nieuws

Intensieve monitoring kan bouwkosten flink drukken

bouwbreed

Compleet nieuw voor de Nederlandse bouw is de uit Engeland overgewaaide observational method niet. Maar bij Geo-Impuls vinden ze dat hij veel vaker kan worden toegepast. Essentieel onderdeel van de observational method is intensieve en optimale monitoring tijdens de uitvoering. Zakkingen, verplaatsingen, drukken en volumes van water dat de put binnendringt moeten voortdurend gemeten worden en tijdig doorgegeven. Alleen dan is het mogelijk het juiste scenario te selecteren en op tijd de vooraf bedachte maatregelen in te zetten.

Geo-Impuls beijvertzich om de kosten van geotechnisch falen in 2015 te hebben gehalveerd. Een hulpmiddel daarbij is de observational method, al toegepast op een deel van de Betuwelijn. De methode heeft voordelen, weten ervaringsdeskundigen.

< vervolg van pagina 1

Werkgroep 10 van het programma Geo-Impuls maakt zich sinds een jaar of twee sterk voor toepassing van de systematiek in Nederland. Erwin de Jong en Mandy Korff zijn de voorzitters van die werkgroep en proberen alle betrokkenen in het bouwproces hiervoor warm te maken. Ze wijzen erop dat de methode niet compleet onontgonnen terrein is voor de Nederlandse bouw. Korffs werkgever Deltares was destijds intensief betrokken bij de Waardse alliantie die een 9 kilometer lang tracé van de Betuwelijn aanlegde volgens de observational method.

Snelle correctie

Het bewuste tracé tussen Gorinchem en Sliedrecht liep pal langs bestaand spoor. In plaats van elke invloed op het bestaande spoor op voorhand uit te sluiten door eerst een scheidingswand tussen de twee spoorbanen aan te brengen, werd besloten zakkingen goed te monitoren en voor de snelle correctie voortdurend een reparatietrein paraat te hebben staan. Zo bespaarde de combinatie miljoenen euro’s.

Strukton en Ballast Nedam zijn momenteel van plan de methode toe te passen bij de A2-tunnel in Maastricht. Donderdag zullen ze de eerste ervaringen toelichten tijdens de Geotechniekdag in Breda. Vooral de mergellaag zo’n 10 meter beneden maaiveld vormt een ongewisse factor. Hij varieert sterk in dikte, zit mogelijk vol scheuren en heuse kanaaltjes en de draagkracht is op voorhand niet in te schatten. Sonderen lukt namelijk niet vanwege de grindlagen hoger in de bodem. En boringen zijn weer erg duur. De aannemingscombinatie moet dus met aanzienlijke onzekerheden werken en speelt daar op in door toepassing van de observational method. Het proces is ook zo ingericht dat er lering getrokken kan worden van de aanleg van de eerste secties van de 1,7 km lange tunnel. De bouwwijze kan dus gaandeweg aangepast worden. De Jong: “Dat lukt dus alleen in een open samenwerkingsverband waarbij de partners samen optrekken en niemand schrikt als enkele tegenvallende scenario’s daadwerkelijk nodig blijken te zijn”

Bij de A2 Maastricht kijken Korff, De Jong en de andere leden van de Geo-Impuls-werkgroep mee met het proces. Het is de bedoeling dat zo de complete geotechnische wereld leert van deze aanpak.

Korff en De Jong hopen dat op afzienbare termijn nog een paar kleinere projecten de methode ook vanaf het begin zullen gebruiken zodat de werkgroep nog meer lessen kan trekken. De koudwatervrees is volgens het duo namelijk onterecht en de methode heeft ontegenzeglijk grote voordelen. Korff: “Het hoeven ook niet altijd complete projecten te zijn die zo worden benaderd. Het kan ook een deelproject zijn. Bijvoorbeeld de kruising van een leiding of een deel van een tracé dat vlak langs een bestaand kunstwerk loopt”.

De Jong zou de methode ook graag een keer loslaten op een diepe bouwput. Veel te vaak naar zijn zin wordt er teruggegrepen op een vloer van onderwaterbeton met ankers om opbarsten van de put te voorkomen. Maar de gegevens daarvoor zijn meestal berekend op de maximale stijghoogte van het watervoerende pakket die zich zelden voordoet. “Als je een bron plaatst voor een spanningsbemaling van het diepe zandpakket, maar deze pas gebruikt als hij op basis van monitoringsgegevens ook echt noodzakelijk is, dan kan je waarschijnlijk met veel simpeler methoden een even goed resultaat halen. De bron heb je wel achter de hand, voor het geval de gemiddelde stijghoogte onverhoopt drastisch overschreden mocht worden.”

Bandbreedtes

Korff wijst erop dat communicatie met de omgeving in geval van het werken met de observational method compleet anders is. “Je kunt dus niet meer zeggen: gaat u rustig slapen, we hebben alles onder controle. Je moet reëel communiceren over risico’s en uitleggen hoe je het aanpakt als het tegenzit. Inderdaad, dan wordt het werk ook duurder. Vooraf moet je dus al in bandbreedtes die mogelijkheden communiceren. Een vaste prijs is er niet bij werken volgens deze methode. Die is er nu vaak ook niet, maar dat wordt pas achteraf verteld omdat zich onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan.”

De uitkomst van een werk kan natuurlijk ook zijn dat alle worst-casescenario’s uit de kast getrokken moeten worden. Is de observational method dan mislukt? Nee, beweren De Jong en Korff, want dan weet je tenminste dat de hele trucendoos die is opengehaald ook noodzakelijk was. De Jong: “Hoe vaak worden geen bouwwerken opgeleverd waarvan je het gevoel hebt dat er overdreven zwaar is gedimensioneerd of er anderszins overdreven maatregelen zijn genomen? Dan heeft de opdrachtgever dus veel te veel uitgegeven. Dat zijn natuurlijk ook faalkosten. Al worden die nooit als zodanig beschouwd.” ■

Geo-Impuls

Geo-Impuls is een ambitieus programma van aannemers, adviesbureaus, kennisinstellingen en opdrachtgevers om geotechnische risico’s terug te dringen. Twee jaar geleden hebben die gezamenlijk afgesproken dat in 2015 de kosten als gevolg van geotechnisch falen gehalveerd moeten zijn. Twaalf werkgroepen zijn druk bezig met het bereiken van die doelstelling.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels