nieuws

Maak duurzame keuzes meetbaar

bouwbreed

Het ritselt van duurzaamheidslabels en -eisen in de bouw. De discussie over de waarde en effectiviteit van duurzaam inkopen is op een hoogtepunt gekomen. Dat is een bijna onwerkelijke situatie, meent Theo de Boer. Niet alleen voor de bouwsector, maar zeker ook voor consumenten. Het is verstandig om – samen met andere partners uit de […]

Het ritselt van duurzaamheidslabels en -eisen in de bouw. De discussie over de waarde en effectiviteit van duurzaam inkopen is op een hoogtepunt gekomen. Dat is een bijna onwerkelijke situatie, meent Theo de Boer. Niet alleen voor de bouwsector, maar zeker ook voor consumenten.

Het is verstandig om – samen met andere partners uit de bouwketen – te overleggen en te komen tot heldere definities, begrijpelijke criteria en concrete, gezamenlijke procesafspraken. Ieder weldenkend mens in de bouwketen streeft naar vergroting van duurzaamheid. Het gaat dan om bouwmateriaal (herkomst, milieukeur, hergebruik, restafval enz.) en om het bouwproces.

Forse winst

Bij beide valt forse winst te maken, ook in bedrijfseconomisch opzicht. Zo zijn de doelstellingen en noodzaak om het energieverbruik in de gebouwde omgeving drastisch te beperken alom aanwezig, alleen blijkt het in de praktijk nog niet erg makkelijk om de duurzaamheid van een gebouw te bepalen. Er zijn op dat gebied nog teveel verschillende methodieken en benaderingen gangbaar waardoor verwarring ontstaat. Daardoor dreigt bijvoorbeeld niet alleen de gewenste energie-efficiency, maar ook andere aspecten als het tegengaan van vervuiling en afval, een verantwoorde materiaalkeuze of efficiënt watergebruik niet bereikt te worden. Een gemiste kans!

Er bestaan verschillende ‘meetlatten’ en criteria voor het bepalen van de gewenste duurzaamheid van een (toekomstig) gebouw. Dat is zo nu en dan nodeloos complex, terwijl de uitkomsten niet altijd traceerbaar zijn. Zo kan een gebouw ondanks talloze duurzame maatregelen volgens een GreenCalc- of Breeam-berekening toch slecht scoren. Het gezamenlijk inzicht zou er toch mee gediend zijn wanneer er op dat front een uniform systeem of tenminste helderheid over de te gebruiken criteria zouden zijn. Nu die situatie nog steeds niet bereikt is, heeft Valstar Simonis een praktisch overzicht gemaakt van de meest voorkomende beoordelingsmethoden en de aspecten die wel of niet worden gewaardeerd. Het gaat om de energieprestatiecoëfficiënt (epc), GPR Gebouw (die vooral door gemeenten wordt toegepast), GreenCalc score, LEED en Breeam. Ook is een overzicht gemaakt van de relatie tussen beoordelingsmethoden en de meest voorkomende gebouwtypen.

Accuraat

In de praktijk blijkt dat de Breeam-systematiek in vele opzichten het meest accuraat en integraal is. Deze methode is ontwikkeld door de Green Building Council en wordt voortdurend – ook op basis van internationale ervaringen – verfijnd en uitgebreid. Het ligt in de verwachting dat deze methode uiteindelijk leadingzal worden waardoor het voor opdrachtgevers, maar ook voor adviseurs en andere partners in de bouwketen inzichtelijker wordt welke keuzes gemaakt dienen te worden en tegen welke randvoorwaarden dat gebeurt. Zo lang die uniformiteit er nog niet is zullen we het moeten blijven doen met de verschillende duurzaamheidbeoordelingssystemen.

Lid van het directieteam van Valstar Simonis

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels