nieuws

Gemeenten steeds krapper bij kas

bouwbreed Premium

Gemeenten komen steeds krapper bij kas te zitten als gevolg van de bezuinigingen van het Rijk. Dat blijkt uit de jaarlijkse beoordeling van de gemeentelijke begrotingen en jaarrekeningen door provincies.

Belangrijkste oorzaken zijn de stijgende lasten als gevolg van de Wet werk en bijstand, de financiële deelname van gemeenten in sociale werkvoorzieningsschappen en de lagere baten uit de grondexploitatie. Toch zijn de meeste gemeenten er in geslaagd voor dit jaar een sluitende begroting te presenteren. Dat kon vooral door het treffen van bezuinigingsmaatregelen. Van de 415 gemeenten die ons land nu nog telt, zijn er acht onder preventief toezicht geplaatst: Bellingwedde, Apeldoorn, Beuningen, De Ronde Venen, De Utrechtse Heuvelrug, Muiden en de twee artikel 12-gemeenten Boarnsterhim en Millingen aan de Rijn. Bij de gemeenten De Ronde Venen, Apeldoorn en Beuningen ligt de hoofdoorzaak in het grondbeleid, schrijft minister Liesbeth Spies in een brief aan de Tweede Kamer. Zij wil voorkomen dat gemeenten in problemen raken en een beroep moeten doen op een aanvullende uitkering op basis van artikel 12 van de Financiële verhoudingenwet. Spies noemt het wenselijk dat gemeenteraden lokaal in een zo vroeg mogelijk stadium helder inzicht krijgen in hun financiële positie.

Tekorten

Uit de meerjarenramingen van gemeenten blijkt dat bij een veel groter aantal gemeenten sprake is van (oplopende) tekorten. Deze zijn voor een deel ontstaan doordat gemeenten voorzieningen hebben getroffen om verliesverwachtingen af te dekken. Veel gemeenten zijn druk bezig om deze tekorten weg te werken door bezuinigingen vaak op onderhoud aan infrastructuur, aanpassingen in lokale belastingen, het opnieuw stellen van prioriteiten en het schrappen van nieuw beleid. De provinciale begrotingen zijn materieel in evenwicht. Dat betekent dat de structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Zij gaan er de komende jaren in de omvang van hun reserves veel minder op achteruit dan eerder werd gedacht: 1,1 miljard in plaats van 3 miljard. Dat betekent niet dat provincies niet hoeven te bezuinigen. Dat doen zij wel. Zo gaan de budgetten voor het onderhoud van wegen tussen nu en 2015 gemiddeld 30 procent omlaag. Daarmee komt de bouw relatief goed weg. Het relatieve aandeel neemt toe van 19 procent naar 23 procent.

Reageer op dit artikel