nieuws

Herinrichting van Parijse ‘Hallen’: opknapbeurt met hindernissen

bouwbreed Premium

Herinrichting van Parijse ‘Hallen’: opknapbeurt met hindernissen

– Gedurende 800 jaar was de plek waar nu De Hallen staan het centrum van voedseldistributie. Voor Parijzenaars is het nu een geliefd ontmoetingspunt. De winkels en de parkeergarage zijn in verval geraakt. Tijdens de verbouwing blijft het complex echter open.

Een grote vrachtwagen vol bouwmaterialen dendert het terrein van de Hallen op. “De grond hier is helemaal niet sterk genoeg om zo’n truck te dragen”, zegt Fabien Chalumeau, directeur van het Hallen-project. “De fundamenten kunnen het hebben, maar de laag grond hebben we moeten verdubbelen.” Alleen het voorbereiden van het gigantische bouwterrein kostte Ginger al een jaar.

Ruim honderd jaar geleden wemelde het stadshart van de Franse hoofdstad nog van de marktkooplui, hoertjes en nachtbrakers. Toen Parijs zich begon uit te breiden, werd de voedselmarkt naar voorstad Rungis verplaatst. ‘De Hallen’ moesten een functioneel stadscentrum worden, met winkels, sport- en ontspanningsgelegenheden, parkeergarages en trein- en metrostations.

Tussen 1979 en 1986 werd het ‘Forum des Halles’ van de architecten Paul Chemetov, Claude Vasconi en Georges Pencreac’h opgeleverd. Anno 2012 is het gebied ‘in verval geraakt’ en ‘overgebruikt’, vertelt Chalumeau in de bouwkeet. “Het complex is een slachtoffer van zijn eigen succes. Deze plek ligt in het midden van de stad, op de kruising van meerdere metro- en treinlijnen. Het is de ideale plek om af te spreken. Per dag maken 800.000 mensen gebruik van het openbaar vervoer, de winkels trekken dagelijks 200.000 mensen.”

Flipperkast

Ruim twintig jaar na de oplevering van Les Halles wil Parijs dat de stadskern flink wordt aangepakt. Alle vijf de niveaus, samen 22 meter diep, gaan op de schop. De treinperrons op de vijfde verdieping ondergronds worden door het regionale vervoersbedrijf aangepakt, Ginger voorziet de vier overige etages van een nieuwe inrichting of een opknapbeurt. Ook het grootste gedeelte van de heropbouw van de bovengrondse stadstuin komt voor rekening van de Grontmij-dochter.

Chalumeau: “Niveau -4, waar reizigers van trein- of metrolijn kunnen wisselen, wordt volledig opnieuw ingedeeld. We noemen die etage nu ook wel ‘de flipperkast’. De oorspronkelijke bedoeling was dat er geen grote stromen reizigers ontstaan, omdat mensen anders tegen elkaar aan botsen. Reizigers moeten zich over de ruimte verspreiden, maar dat principe werkt té goed: vooral toeristen lopen nu volledig verloren.”

Nieuw marmer, nieuw graniet, een nieuw evacuatieplan, een rolstoelvriendelijkere inrichting: het winkelcomplex op de tweede en derde verdieping wordt flink onder handen genomen. IJzeren gordijnen en meer videosurveillance moeten voorkomen dat clochards ’s nachts in de Hallen overnachten. Automobilisten kunnen alleen nog maar de garage in met een badge, en de technische lokalen moeten beter worden beveiligd vanwege het risico op aanslagen.

Parijs wil dat de functionaliteit van het gebied hetzelfde blijft, maar wil ook zoveel mogelijk auto’s uit de binnenstad weren. Daarom sneuvelt een deel van de parkeergarages ten gunste van winkels en wordt de tunnel die op de tweede verdieping onder de grond loopt, ingekort van vier naar twee kilometer. “Daarvoor moeten we een aantal ingangen en afritten verleggen”, zegt Chalumeau. “Ook komen er elf nieuwe nooduitgangen, nu is er geen een. Destijds was dat niet verplicht.” Ginger bemoeit zich met alles wat de tunnel aangaat: de verlichting en de ventilatie, maar ook technische aspecten zoals de surveillancecamera’s en het noodoproepsysteem.

De bovengrondse stadstuin springt van het hele complex het meeste in het oog, vertelt Chalumeau. “Nu is dat één grote lappendeken van verschillende perkjes, betonnen verhogingen en kleine gebouwtjes. Parijs stoort zich vooral aan het feit dat de oppervlakte niet egaal is. Ze willen een minder gefragmenteerde tuin die toegankelijker is.”

In het park komen twee grote speelgebieden en natuurlijk de onvermijdelijke petanque-veldjes. Ook ontwierp architect David Mangin waterspiegels: ondiepe bassins waarin de historische gebouwen rondom het gebied, zoals de Sint Eustatius-kerk, worden weerspiegeld en waarin kinderen kunnen spelen. Het voetgangersgedeelte wordt opnieuw bestraat en verlicht en de evacuatiepaden worden duidelijker aangegeven.

Ploegendiensten

Ginger verwierf de opdracht in delen vanaf 2004. “Wat ons enorm in de kaart speelde, is dat wij in een eerder stadium al onderzoek hebben gedaan naar het complex, bijvoorbeeld naar de veiligheid, aldus de projectdirecteur. “Wij kennen dit doolhof op ons duimpje. Bovendien heeft Ginger ervaring met de renovatie van grote publieke gebouwen, zoals universiteiten, ziekenhuizen en monumenten.”

Een factor die het proces danig vertraagt, is het feit dat de winkels en de bioscoop tijdens de werkzaamheden openblijven. Chalumeau: “Sluiten is geen optie, want dat gaat de gemeente gigantische bedragen aan compensatie kosten. Dat betekent voor ons dat we in veel verschillende ploegendiensten moeten werken. Vanwege de omwonenden en de hotels rondom het complex kunnen we niet ’s avonds laat werken, vanwege de winkels niet overdag. Daarnaast moeten we rekening houden met de bioscoop van Les Halles, met twintig zalen de grootste van Europa. Die is van ’s ochtends tot ’s avonds laat open, daar in de buurt werken we tussen zeven en drie.” De Fransman haalt zijn schouders op. “Overdag is er dus wel wat overlast, maar dan moeten ze maar een actiefilm met veel lawaai draaien.” ■

Reageer op dit artikel