nieuws

aanb Hokken 1111

bouwbreed

Het komt nog al eens voor dat een aanbestedende dienst een discussie omtrent de rechtmatigheid van de gevolgde procedure met succes kan afwentelen door een beroep op de ongeldigheid van de gedane inschrijving te doen.

juridisch

Beroep op ongeldigheid

Volgens vaste rechtspraak kan een inschrijver die zelf een ongeldige inschrijving heeft gedaan immers niet meer klagen over onregelmatigheden in de aanbestedingsprocedure. Dit op grond dat de betreffende inschrijver onvoldoende belang bij zijn vordering zou hebben aangezien een ongeldige inschrijving wordt geacht niet te zijn gedaan.

Het is voor te stellen dat dit anders kan zijn indien de faire kans op het verwerven van de opdracht is geschonden doordat in de aanbesteding een inschrijver mogelijk is bevoordeeld ten opzichte van een andere inschrijver dan wel het indirecte belang van een kans aan een deelname aan een eventuele heraanbesteding.

Het toch aanwezig kunnen zijn van voldoende belang is recent nog bevestigd door de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag. In deze kwestie was de inschrijving van de klagende inschrijver als niet besteksconform aangemerkt en had zij bovendien niet met de laagste prijs ingeschreven. Ook hier werd door de aanbestedende dienst gesteld dat sprake was van niet-ontvankelijkheid. Het verweer van de inschrijver hierop was dat alle inschrijvers ongeldig hadden ingeschreven. De voorzieningenrechter oordeelde dat indien de inschrijver met deze stelling in het gelijk zou worden gesteld, de aanbestedende dienst de opdracht zou kunnen heraanbesteden. In dat geval zou de inschrijver belang hebben bij haar vorderingen omdat heraanbesteding ook voor de inschrijver nieuwe kansen biedt. Op grond hiervan werd de inschrijver toch ontvankelijk verklaard in haar vorderingen.

Dit succes leidde overigens niet tot winst in de procedure voor de inschrijver doordat zij vervolgens naar oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat – zoals door de inschrijver gesteld – de winnende inschrijver niet zou hebben voldaan aan de bestekseisen.

Door niet direct de vorderingen van de inschrijver op formele gronden af te wijzen, kon echter wel de rechtmatigheid van de aanbestedingsprocedure worden getoetst.

Sectie Bouw en Vastgoed

Bierman Advocaten, Tiel

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels