nieuws

Buitengewone krachten voor de Markthal

bouwbreed

Buitengewone krachten voor de Markthal

Hoge bomen vangen veel wind. Spectaculaire plannen ook. De bedenkers van de allereerste moderne Nederlandse Markthal weten inmiddels hoe hard het buiten kan waaien. Maar ze beseften ook dat de bouw van dit icoon hoe dan ook moest doorgaan. Dat maakte zowel voor de bouw als voor de financiering buitengewone krachten los bij vele betrokkenen.

Het betonnen stempelraam van 120 bij 90 meter van de Rotterdamse Markthal voorkomt dat gebouwen er omheen verzakken of zelfs instorten. Om aan te geven welke giga-krachten het gigantische stempelraam te verduren heeft: het betonnen geraamte dat in de toekomst als garagevloer fungeert, kromp vier centimeter. Precies zoals de constructeur het had berekend. “Het is niet te bevatten hoe groot de krachten moeten zijn”, vertelt Hans van der Horst, opzichter van BTB Organisatie bv. Het is één van de wonderlijke verhalen over dit bijzondere bouwwerk, waarvan lange tijd onzeker was of het er ooit zou komen. Er waren problemen met de bouwvergunning, er was een juridisch conflict met een investeerder die zich wilde terugtrekken, er was een crisis.

Versunits

Langs de Koopgoot, voorbij het drukke winkelverkeer, linksaf de Blaak op richting het station. Dan is er ineens die kale plek. De haastige reiziger heeft vermoedelijk niet eens door dat projectontwikkelaar Provast achter een omheining van gaas en katoen bouwt aan een reusachtige, door MVRDV ontworpen markthal, de eerste van Nederland. De boog bestaat uit 228 aaneengeschakelde en op elkaar gestapelde appartementen die toekomstige marktlieden met hun ‘versunits’ beschutting zal bieden, op de plek waar bommen ooit een vernietigend einde maakten aan de pronkstukken van de historische binnenstad. Wie vlakbij de 14 meter onder maaiveld gelegen bouwput woont, winkelt of naar school gaat, hoef je er niet op te wijzen dat er hier spaanders vallen. Maandenlang kregen zij, van zeven tot zeven, het geluid voor hun kiezen van het getimmer op 2500 heipalen. Stuk voor stuk zakten zij soms tergend langzaam 30 meter de grond in. Vriend en vijand was het er over eens dat het geluid echt vreselijk hard was. Maar ze snapten ook dat de herrie onvermijdelijk was. ‘Zeecontainerflats’ tot zes hoog fungeerden als enorme oordopjes die het aanhoudende geboink moesten dempen. Gek genoeg kwam er slechts één officiële klacht binnen bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht in Rotjeknor. Die ging niet over heipalen, maar over de pomp die tijdens de lange en donkere nachten de gigantische put in het hartje van de stad droogmaalde. Projectleider Hans de Jong van Provast weet nog dat hij samen met wethouder Karakus op bezoek ging bij de bewoners die geen oog dicht deden door het gemaal. Ze beloofden er alles aan te doen om de pomp stiller te krijgen. Onhoorbaar kregen ze de pomp niet, maar het begrip was door het persoonlijke contact weer terug. De show ging hoe dan ook door. Op een droge doordeweekse dag in november werken lassers kleine kiertjes weg in de damwanden van de open ondergrondse werkplaats. Opzichter Hans van der Horst is de tijd van lawaai en tegenslag nog niet vergeten. Bescheiden vertelt hij over de meest risicovolle klussen die inmiddels achter de rug zijn. De historische en gehavende Sint-Laurenskerk die de sterkste stormen weerstond, houdt de vaklui, door de vensters van het stempelraam, met een schuin oog in de gaten.

Complexe put

Niet te geloven dat deze put van ongeveer twee voetbalden groot een paar maanden geleden onder water stond. In de troebele prut leefden duikers zich toen uit op de onderwaterbetonvloer. Het echte bouwen moet eigenlijk nog steeds beginnen, legt Van der Horst uit. “Heel gechargeerd gezegd zijn we twee jaar bezig geweest met een werkvloertje.” “En een stukje fundering”, vult projectleider De Jong aan. “In het hartje van Rotterdam.” Wie in de metersdiepe put loopt, realiseert zich dondersgoed dat kraanmachinisten, heiers en staalvlechters hier niet stil zaten. Het begon allemaal met een uitvoerige voorbereiding. Eigenlijk zou de put kleiner worden en veel dieper. Maar mede omdat uit één sondering bleek dat de bodemlaag niet sterk genoeg was, veranderden de plannenmakers van koers. De parkeergarage zou niet langer acht lagen diep worden, maar vier. Dat gegeven plaatste het bouwteam echter wel voor een nieuw dilemma: hoe houden we zo’n grote put open en stabiel? Vanwege die grote put zat het werken met vertrouwde stalen stempels er niet in. De oplossing werd gevonden in een betonnen stempelraam dat opgaat in de eerste ondergrondse draagvloer als de parkeergarage klaar is. Zo ver is het nog lang niet. Eerst werd er een combiwand gebouwd van damwanden en buizen. Hier en daar bleven er stukjes van oude funderingspalen achter in de grond. Ondertussen werd er nog een oude stadsboerderij gevonden. Vervolgens was er het gehei. En toen openbaarde zich de constructieve truc. Op de stalen buispalen, ongeveer 3 meter onder het maaiveld, kreeg de betonnen stempel vorm. Toen dat met al zijn vakjes gereed was, kon het droge afgraven beginnen. Na tweeënhalve meter graven begon het zompige, natte werk. Vanaf een drijvend ponton groeven twee gps-gestuurde kranen de natte veenachtige kleigrondkoek op. Tot ze de bodem bereikten en het stempel eruit zag als een enorm vergiet op een pan verse modder. Nu was het de beurt aan de duikers. Ze gingen aan de slag met een bijzondere opdracht. Ze moesten onder water niet alleen een vloer bouwen die als tijdelijke afscheiding zou fungeren. De vloer moest ook onderdeel uitmaken van de eindconstructie. Dat scheelt extra afgravingen, beton en heipalen, maar vergt wel extra vakmanschap. De geoefende duikers kregen coördinaten door vanuit de busjes aan ‘wal’, alsof ze een spelletje Labyrint speelden. Kraanmachinisten lieten de korven in het vocht zakken, de duikers begeleidden de stalen, rechthoekige gevaartes naar hun plek, op stalen hoeklijntjes aan de heipalen gemonteerd.

De missie slaagde. De put kon worden leeggepompt en staat nu droog. Hier en daar golft de vloer wat. “Of ik opgelucht ben? Ik ben wel blij dat wat we op papier berekenden in de praktijk ook is gebleken. Maar eigenlijk ga je er van uit dat het goed gaat”, zegt Hans van der Horst alsof het niets is.

Schokdemper

Om de stekken die als knotwilgtakken uit de verborgen heipalen steken, zitten stalen schotels die ervoor zullen zorgen dat de werkvloer en de nog te storten ondervloer aan elkaar gehecht blijven. Daarna is het bemalen niet meer nodig. Er is nog een lange weg te gaan, maar het bouwen van de Markthal zelf zal vermoedelijk niet tot problemen leiden. Het is in feite een soort tunnelbekistingssysteem met stijve wanden, legt Van der Horst uit. Boeiend zijn de openingen van de hal, die straks zullen worden dichtgezet met kabelnetgevels van staal en glas. Deze redelijk unieke constructie heeft veel weg van de bespanning van een reusachtig tennisracket dat straks als een doorzichtige schokdemper de klappen opvangt van de wind. Zo voorspoedig als het nu gaat, zo moeizaam kwam het project van de grond. Het verhaal van de Markthal in een notendop, is dat het project dat destijds volgens de jury de ‘x-factor’ had, er niet kwam zonder slag of stoot. Het begon zoals het nu gaat: voor de wind. Rotterdam wilde dolgraag een markthal naar Zuid-Europees voorbeeld. Provast mocht hem ontwikkelen vlakbij de plek waar een eeuw of tien geleden de Rotte stroomde. Als een magneet trok de Markthal, die havenarbeiders nieuwe trots zou geven, tot dan toe onzekere projecten van de grond: het gebouw Blaak 31 kwam er. Twee basisscholen en een kinderdagverblijf werden herontwikkeld. De brede onbestemde straat, waar ooit een trein reed tussen Rotterdam en Dordrecht, werd plots een hippe woonplek.

Hogeschoolfinanciering

Gestaag vorderden de plannen voor vermoedelijk de grootste lege plek in een Nederlandse binnenstad. Dat de stad van haven, arbeiders en daden een levensechte markthal met verse vis, groente en andere levenswaren zou krijgen, leek in 2008 nog slechts een kwestie van tijd. Niets kon er misgaan. Rotterdam wilde het. Provast zou de wens verwezenlijken. De crisis brak echter uit, de banken sloten de loketten. Bouwprojecten vielen stil. De toekomst van de Markthal zag er plotseling iets minder rooskleurig uit. “Maar we hebben nooit aan stoppen gedacht. Integendeel. Zo’n goed concept. Ook bij het college van Burgemeester en Wethouders heerste dat gevoel”, verklaart projectleider Hans de Jong achteraf. Rotterdam sleepte een subsidie van het Rijk binnen, maakte de financiering van de grond mogelijk en besloot de joekel van een garage die onder de hal komt, in termijnen te betalen, zoals bij een woning gebruikelijk is. “Daardoor hadden we de banken niet meer nodig. Juridisch zat dit uiterst complex in elkaar.” De Jong spreekt van een staaltje “Hogeschoolfinancieringskunde”. Hij is trots op de Markthal die in 2014 zijn deuren zal openen. Ondertussen gaat het verhaal over wederzijds vertrouwen en tomeloze ambitie de hele wereld over. En na deze Markthal volgen er misschien wel meer.

Provast

Provast behoort niet tot de grootste projectontwikkelaars van het land, maar speelt naar eigen zeggen wel in de Eredivisie van ontwikkelend Nederland.

De ontwikkelaar bestaat ruim 25 jaar en richt zich op complexe, kwalitatieve gebouwen in de binnenstad. “Langs de snelweg zul je ons niet zo snel vinden”, licht Hans de Jong, één van de zes partners, toe.

Provast werkt graag met familiebedrijven en kwalitatieve bouwers. De Jong: “Wij zijn geen cowboys en wij werken ook niet met cowboys.”

Kritiek

Bij elk afwijkend, groot of bijzonder project zijn voor- en tegenstanders. Zo ook bij dit project, dat een beleggingswaarde heeft van ongeveer 175 miljoen euro. Marktlieden voorspellen dat een overdekte markt niet gaat functioneren in Nederland en geven aan dat zij in elk geval nooit naar binnen zullen gaan. Vooral markthandelaren die nabij de toekomstige Markthal nu buiten een plekje hebben, zeggen dat. Voor hen is het ook een heel ander leven. Ofwel het land doorreizen, of zes dagen per week op hetzelfde plekje blijven staan.” De Jong maakt zich nog geen zorgen over de uiteindelijke verhuurbaarheid van 100 permanente ‘kramen’. “Retailminnend Nederland kijkt uit naar dit concept.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels