nieuws

Duizend loonzakjes vullen thuis aan de keukentafel

bouwbreed

Trebbe zet neer, sloopt en bouwt mooier dan voorheen weer op. Overal in Nederland staan voetstappen van de honderdjarige aannemer uit het oosten. Onlangs trad de vierde generatie Trebbe aan.

Wie sloopte het ziekenhuisdat zijn opa nog gebouwd had en zette er een nieuw complex voor in de plaats? Trebbe. De Twentse aannemer drukte de afgelopen eeuw een stevig stempel op het stedelijke landschap. Een periode van pieken en dalen.

Het Universitair Medisch Centrum Groningen. Een indrukwekkend ziekenhuis. Directeur Hein Trebbe glimt. “Wie kan zeggen dat hij een ziekenhuis gesloopt heeft dat door zijn vader nog gebouwd is? We hebben er een prachtig complex voor in de plaats gezet.”

In 1936 haalde de begin deze maand op 91-jarige leeftijd overleden Jan Trebbe de order binnen om voor het ziekenhuis in Groningen een ‘wasscherij en stoomerij’ te bouwen. Het werk sleepte de bouwer uit Enschede de vooroorlogse crisisjaren door. Nog steeds is het ziekenhuis een goede klant. En daarmee de oudste klant van de jubilerende Twentse aannemer.

Hein Trebbe senior: “De vervangende nieuwbouw van het medisch centrum in Groningen is het mooiste werk uit mijn carrière. Prachtig, zo’n groot ziekenhuis midden in de stad.”

Bouwgolf

Vanuit het markante kantoor van de voormalige Twentse Overzeese Handelsmaatschappij aan de Tubantiasingel in Enschede geeft Hein Trebbe samen met mede-directeur Hans Willem Naarding leiding aan een van de twintig grootste bouwers van het land. Vorig jaar daalde de omzet van 234 naar 179 miljoen euro. Het corps van medewerkers slonk van 437 naar 405. Behalve in Enschede heeft het bedrijf vestigingen in Zwolle, Groningen en Nieuwegein. Eveneens tot de groep behoren de specialistische bedrijfshuisvester Dijkham uit Nijkerk en Van den Hengel uit Soest, gericht op renovatie en onderhoud. In de bouwgolf na de oorlog, een periode waarin vrijwel al het werk nog in eigen hand werd gehouden, telde het bedrijf meer dan duizend gezichten. Aan de keukentafel werden iedere week weer ’s avonds de loonzakjes gevuld.

De onderneming bouwt voort op het initiatief dat Johann Arnold Trebbe nam door in 1911 te beginnen met het metselen van twee woningen aan de Oosterstraat in Enschede. Beide panden hebben de tand des tijds doorstaan. Johann had al eerder bouwklussen aangenomen maar officieel houdt de familie als start het najaar van 1911 aan.

Hein sr.: “De eerste jaren gingen redelijk goed. Toen de Eerste Wereldoorlog kwam, zakte alles een beetje in elkaar. Er werd in die tijd voornamelijk voor de textielindustrie gebouwd. Ook woningen want de door de bedrijven aangetrokken mensen moesten onderdak hebben. Velen kwamen uit Drenthe.”

Lateraal kanaal

In 1914 nam Johann het graven van een lateraal kanaal bij Terwolde aan. De overheid legde uit geldgebrek het project stil. Na de Eerste Wereldoorlog pakte de ondernemer de draad weer op. Dit keer niet als bedrijf maar als privaat persoon. “Een wonderlijk verhaal.”

In de vooroorlogse crisisjaren bood de regio waarin Trebbe tot dan zijn geld verdiend had niet meer voldoende werk. Een waardeloze tijd, zegt Hein sr. Noodgedwongen trok de bouwer verder het land in. Naar Bergen op Zoom bijvoorbeeld. En naar Arnhem. Waar Trebbe voor vier ton werkte aan de schouwburg. Houten steigers, daar moesten ze het mee doen. Kranen had het bedrijf nog niet.

“Meestal ging een van de familieleden mee naar het werk. Het gevolg was dat mijn grootvader jarenlang in Arnhem gewoond heeft. Zo was dat in die tijd. Veel verpleeghuizen bouwde hij. En natuurlijk het ziekenhuis in Groningen. Hij hield van bijzondere dingen bouwen.”

Nadat tijdens de Tweede Wereldoorlog het werk was opgedroogd, volgde in de tweede helft van de jaren veertig een herstart met vooral kleinschalige projecten. Echte groei kwam in de jaren vijftig.

“De tijd van de grote opgaven in de woningbouw. We waren in het hele noordoosten van het land actief. Het opheffen van de woningnood had prioriteit. We moesten in Nederland jaarlijks 100.000 woningen bouwen. Van zulke aantallen kun je nu alleen maar dromen. Ik ben al blij als we de 45.000 halen. Veel hebben we gebouwd in Zwolle. Toch wel meer dan 12.000 woningen. Zo’n 30 procent van de Zwollenaren woont in een van onze huizen.”

Gaandeweg breidde Trebbe zijn activiteiten westwaarts uit. Nieuwe bouwsystemen vonden hun intrede, waardoor op de bouwplaats minder handen nodig waren. Naast de woningbouw kwam steeds nadrukkelijker de utiliteitsbouw in beeld. In de vorm van scholen, zorgbouw en vanaf de jaren zeventig ook gevangenissen. “De overheid besloot eindelijk om boeven te vangen. Zes gevangenissen hebben we neergezet. Maal tweehonderd cellen. Reken maar uit.”

Begin jaren tachtig had Trebbe het moeilijk. Wie van de bouwers niet? De rente schoot van 8 tot boven de 12 procent. “De bouw zakte ver weg, vergelijkbaar met de huidige crisis. Erg moeilijke jaren, de koopmarkt stortte in. De staat vond de woningbouw destijds nog zo belangrijk dat ze ingreep en hielp. Veel koopwoningen konden met subsidie in huur worden omgezet en dat heeft talrijke bedrijven het leven gered. De overheid vormde een vangnet door de productie over te hevelen naar de corporaties. Toen was de bouw politiek nog belangrijk in de Kamer. Nu praten de politici nauwelijks nog over de woningbouw. Ze zien de noodzaak niet.”

Pieken en dalen. Trebbe maakte ze aan den lijve mee. Het bedrijf sloeg zich goed heen door de dip van 2002 en trapte in 2008 tijdig op de rem.

Hans Willem Naarding: “Na de bouwvak in 2008 zeiden we tegen elkaar: dit gaat niet goed. We hebben daarop de projectontwikkeling op hold gezet. Maakten af wat we moesten doen. Voor de bouwende delen kwam het groeiscenario op nul. Je begint geen mensen te vervangen, de zzp’ers vertrokken. Godzijdank konden we een ontslaggolf voorkomen.”

Voor Hein Trebbe senior is duidelijk dat de komende jaren een tijd van worstelen wordt. Buffelen in 2012 en waarschijnlijk ook 2013. De aanhoudende politieke en financiële onrust heeft de burgers onzeker gemaakt. De consumenten houden de hand op de knip.

Ander vakmanschap

“De overheid helpt ons niet meer. We zijn niet interessant genoeg. Ik verwacht dat de productie op een laag niveau zal stabiliseren. Na de crisis in de jaren tachtig heeft het tien jaar geduurd voor we weer op het oude niveau zaten. Je mag toch niet hopen dat het nu weer tien jaar gaat duren. We zullen hard werken en met eigen concepten creatief moeten zijn. Meer aandacht gaat uit naar kleine projecten onder in de markt en de binnenstedelijke projecten. Dat vraagt een ander vakmanschap. Het in de wei bouwen is over.”

Een klein jaar geleden meldde zich op de werkvloer een telg van de vierde generaties Trebbes: Hein junior, zoon van senior. Van projectontwikkeling via het beton storten draaide de econoom mee op de afdeling calculatie. Een reiziger in eigen huis.

Steeds beter krijgt Hein jr. (1978) het bedrijf in de vingers. Voor op zijn lippen liggen termen als lean, bim en ketenintegratie. “Het leuke van dit vak is dat je iets maakt. Iedereen in de organisatie heeft het gebouw neergezet en je kunt er nog omheen wandelen ook.” ■

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels