium. Nijsse: “Geld speelde duidelijk geen rol bij de productontwikkeling, maar het resultaat is er ook naar.”

Wat precies het aandeel is van Jobs bij de ontwikkeling van de trap blijft in het ongewisse. De persdienst van Apple laat er in elk geval weinig over los, zoals ze überhaupt weinig loslaten over de verbouwing van het monumentale Hirschgebouw aan het Leidseplein in Amsterdam, waarin het bedrijf haar intrek heeft genomen. Het liefst doen ze voorkomen alsof Apple zelf als hoofdaannemer optrad.

Het ligt volgens Nils Eekhout, van Octatube in Delft, voor de hand dat Jobs vooral de grote inspirator van de trap is geweest. “Ongetwijfeld heeft hij daarbij de betrokken ingenieurs geregeld tot wanhoop gedreven door voortdurend zijn eisen aan te scherpen, zoals hij dat ook deed bij het ontwerpen van elektronica.” Constructie- en glastechnisch is het volgens Eekhout vooral de Engelse constructeur James O’Callaghan die de credits verdient voor het ontwerp.

Strakke randen

De trap in Amsterdam heeft Eekhout nog niet gezien, maar in Hong Kong heeft hij wel eens verlekkerd naar een Apple-trap staan kijken. Eekhout roemt vooral de strakke randen van het gelamineerd glas. “De glasranden zijn heel scherp, met toleranties die fabrikanten van gelamineerd glas vijftien jaar geleden nog niet konden realiseren. Tegelijkertijd kunnen sommige details al weer verder worden aangescherpt. Als geheel zou de trap wat slanker kunnen.”

Eekhout krijgt bijval van directeur Cornelis van Vlastuin van de Nederlandse trappenproducent Eestairs. “Maar goed, de trappen voldoen wel aan hele strenge eisen. Constructief, maar ook ten aanzien van brandveiligheid. En in sommige plaatsen moeten ze ook bestand zijn tegen aardbevingen.”

Op de vraag of Octatube wel eens heeft meegedongen naar een opdracht voor Apple hult de spraakzame Eekhout zich plotseling in een stilzwijgen. “De regels zijn heel streng, iedereen die ooit met hen over een bouwproject heeft gesproken moet uitvoerige geheimhoudingsverklaringen tekenen. Het moge duidelijk zijn dat ik dolgraag voor Apple zou werken. Niet in de laatste plaats vanwege het budget natuurlijk. Deze trap kost minimaal een miljoen euro, waar de gemiddelde winkel niet meer dan een ton spendeert aan zo’n trap.”

Vlastuin heeft minder schroom en erkent dat hij al drie jaar in gesprek is met Apple. Ooit hoopt hij als derde hofleverancier van de trappen toe te kunnen treden. Nu worden de trappen gebouwd door het Duitse Seele, dat speciaal voor Apple grote autoclaven heeft gebouwd, en een jong glasbedrijf in Noord-Italië. Een klant als Apple zou het karakter van zijn eigen bedrijf Eestairs overigens ingrijpend veranderen. “Van een productiebedrijf verander je naar een engineeringsclub. En je moet elke trap dubbel bouwen. Als er bij de montage een onderdeel kapotgaat, moet het reserveonderdeel direct voorhanden zijn. Want, ‘the show must go on’.”

Inlamineren

Nijsse heeft op een andere manier ervaring met Apple. Het principe van het inlamineren van blokjes in de treden vond hij zo slim dat hij het ook wilde toepassen bij een project. Hij kopieerde niet letterlijk, maar nam wel het principe over. Toen de bestekken de deur uitgingen kwam er al gauw een melding binnen dat het octrooi van Apple werd geschonden en werd er direct gedreigd met rechtszaken. “Ik ben met de staart tussen de benen afgedropen en heb een klassiekere, grovere verbinding getekend. Heel jammer.”

Maar het is niet die persoonlijke frustratie die hem boos maakt, de onvrede gaat om iets fundamentelers. “Ik vind het principieel fout dat een universeel verbindingsprincipe, want meer is het niet, gepatenteerd kan worden. Hetzelfde geldt voor het koud buigen van glas, waar vreemd genoeg ook een patent op rust en waar uitvoerige rechtszaken over worden uitgevochten. Je moet over veel uithoudingsvermogen beschikken om dat vol te houden. Ik bouw liever dan dat ik juridische procedures voer.”

Reageer op dit artikel