nieuws

Besparing of bezuiniging

bouwbreed

Minister Schultz van Haegen van Milieu en Infrastructuur moet bezuinigen. Op de bezetting van haar departement waar vele ambtenaren voor hun baan moeten vrezen, op haar investeringsagenda waar nieuwe ontwikkelingen nauwelijks meer te bespeuren zijn en op het onderhoud van de rijksinfrastructuur. Daar waar het vorige kabinet de crisis nog te lijf ging met omvangrijke investeringsprogramma’s zoals de Spoedaanpak, zet dit kabinet definitief het mes in de begroting. De effecten van deze bezuinigingsmaatregelen beginnen zich dan ook in toenemende mate in de sector af te tekenen.

Eerder deze maand las u in Cobouw dat de minister de komende jaren vele honderden miljoenen euro’s wil besparen op het onderhoud van de Nederlandse weginfrastructuur. Teneinde deze besparing te realiseren, wil zij de efficiency van het onderhoud vergroten door grotere en langjarige contracten af te sluiten met de wegenbouwers. In een reactie op de Rijksbegroting meldt de Algemene Rekenkamer dat de minister voor deze maatregel geen effecten noemt voor de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid van de rijksinfrastructuur.

Rijkswaterstaat heeft in het kader van het Partnerprogramma Infrastructuur Management (PIM)de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar het planmatig programmeren van onderhoud. Daaruitvolgend worden nu de eerste ervaringen opgedaan met de prestatiecontracten voor het kort-cyclisch onderhoud van de rijkswegen. Ook de dbfm-contracten waarbij de nieuwe weg in onderhoud is genomen leveren de eerste leerervaringen. De vraag rijst of deze prille ervaringen voldoende onderbouwing bieden voor de efficiencyslag van 100 miljoen euro per jaar die de minister nu al op wegonderhoud wil inboeken in de Rijksbegroting. Of wegenbouwers met grotere en langjarige contracten de beoogde efficiencyslag ook kunnen waarmaken, wordt mede bepaald door de wijze waarop de minister deze contracten aanbesteedt en hoe zij de bouwers daarmee aan zich bindt. De door efficiency beoogde besparing delft het onderspit wanneer de uitvoeringsvrijheid van het onderhoud teveel wordt ingeperkt door detailregels en te specifieke voorschriften. Ligt in de aanbesteding de nadruk op de prijs en niet op de kwaliteit, dan geeft dit onvoldoende impuls aan de efficiency die voor een duurzame besparing noodzakelijk is. Dan rest slechts nog het financiële voordeel van de prijsvechter in de aanbesteding. De besparing die de minister oorspronkelijk voor ogen had, is dan niet meer dan simpelweg een bezuiniging met mogelijk negatieve effecten voor de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en veiligheid van de weg. Een door efficiency en innovatie gedreven duurzame besparing bereikt de minister door naast de wegenbouwers ook andere spelers in de gww-sector een volwaardige en op kwaliteit gebaseerde rol te geven in het onderhoud van onze infrastructuur.

Leading Professional Infrastructuur bij DHV

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels