nieuws

beschouwingSloopkogelzwaaier maakt ommezwaai

bouwbreed

Een huis zonder ramen? Een stulp zonder plafond? Een woning met het toilet in de tuin? Het kan in Almere. Koop een stukje grond en bouw naar persoonlijk inzicht een huis. Of investeer met een zakenpartner, buurman of beste vriend in een kavel en bouw naar eigen idee een compleet woonblok.

Motor van het idee is de Almeerse wethouder Adri Duivesteijn (60). In de wijk Europakwartier stelt hij 13 hectare grond beschikbaar aan: “Particulieren die hun eigen huis willen bouwen en bouwers die bijvoorbeeld twee, twaalf of twintig woningen willen bouwen”, zo meldt de gemeente. Want volgens de polderpoliticus leidt particulier opdrachtgeverschap tot wijken met een enorme diversiteit aan woningen. En Almere heeft de primeur, zo valt te lezen op de website www.ikbouwmijnhuisinalmere.nl. “De aanpak van Almere is uniek in de Nederlandse geschiedenis. Nooit eerder werden zoveel kavels uitgegeven voor zelfbouwprojecten.”

Ambitie kan Almere zeker niet worden ontzegd. Toch is bovenstaande bewering nogal twijfelachtig. In de negentiende eeuw, decennia voordat de Zuiderzee werd ingepolderd, was de Almeerse methodiek al in zwang. In steden zoals Duivesteijns geboortestad Den Haag, en andere grote gemeenten waaronder Amsterdam, Rotterdam en Utrecht werden op deze manier complete stadswijken uit het veen gestampt. Voorbeelden zijn de Haagse Schilderswijk en de Amsterdamse Dapperbuurt. Kleine investeerders kochten van hun spaarcentjes individueel of verenigd in onderneminkjes een stukje grond en bouwden er naar eigen inzicht een huis, een rijtje huizen en soms zelfs een blokje woningen.

Het systeem werd revolutiebouw genoemd en het resultaat was precies zo revolutionair als Duivesteijn voor ogen staat. Er ontstonden wijken met een onmiskenbare diversiteit aan woningen. Denk daarbij aan hofjeswoningen, rijtjeshuizen, bedrijf-aan-huis-woningen en, zij het beperkt, voor die tijd luxe appartementen. Bijvoorbeeld de ruime middenstandswoningen aan het Haagse Oranjeplein waarvan de bewoners uitkeken op een vriendelijk buurtparkje.

Vaker verrezen, zoals in de Amsterdamse Dapperbuurt, straten met identieke rijtjeshuizen. De eentonigheid van dat straatbeeld ten spijt was het veelal toch goed toeven in die omgeving. Zo inspireerde de Dapperbuurt de dichter J.C. Bloem tot het poëem Domweg gelukkig in de Dapperstraat.

Faillietlaan

Maar niet iedereen was zo happy. Dat werd onder meer duidelijk tijdens de bouw van de Vaillantlaan in de Haagse Schilderswijk. Veel zelfbouwers vergisten zich destijds in de kosten van hun bouwprojectje en gingen op de fles. Nog vele decennia daarna spraken de Hagenezen om die reden van de Faillietlaan.

Nogal wat zelfbouwers van destijds lieten het zo ver niet komen. Uit angst om te failleren kozen zij de goedkoopste bouwmaterialen en bezuinigden op elementaire voorzieningen zoals daglicht toetreding en sanitair. In hofjes was het niet ongebruikelijk dat de bewoners van twintig huizen aangewezen waren op één op de openbare weg gelegen toilet.

Het was juist Adri Duivesteijn die in de jaren tachtig van de vorige eeuw in zijn hoedanigheid van wethouder stadsvernieuwing van de gemeente Den Haag tegen dit soort misstanden in het geweer kwam. Onder zijn leiding werd in het bijzonder de Schilderswijk aangepakt. Wat begon met het wegsnijden van rotte plekken uit het straatbeeld, transformeerde al snel tot een onemanshow waarin de politicus zijn vaardigheid in het sloopkogelzwaaien demonstreerde. Niet alleen de rotte plekken maar ook straten waarin de bewoners domweg gelukkig waren, moesten er aan geloven. Er voor in de plaats verrezen karakterloze blokkendozen van beton.

Dat alles maakt Duivesteijns draai naar het negentiende eeuwse liberale gedachtegoed van zelfbouw zo verwonderlijk. Wat heeft hem bewogen? In Cobouwvan woensdag 13 juli legt hij uit dat mensen die graag zelf hun huis willen bouwen minder gehinderd moeten worden door allerlei regels. Op de website www.ikbouwmijnhuisinalmere.nl haalt hij dienaangaande een regel aan van de Belgische literator Willem Elsschot: “Want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.”

Polderpoliticus

Erg verhelderend is zijn uitleg niet. En de keuze voor een regel uit het poëem van Elsschot is al net zo curieus als Duivesteijns ommezwaai. Het citaat is namelijk afkomstig uit het gedicht Het Huwelijk. Daarin blikt een oudere man terug op zijn verzuurde relatie. Hij overweegt zijn grauwe echtvriendin de schedel in te slaan en zelf een nieuw leven te beginnen. Wetten en praktische bezwaren weerhouden hem ervan, maar ook, zegt Elsschot: “Weemoedigheid die niemand kan verklaren en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.”

Het is een interessante vraag waarom de polderpoliticus juist dit gedicht citeert. Heeft hij nu hij zijn wilde haren verliest, spijt van zijn rigoureuze aanpak van de Schilderswijk? Stuurt hij aan op een nieuw politiek leven, door de motor van het aloude liberale systeem te verheffen tot aandrijver van zijn sociaal-democratische gedachtegoed? Schept hij ruimte om in de toekomst weder op te bouwen wat hij in het verleden genadeloos bulldozerde? Moge de voorzienigheid hem hoe dan ook genadig zijn. Zo niet dan zou het de narcistische sloopkogelzwaaier kunnen vergaan als in de regels van de Nederlandse dichter Jan Slauerhoff: “Door vijanden omringd, door vrienden in den nood geschuwd als aas dat stinkt, houd ik mij lachend groot.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels